Interview

Charli Chung: ‘Theater is er om alternatieven te tonen’

Rijzende ster: theater De voorstellingen van regisseur Charli Chung kenmerken zich door een overdaad aan gevoel: ze staan vol van liefdevolle levenslust. „Ik wil vieren wat mooi is aan het leven.”

Foto Andreas Terlaak

Al met zijn afstudeervoorstelling The dreamers (2017) speelde Charli Chung (1995) zich in de kijker. De liefdevolle boekbewerking liet de filmversie van Bernardo Bertolucci ver achter zich, niet in de laatste plaats omdat Chung het conservatieve moralisme van de filmmaker terzijde schoof en de homoseksuele dimensie van Gilbert Adairs boek in ere herstelde.

De voorstelling deed in zijn overdadige gevoel en levenslust sterk aan het werk van Marcus Azzini denken, met wie Chung al op de Toneelacademie Maastricht begon samen te werken. „Marcus heeft de thema’s in mij aangewakkerd die nu centraal staan in mijn werk. Op de toneelacademie dacht ik dat ik repertoire moest maken, maar Marcus liet me zien dat het ook anders kon. Als homo had ik na het uit de kast komen ook een weerstand ontwikkeld om daar werk over te maken – ik denk dat Marcus’ totale gebrek aan schaamte op dat vlak ook mijn angst heeft weggehaald.

„In mijn werk probeer de liefde wat minder eenduidig te maken, ik probeer een staalkaart van de liefde te maken. Het theater is er om andere manieren van leven en liefhebben en bestaan te tonen en te onderzoeken – ik hoop dat het publiek zich na afloop van mijn voorstellingen vrijer voelt.”

Ook in de voorstellingen die Chung daarna bij Frascati Producties maakte, staat de liefde in brede zin centraal. In de kwetsbare monoloog Bij jou spreekt een man die de liefde steeds opnieuw wil uitvinden, en in het uitbundige Don Caravaggio wordt de beroemde schilder als de ultieme libertijn geportretteerd.

De zoektocht naar de volmaakte liefde en naar totale overgave aan het gevoel is misschien wel de drijvende kracht achter Chungs werk – zonder dat het in makkelijk sentiment vervalt. „Ik zou mijn voorstellingen Bourgondisch theater willen noemen. Ik ben opgevoed in een horecafamilie – altijd omringd door eten, gezelligheid en gastvrijheid. Dat gevoel van gastheerschap neem ik mee in mijn kunst, verbonden met een optimistisch wereldbeeld. Ik kan zelf soms verdoofd raken van al het slechte nieuws dat de media over ons uitstort – mijn theater is een tegengeluid tegen de apathie, ik wil vieren wat mooi is aan het leven. Maar het mag geen kritiekloze viering zijn – en daarvoor heb ik vaak mijn team nodig, om mijn romantische inborst van tegenkleur te voorzien.”

Chung werkt bij het creëren van zijn voorstellingen dan ook nauw samen met acteurs, ontwerpers, schrijver en dramaturg. Zijn stijl is hands-on: betrokken bij alle facetten („ik vind het heel fijn om ook zelf het decor te schilderen”) maar ook in constante dialoog. „Dat de vrouwenrollen in Don Caravaggio en in mijn Paradevoorstelling Alles wat liefde is zo sterk zijn, is voor een groot gedeelte de verdienste van de actrice, Judith van den Berg. Ik vertrok bij Don Caravaggio vanuit een blinde verliefdheid op de vrijgevochtenheid van het hoofdpersonage, maar zij liet me de schaduwkanten daarvan zien. Dat maakt het werk rijker. Ik zie het werk ook als een collectief proces, ik maak minifamilietjes voor drie maanden – wat niet alleen vertrouwdheid maar ook pittige discussies betekent: ik kom uit een Chinees-Italiaanse familie dus een zekere neiging tot debat zit er bij mij wel in.”

Vanaf 2021 maakt Chung vast deel uit van het artistieke team van Toneelgroep Oostpool, het gezelschap waar Marcus Azzini de artistieke leiding heeft. „Vast bij Oostpool werken voelt als thuiskomen omdat mijn geboorte als regisseur daar heeft plaatsgevonden, toen ik tijdens mijn opleiding met Marcus werkte. Ik verheug me er enorm op om me door zo’n groter artistiek team te laten voeden en groter draagvlak voor mijn voorstellingen te creëren.”