Reportage

‘Die gekkigheid gaat heus wel weer over’ Niet dus, polder-rock-’n-roll bleef

60 jaar polder-rock-’n-roll „Een abnormaal verschijnsel van voorbijgaande aard”, hoopte damesblad Libelle nog in 1957. Maar rock-’n-roll vestigde zich hier wel degelijk en definitief. Voorjaar 1960 had Peter Koelewijn de eerste Nederlandse rockhit: ‘Kom van dat dak af!’

Peter Koelewijn en zijn Rockets op een parkeerplaats, ergens in Nederland, 1961. Peter Koelewijn is de tweede van links.
Peter Koelewijn en zijn Rockets op een parkeerplaats, ergens in Nederland, 1961. Peter Koelewijn is de tweede van links. Foto Spaarnestad/ Hollandse Hoogte

De vijf Eindhovense jongens die op 18 november 1959 in de trein naar Heemstede zaten, wisten uiteraard niet dat ze geschiedenis gingen schrijven. Via via waren ze in contact gekomen met platenmaatschappij Bovema, waar ze die dag een paar proefopnamen mochten komen maken. Ze hadden al een paar nummers van eigen makelij gerepeteerd, maar tijdens de reis bleek dat hun zanger, Peter Koelewijn (19), een paar dagen eerder nog een nieuw nummer had geschreven. Het heette ‘Kom van dat dak af’.

In de treincoupé, onderweg naar de Bovema-studio in Heemstede, hadden ze dat nieuwe nummer meteen ingestudeerd. Maar eerst namen ze de afgesproken titels ‘De hele stad is gek en dol’ en ‘Jenny’ op, waarmee ze thuis in Eindhoven, onder de naam Peter & zijn Rockets, al enig succes hadden geboekt. En toen was er nog net een minuut of vijf over om ook dat nieuwe liedje op te nemen.

Bovema-directeur Ger Oord zag er echter niets in. Hij wilde niet dat zijn gerenommeerde platenmaatschappij in verband zou worden gebracht met zulke herrie. Met als gevolg dat de opnamen van Peter & zijn Rockets op de plank bleven liggen. Totdat Co de Kloet, producer van het VARA-radioprogramma Tijd voor teenagers, een paar weken later weer eens langs kwam bij Bovema. De Kloet was een belangrijk man, want zijn programma draaide één uur per week muziek voor tieners – het muziekgenre dat pas later beat- en nog weer later popmuziek ging heten. Meer dan dat ene uur op de late vrijdagmiddag hadden de Nederlandse omroepen in die dagen niet te bieden. Andere programma’s of radiozenders waar tienermuziek te horen was, bestonden nog niet.

Puur Nederlands

De Kloet vroeg, als gewoonlijk, of Bovema nog iets bijzonders, iets verrassends had dat hij voor zijn programma zou kunnen gebruiken. Zo kreeg hij een proefpersing van ‘Kom van dat dak af’ in handen. Waarop hij zo enthousiast reageerde dat de platenmaatschappij prompt besloot het plaatje op de markt te brengen. En natuurlijk kreeg De Kloet de primeur. In de uitzending van 8 januari 1960 – zestig jaar geleden – draaide hij het nummer maar liefst drie keer: aan het begin, in het midden (met een interviewtje met Peter Koelewijn) en aan het slot.

‘Kom van dat dak af’ ging de geschiedenis in als de eerste echte rock-plaat van puur Nederlandse makelij.

Al waren er in de voorgaande jaren wel een paar voorlopers geweest. Vier jaar eerder, in het voorjaar van 1956, was het baanbrekende ‘Rock around the clock’ van de Amerikaanse rock-pionier Bill Haley in de Nederlandse platenwinkels verschenen – tegelijk met de gelijknamige film waarin dat nummer te horen was. Tot de velen die zich door die nieuwe muziek lieten begeesteren, behoorden ook Peter Koelewijn en zijn vrienden. Ze werden aangestoken door de eenvoudige en daardoor des te doeltreffender backbeat van twee gitaren (lead en ritme), een aanvankelijk nog rechtopstaande bas, een scheurende saxofoon en soms ook een piano met beukend bespeelde toetsen.

Maar de allereerste Nederlandse rockers waren Peter & zijn Rockets niet. Die eretitel behoort toe aan de rockbandjes die destijds in Den Haag en omstreken werden gevormd door jongens van Nederlands-Indische afkomst voor wie de gitaar al jarenlang een vertrouwd instrument was. De grootste namen in het genre dat later werd betiteld als indo-rock, waren The Tielman Brothers – in feite de eerste echte rockgroep van Nederland. Maar van een echte doorbraak is het nooit gekomen. Misschien omdat ze in hun hoogtijjaren vaker in Duitsland optraden dan in eigen land. Of omdat ze nauwelijks eigen nummers schreven. Het succes van de Rockets uit Eindhoven hebben ze, hoe dan ook, nimmer kunnen evenaren.

