Opinie

Big Tech wordt nooit Smaller Tech

‘Opsplitsen’ is niet de manier om de macht van de grote techbedrijven te breken, schrijft . Denk langer na over publieke vormen voor de omgang met data.
Apples hoofdkwartier in Silicon Valley in Californië
Apples hoofdkwartier in Silicon Valley in Californië Foto iStock

In 2019 spraken we veel over Big Tech. Helaas heeft de langverwachte ‘techlash’ zich nog niet voorgedaan: Silicon Valley ligt er nog altijd ongeschonden bij. Dit zou in 2020 natuurlijk kunnen veranderen, vooral onder een president als Democraat Elizabeth Warren. Haar populistische houding – laten we de techreuzen gewoon opsplitsen! – is gemakkelijk aan te zien voor een soort linksheid. Maar dat is het niet. Ze herhaalt alleen maar het (neo)liberale credo dat goed gecontroleerde, concurrerende markten welvaart zullen brengen.

Kritiek op Big Tech als die van presidentskandidaat Warren gaat ervan uit dat er een ‘Smaller Tech’ in het verschiet ligt. Dit populistische verhaal berust op een krachtige mythe over een misgelopen binnenlandse politiek. Hierin wordt de opkomst van Big Tech voorgesteld als een reeks beleidsfouten van verstrooide of corrupte technocratische toezichthouders, en niet als de uitkomst van een zorgvuldige beleidsplanning door een reeks verschillende elites in Washington, die graag elk middel uit hun arsenaal willen inzetten om de Amerikaanse wereldmacht in stand te houden.

Het verhaal à la Warren is vrijwel geheel gericht op binnenlandse kwesties en plaatst Big Tech zelden op één lijn met Big Money – Saoedi-Arabië en Softbank en JP Morgan – en de Big State – het Pentagon met zijn massale opdrachten en de NSA met zijn massale spionageapparaat. In de juiste positie binnen deze trojka komt Big Tech naar voren als een bijna onvermijdelijk gevolg van een mondiaal gefinancialiseerd en gemilitariseerd kapitalisme.

Het is niet verbazingwekkend dat dit verhaal nog altijd blind is voor de ware reden dat de Amerikaanse Big Tech niet kleiner is: Big Money en de Big State hebben het nodig dat het groot blijft. De eerste om ervoor te zorgen dat Wall Street zijn verliesgevende investeringen kan terugverdienen; de tweede om te waarborgen dat snel, efficiënt en goedkoop tegemoet wordt gekomen aan de Amerikaanse defensie- en inlichtingenbehoeften.

De macht van Silicon Valley is Amerika’s macht

Een verkleining van Big Tech is dan ook alleen te bereiken door te proberen de macht van Wall Street en het Pentagon in te perken en te aanvaarden dat Amerika een bescheiden rol in de wereldorde dient te spelen. Geen van beide zal vermoedelijk gebeuren, zeker gelet op de Amerikaanse zorg over de mondiale opkomst van China in alle drie de ‘dimensies’ – technologie, financiën en militaire macht.

Een ‘smaller tech’ houdt in dat Amerika zijn vermogen verliest om geopolitiek zijn macht uit te oefenen; de kans dat het Pentagon, Wall Street en Silicon Valley – laat staan de ‘America First’-regering van Trump – hiermee instemmen, is nihil. En die zal waarschijnlijk ook nihil blijven bij een verkiezing van iemand als Warren – wier opvattingen over het buitenlands beleid tamelijk conventioneel zijn, zelfs volgens de normen van Washington.

Lees ook: Elizabeth Warren heeft een plan. Maar is dat genoeg?

De macht van de snode trojka Big Tech, Big Money en Big State kan en moet worden bevochten. Maar dit moet direct gebeuren – door expliciet de banden tussen de financiële, militaire en technologische dimensies van de Amerikaanse macht bloot te leggen en te bevechten – en niet indirect door een discussie over de natuurlijke neiging tot monopolievorming in het digitale kapitalisme. Die eerste benadering leent zich tot een werkelijk progressieve politieke agenda; de tweede alleen tot de utopische verwachtingen dat de nieuwe generatie van slimmere technocraten de tegenstrijdigheden in het wereldkapitalisme zou kunnen oplossen.

Non-corporate tech

Als een dergelijk programma ontbreekt, wat zou links dan moeten doen? Het moet de tweedeling ‘Big Tech – Small Tech’ overboord gooien en in plaats daarvan over bedrijfs- tegenover niet-bedrijfstech spreken. En of die tech dan klein of groot is, doet er vaak niet zo toe; groot is geen teken van reactionair conservatisme, zeker niet als het gaat om het aanbod van publieke-netwerkgoederen als kunstmatige intelligentie.

Belangrijker dan de grootte van de belangrijkste spelers is de eigendom – niet alleen van bedrijven, maar ook van sensoren, netwerken, gegevens en diensten. In de voorstellen van Warren worden ze als nutsbedrijven aangemerkt. Daar moeten we niet in meegaan. Daarmee zou een ban worden gelegd op het soort institutionele verbeeldingskracht dat de opkomst van digitale technologieën zou hebben moeten oproepen – maar wat nog altijd niet gebeurd is.

Het nutsmodel is namelijk om veel redenen problematisch. De voornaamste is dat data – het vertrouwelijke residu van ons intellectuele, sociale en politieke leven – in één belangrijk opzicht beslist niet hetzelfde zijn als water, gas en elektriciteit (laat staan olie): data zijn doordrenkt van betekenis, waardoor ze zich voor een veelheid van interpretaties en actieplannen lenen.

Hoe dit totaal van betekenissen en acties wordt samengesteld, door wie en met welke bedoeling, is geen vraag die met enige zekerheid vooraf te beantwoorden is. Dit geheel van data kan tot een versterking van de reclamebranche leiden, de campagnes voor elektrische desinformatie voeden of banken helpen meer leningen te verstrekken – oftewel ervoor zorgen dat de raderen van het kapitalisme soepel draaien.

Radicaal nieuwe instituties

Dat kan niet het project zijn van de mensen wier hart links zit. Dit samenstel kan echter, als het goed wordt ingericht en gestimuleerd, ook meer niet-marktgedrag bevorderen, gebaseerd op solidariteit en wederzijds respect. Misschien zou het voor de kennismaatschappij kunnen doen wat de verzorgingsstaat voor de industriële samenleving heeft gedaan, namelijk een duurzame basis leggen voor een menselijke bloei in een tijd dat het kapitalisme tot de intiemste facetten van het menselijk bestaan is doorgedrongen.

Lees ook, uit de serie ‘Hoe repareren we het kapitalisme?’: Big Tech is machtig, maar er is wat aan te doen

Als we de oplossingen voor het probleem van Big Tech in het institutionele keurslijf van het oudere nutsmodel persen, geven we de kans op om een radicaal nieuw institutioneel landschap te scheppen – een landschap dat het dagelijkse leven op dezelfde manier zal hervormen als de welvaartsstaat bijna een eeuw eerder met het arbeidsleven heeft gedaan.

Deze waarachtig linkse agenda biedt geen simplistisch, schoon, maar uiteindelijk utopisch antwoord in de trant van ‘kleine’ of ‘menselijke’ tech. Maar door ‘Big Tech’ tot functie van de Amerikaanse bedrijfsmacht uit te roepen, wordt in elk geval de juiste diagnose gesteld.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.