Opinie

Demografische gevolgen migratie dwingen tot keuzes

Politiek

Commentaar

Vicepremier Hugo de Jonge (CDA) heeft een boodschap. Op de vierkante kilometer van het Binnenhof wordt te weinig naar de verre toekomst gekeken. Zijn belangrijkste zorg is dat de gevolgen van migratie en de daarmee samenhangende demografische ontwikkeling onvoldoende onder ogen worden gezien. Tot degenen die in gebreke blijven, rekent De Jonge ook nadrukkelijk het kabinet. Regeren is steeds vaker reageren geworden, zei hij eind vorige week in een vraaggesprek met NRC.

Een migratiesaldo van 80.000 per jaar, zoals nu, vindt hij in elk geval te hoog. Daarbij gaat het niet alleen om de niet-westerse migratie waarvan vluchtelingen een deel uitmaken maar ook om de arbeidsmigratie binnen Europa. Het stoort hem dat het vrije verkeer van personen in de EU „zo heilig” is dat er nauwelijks over gesproken kan worden.

De reacties op De Jonges woorden waren voorspelbaar. ‘Verkiezingsretoriek’, klonk het van populistische zijde; coalitiepartner VVD wilde hem direct binden aan een nieuw asielstelsel en hoogleraar migratiegeschiedenis Leo Lucassen, deed de woorden af als „een loos gebaar voor de bühne”. Waarmee het begin van een gedachtenwisseling al in de kiem werd gesmoord. Iets dat overigens symptomatisch is voor dit ultragevoelige, verre van nieuwe onderwerp.

Dat is jammer, want als er íéts is dat zich leent voor een langetermijnvisie is dat wel migratie. Niet voor niets benoemde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dit vorige maand in een notitie als één van de politieke hoofdthema’s waar de opstellers van partijprogramma’s – bedoeld voor de verkiezingen van 2021 – zich mee zouden moeten bezighouden.

Tegelijkertijd kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met nieuwe prognoses over de ontwikkeling van het aantal inwoners in Nederland met een migratieachtergrond. Hun aantal stijgt van 4,2 miljoen inwoners nu naar 7,6 miljoen in 2060. Dat is 1,3 miljoen hoger dan de verwachtingen van de bevolkingsprognose uit 2017.

Dat bevolkingsgroei in samenhang met migratie een belangrijk allesomvattend onderwerp is, erkende de Tweede Kamer al in 2018, toen bij de Algemene Politieke Beschouwingen nagenoeg alle fractievoorzitters het kabinet in een motie vroegen verschillende scenario’s in kaart te brengen en daar „beleidsopties” aan te verbinden. Er was in de Haagse politiek duidelijk behoefte aan zicht op de toekomst.

Vorige maand liet eerstverantwoordelijk minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) de Tweede Kamer weten dat het gevraagde rapport met beleidsvarianten naar verwachting komende zomer gereed zal zijn. Hopelijk is dat niet te laat voor de schrijvers van de verkiezingsprogramma’s.

Minister De Jonge, veel genoemd als nieuwe CDA-leider, loopt met zijn woorden alvast vooruit op dat rapport. Prikkelend is de vergelijking die hij maakt tussen klimaat (waar wel plannen voor over dertig jaar worden gemaakt) en migratie (waarbij dat achterwege blijft). Er is weliswaar veel op af te dingen – het gaat om verschillende grootheden – maar wat beide zaken gemeen hebben is urgentie.

Migratie is een gegeven. Dat vraagt om duidelijke politieke keuzes gebaseerd op een langetermijnvisie. Maar dat is beter dan de ogen sluiten voor wat er aan de gang is.