Intussen was er 1956 ook binnen de kortste keren een Nederlandse vertaling van ‘Rock around the clock’ op de markt, gezongen door de zusjes Julie en Elly Lankester die zich de Melody Sisters noemden. Erg gepolijst was de tekst van deze versie echter niet: „Wanneer de klok haar zeven slagen doet/ weet jij de vaste plaats waar ik jou ontmoet…” En ook het rock-’n-roll-gevoel ontbrak.

Een jaar later kwam er nog een tweede, al bijna even gladde, ‘Rock around the clock’ met een Nederlandse tekst. Gezongen door het herenduo de Spelbrekers, dat de nieuwe muziekmode danig in het belachelijke trok: „Papa valt op de rock-’n-roll/ hij steigert als een knol op hol…”

De Spelbrekers waren al ruimschoots in de dertig toen ze dat plaatje volzongen. Met het jeugdige publiek en het heftige rock-ritme hadden ze vermoedelijk geen enkele affiniteit. Net als de meeste andere volwassenen vermoedden ze waarschijnlijk dat deze rock-rage wel weer gauw uit de mode zou raken. Dit was immers „die uit Amerika overgewaaide waanzin die ze daar rock-’n-roll noemen”, zoals het damesblad Libelle in 1957 schreef – om er sussend aan toe te voegen dat het hier om „een abnormaal verschijnsel van voorbijgaande aard” ging.

Parodie en spot

Zo introduceerden de Spelbrekers een genre dat vooral bedoeld was om de gemoederen van het volwassen publiek tot bedaren te brengen: de rock-parodie. Maak je niet ongerust, luidde de strekking van hun gezang: die gekkigheid gaat heus wel weer over.

Zo was de rock-’n-roll eind jaren vijftig in Nederland korte tijd het werkterrein van komieken van middelbare leeftijd die een nieuw mikpunt voor spotternij hadden ontdekt.

Neem het nummer ‘Rock and roll’ (eveneens 1957) van de conferencier en moppentapper Cees de Lange, met de mallotigste tekstregels uit de gehele Nederlandse liederenschat: „Sara, je rok zakt af/ moeder, het is mijn rol!”

Of neem de rock-parodie die in 1958 werd gezongen door de cabaretier Wim Sonneveld wiens repertoire doorgaans fijnzinniger was dan het jachtig getoonzette ‘Waar is mijn petje’ („ik ben mijn petje kwijt”) – over de kolderieke zoektocht naar een petje dat zich blijkens het laatste couplet al die tijd heeft bevonden op het hoofd van de zanger. Niettemin schreef het Algemeen Handelsblad, voorloper van deze krant, in die dagen dat Sonneveld dit liedje mocht rekenen tot „de pronkstukken op zijn repertoire”.

Soms werd de rock-’n-roll zelfs in de maling genomen door artiesten die zelf nog in de puberleeftijd verkeerden. Zoals de broertjes Godert en Luc van Colmjon, ook in 1958, die het duo The Butterflies vormden. Hun grote voorbeeld was ‘Wake up little Susie’ van The Everly Brothers, over de tienerpaniek van een jeugdig stelletje dat in de bioscoop in slaap was gevallen – en dus onherroepelijk de toorn van hun ouders zou oproepen.

In de Nederlandse vertaling was echter niets meer over van dit hoogst herkenbare adolescentenprobleem. The Butterflies zongen ‘Willem word wakker’, waarin een zekere Willem blijft doorslapen als zijn vrouw gestommel op de gang hoort. In het hele lied kwam niet één teenager meer voor.

Met als gevolg dat de rock-’n-roll in die eerste jaren in Nederland vooral synoniem was voor kluchtige perikelen op ritmische deuntjes. En niet, zoals in Amerika, voor jeugdig elan, opstandige energie en prille liefde.

Welbeschouwd stond ook het baanbrekende ‘Kom van dat dak af’ nog met één been in die traditie. Het nummer ging, hoe ruig het ook werd gezongen en gespeeld, over een komisch bedoeld voorval waarin uitsluitend volwassenen optraden. Jan Jansen, de hoofdpersoon, was immers een getrouwde man wiens vrouw, een koorddanseres, bij gebrek aan een touw op het bordes van hun huis was geklommen en weigerde weer naar beneden te komen. Geen wonder dat de tv-recensent van de Leeuwarder Courant in 1960, na het tv-debuut van Peter & zijn Rockets, meldde dat hij even in verwarring had verkeerd: „Aanvankelijk dachten we dat ze een parodie op rock-’n-roll weggaven, maar het bleek al gauw dat ze het wel degelijk meenden.”

Zo begon de rock-’n-roll in Nederland als een genre dat zich voornamelijk leek te lenen voor grappenmakerij. Als een misverstand.