Daniel Craigs laatste: de naam was Bond, James Bond

No Time To Die Dit wordt zijn laatste. Na ‘No Time To Die’ stopt Daniel Craig als James Bond. Wie wordt zijn opvolger, of opvolgster?

Daniel Craig is volgens velen de beste James Bond ooit, beter nog dan Sean Connery, de eerste 007.
Daniel Craig is volgens velen de beste James Bond ooit, beter nog dan Sean Connery, de eerste 007. Foto Francois Duhamel

Hij dreigde er in 2015 al mee, toen hij stoom afblies na Spectre. De nu 51-jarige Britse acteur Daniel Craig „sneed nog liever zijn polsen door” dan nog een keer James Bond te spelen, zei hij toen. Vooral de lange maanden bodybuilding stonden hem tegen. „Het is kut om er zo mooi uit te moeten zien”, vloekte hij in het blad Time Out.

Craig maakte er nog een, maar ditmaal lijkt het ernst: de 25ste James Bondfilm wordt zijn vijfde en laatste als geheim agent met license to kill. Het voelt af, aldus Craig. In No Time To Die, die op 2 april in première gaat, is James Bond al een pensionado die renteniert op Jamaica. Met grijze haren: „No time to dye”, grapte een tabloid. Zijn opvolger als 007 binnen MI6 wordt gespeeld door een zwarte actrice, Lashana Lynch.

Shaken or stirred? Zie ik eruit alsof me dat iets kan schelen?

Maar de volgende James Bond wordt zeker geen vrouw, zo smoorde Bond-producer Barbara Broccoli in 2018 een ontluikende vrouwenlobby in de kiem. Bookmakers op internet – ook op de nieuwe 007 valt te wedden – geven de Schotse acteur Sam Heughan van tv-serie Outlander momenteel de meeste kans. Tom Hiddleston (Loki uit de Marvelfilms) scoort ook hoog, op afstand volgen James Norton, Jack Lowden, Michael Fassbender, Tom Hardy, Idris Elba, Chris Hemsworth en Cillian Murphy.

Als eerste zwarte Bond zou Idris Elba verfrissend zijn, maar voor een debuterend 007 is hij met 47 jaar nogal op leeftijd.

Uit de branding

De opvolger van Daniel Craig krijgt hoe dan ook een zware dobber. Craig is volgens velen de beste James Bond ooit, beter nog dan Sean Connery, de eerste 007. Daar leek het niet op toen bekend werd dat hij Pierce Brosnan zou opvolgen, wiens laatste optreden in Die Another Day (2002) lauwtjes was ontvangen. Brosnan, toen 49, speelde Bond zoals acteur Roger Moore voor hem: een koele, minzame gentleman, altijd goed voor een kwinkslag. En ook bij Brosnan was James Bond zelfparodie geworden; in Die Another Day doorstond hij vrijwel ongehavend veertien maanden foltering in Noord-Korea. Alles was te veel: de sluikreclame, de gadgets (een onzichtbare Aston Martin), de digitale trucage met Bond die in smoking op een vloedgolf surfte.

Zo’n 007 paste niet langer in de nieuwe soberheid die na 11 september 2001 inzette: het publiek wilde zijn actiehelden voortaan ruig, geconflicteerd en in serieus gevaar. In 2002 debuteerde Matt Damon als Jason Bourne; met hem werd Craig veel vergeleken bij zijn debuut als Bond in Casino Royale (2006). Met zijn strakke, wat wrede mond, uitstaande oren en blond vlashaar kon zijn 007 evengoed de schurk zijn, merkte een criticus op. Geen klassieke schoonheid, wel een gevaarlijk seksobject dat met dubbel gespierde torso uit de branding oprees zoals Ursula Andress in 1962 in Dr. No.

Craigs’ Bond was rauw, grof, onbehouwen, onelegant en grimmig: „een stomp wapen”, aldus zijn bazin M. Bij wijze van introductie verdiende hij zijn ‘license to kill’ door een man in een openbaar toilet tot moes te slaan. Deze uitsmijter verspilde geen tijd aan grappen of oneliners. „Zie ik eruit alsof me dat iets kan schelen”, gromde Craig naar een ober die vroeg of hij zijn martini „shaken or stirred” wilde.

Casino Royale draaide om een bescheiden opzetje: Le Chiffre, een criminele topman met boze schuldeisers, moest in het casino zijn laatste geld aan Bond verliezen. Die retrochic in witte smoking stelde fans gerust: dit was ook nog wel degelijk James Bond. Maar dan wel één met onderdrukte trauma’s die verliefd werd op Vesper Lynd, een femme fatale tegen wil en dank die stierf in de finale.

