Interview

Aimée Zito Lema: ‘Ook papier heeft een geheugen’

Rijzende ster: beeldende kunst Aimée Zito Lema wil in haar werk geen oordeel vellen, ook al heeft alles te maken met conflict en herinnering. Begin juni heeft ze een solo in de Oude Kerk in Amsterdam.

Foto Andreas Terlaak

Hoe kijk je vanuit het heden terug op bekende of minder bekende episodes uit het verleden? Hoe worden herinneringen gevormd en vervormd? Hoe worden ze vastgelegd en hoe beïnvloeden ze de toekomst? Wat vergeten we en wat blijft ons altijd bij? Over die vragen gaat het werk van de Nederlands-Argentijnse kunstenaar Aimée Zito Lema (1982). Ze verbeeldt ze in films, video’s, performances, grafiek en foto’s, waarmee ze de afgelopen jaren snel furore maakte in de internationale kunstwereld.

Zito Lema werd geboren in Amsterdam, als kind van een Nederlandse grafisch vormgeefster en een Argentijnse schrijver die het militaire regime van Jorge Videla was ontvlucht. Toen Aimée twee was, ging het gezin naar Buenos Aires. „Maar ik kwam ieder jaar wel terug naar Nederland om bij mijn opa en oma te logeren”, vertelt ze in vloeiend Nederlands aan de telefoon. Toen ze in 2001 wilde gaan studeren aan de kunstacademie van Buenos Aires was in Argentinië de economische crisis in volle gang. „Het onderwijs lag helemaal plat. Daarom ben ik in 2003 terug naar Amsterdam gekomen om aan de Rietveld Academie te studeren.”

Na de Rietveld haalde ze een master aan de Koninklijke Academie in Den Haag en werd ze toegelaten aan de Rijksakademie, waar ze in 2016 tijdens de open dagen opviel met haar installatie Paper Memory. Hierin had ze in waterbakken pulp gemaakt van foto’s uit de tijd van de Argentijnse dictatuur en daar weer nieuw papier van gemaakt. „Ook papier heeft een geheugen”, aldus Zito Lema. „Wanneer beschadigd papier gerestaureerd wordt, blijft de ‘herinnering’ aan een scheur of vouw altijd in de vezels opgeslagen. Zoals ook bij mensen trauma’s onzichtbaar aanwezig kunnen blijven.”

Werk van Aimée Zito Lema op de Rijksakademie in Amsterdam.

Foto Gert Jan van Rooij

Met haar presentatie trok Zito Lema onder meer de aandacht van de Rotterdamse galeriehouder Wilfried Lentz, bij wie ze dit jaar haar tweede expositie krijgt. Verder staat begin juni een solotentoonstelling in de Oude Kerk in Amsterdam op stapel, een project waaraan ze al anderhalf jaar werkt. „Ik ben gaan kijken naar twee conflictmomenten uit de geschiedenis van de kerk”, vertelt ze. „Sinds de Oude Kerk in 2013 een programma is gestart met site-specifieke kunst, is er veel te doen geweest over de tentoonstellingen. Zo spande de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad een kort geding aan tegen het rode raam dat de Italiaan Giorgio Andreotta Carlò in een kapel aanbracht. En nu zijn er weer Kamervragen gesteld over de huidige installatie van de Argentijnse kunstenaar Adrián Villar Rojas, die te zwaar zou zijn voor de zerkenvloer.”

Behalve in het huidige conflict verdiept ze zich ook in een belangrijk historisch conflict: namelijk de Beeldenstorm, die in 1566 flink huishield in de Oude Kerk. „Daar zijn in de kerk nog goede voorbeelden van te zien.” Samen met fotograaf Eveline Renaud en met behulp van een flinke telelens konden ze ook hoog in de nok van de kerk de sporen van de Beeldenstorm vastleggen. „Boven de pilaren zie je bijvoorbeeld de lege plekken waar eens heiligen hebben gestaan. Je ziet goed hoe gewelddadig het er destijds aan toe is gegaan. Ook de plafondschilderingen zijn grotendeels verdwenen, al kun je dankzij detailfoto’s de lijnen en tekeningen nog wel traceren. Die lijnen wil ik gebruiken voor nieuwe, grafische werken.”

Ze wil in haar werk geen oordeel vellen, zegt ze. „Ik verzamel zoveel mogelijk bronnen en gebruik die dan weer als materiaal. Ik werk altijd heel procesmatig. In dit geval heb ik de vele brieven en artikelen verzameld die de laatste tijd over de Oude Kerk zijn verschenen. Ook heb ik de stukken van het kort geding opgevraagd. Die staan vol juridische taal. Vervolgens heb ik Dasja Koot, docent aan de School voor Poëzie in Amsterdam, gevraagd om met jongeren gedichten te maken op basis van die stukken. Zij hebben die juridische taal op dadaïstische wijze verknipt tot gedichten die reflecteren op de conflicten en geschiedenis van de Oude Kerk.”

Hoe haar tentoonstelling precies vorm krijgt, weet ze nu nog niet. Ze zit nog volop in het proces. „Maar de gedichten wil ik sowieso bundelen in een kleine publicatie. Naast ruimtelijk werk denk ik ook aan een performance, waarbij de jongeren hun gedichten voordragen in de kerk. Zodat hun woorden zullen weerklinken in dat eeuwenoude gebouw. En zodat het heden samenkomt met het verleden.”