Bond met liefdesverdriet: zulk vertoon van emotie werd voorganger George Lazenby in 1969 fataal in On Her Majesy’s Secret Service – hij speelde maar eenmaal James Bond. Maar de 21ste eeuw eist emotie, zelfs van James Bond. En Daniel Craig kon voortborduren op het pionierswerk van Timothy Dalton, die er al na twee films de brui aan gaf. Diens James Bond smeulde: een getroebleerde rebel die zijn gebrek aan controle compenseerde met improvisatie. De moed van deze Bond grenste aan doodsdrift.

Bij Daltons ‘lijdende Bond’ was geweld persoonlijk: in License to Kill (1989) nam hij op eigen houtje wraak toen een cokebaron de benen van zijn goede CIA-vriend Felix Leiter door haaien liet afbijten. (Gelukkig groeiden die in latere films weer aan.)

Reliek

Ook Craig moordt vaak uit wraak of liefdesverdriet. Regisseur Sam Mendes voerde de psychologisering van James Bond op de spits in het uiterst succesvolle Skyfall (2012). Daar komt hij in de opening bijna om het leven door een wreed bevel van MI6-bazin M – die letter staat nu nadrukkelijk voor ‘Moeder’. Bond zwaait wrokkig af en leeft als een verlopen dronkelap op een Bulgaars strand wanneer de plicht roept. Als ‘goede zoon’ verdedigt hij daarna Moeder in een broederstrijd met superhacker en ex-MI6-agent Silva, de ‘slechte zoon’ die ook door M werd opgeofferd.

In Skyfall is James Bond afgeschreven als een reliek in een wereld geregeerd door data. „Het maakt me altijd melancholiek, zo’n oud slagschip dat naar de schroothoop wordt gesleept”, mijmert de nieuwe, jonge Q als hij Bond zijn gadgets overhandigt. Uiteraard bewijst hij daarna zijn nut. Dezelfde thema’s – broederstrijd, traditie versus moderniteit, dataveiligheid – trok Mendes met minder succes door in Spectre (2015). Daar werd James Bond „een vlieger in een tornado” genoemd, maar had hij zichzelf en zijn wereld weer helemaal onder controle. Veel ging terug naar af: MI6-chef M was weer een man, Miss Moneypenny zijn secretaresse en goeie oude Ernest Stavro Blofeld leidde met Nehrujasje en Angorakat een wereldwijd misdaadkartel.

Van beginnend geheim agent via veteraan naar pensionado: de cirkel lijkt nu rond. De vijf Bondfilms van Daniel Craig bleken – ook dat is heel 21ste-eeuws – een doorlopende serie. Een grote liefde kon een film later worden gewroken, een schurk van twee films geleden dook weer op. Volgens geruchten zag Danny Boyle in 2017 na „creatieve meningsverschillen” af van de regie van Craigs laatste film omdat hij de cyclus wilde afsluiten met de dood van James Bond. Of juist niet: daarover bestaat onduidelijkheid, die op 2 april wordt opgelost.

Hoe dan ook moet de volgende James Bond opnieuw beginnen. Toen Bondfilms nog losse episodes waren, kon de nieuwe 007 van dienst gewoon op de rijdende trein springen. Die luxe mist Craigs opvolger.

Herziet die nieuwe James Bond ook zijn seksuele wangedrag? In 1995 noemde Judi Dench als M haar toenmalige 007 Pierce Brosnan al een „seksistische, misogyne dinosaurus”, een verwijt dat als water van haar ondeugende oogappel afgleed. De viriele, maar minder hanige Craig stak gunstig af bij al zijn voorgangers. Hij liet bij wijze van voorspel zijn machismo door slimme vrouwen fileren als bindingsangst (Spectre) of minderwaardigheidscomplex (Casino Royale). Zijn James Bond deed het met een dame van zijn eigen leeftijd, de 51-jarige Monica Bellucci (Spectre). Craig hintte in Skyfall zelfs op homoseksuele ervaringen, maar was anderzijds niet te beroerd om de bange seksslavin Severine haar vrijheid te beloven en vervolgens onder de douche zelf uit te proberen.

No Time To Die wordt de eerste Bondfilm nadat #metoo de seksuele verhoudingen op scherp heeft gezet. Het vervelende met James Bond is dat hij op zijn best is als hij een tikje wreed en misogyn is. Bond valt niet werkelijk te hervormen, waarschuwde Daniel Craig al in 2015. „Hij wil gewoon nog steeds alles met een polsslag neuken.” De truc is eerder om sterke, interessante vrouwen op zijn pad te zetten, aldus Craig. Daarin lijkt No Time To Die, getuige de trailer, in april ruimschoots te voorzien.