Recensie

Recensie Beeldende kunst

Zeestukken voor fijnproevers op huiselijke expositie

Tentoonstelling Museum Bredius toont bijna zeventig Hollandse zeegezichten uit de tot dusverre zo goed als onbekende privécollectie van Anthony Inder Rieden. De grootste namen in het specialisme zijn er te zien.

Andries van Eertvelt, De Terugkeer in Amsterdam van de Tweede Schipvaart naar Oost-Indië 19 juli 1599
Andries van Eertvelt, De Terugkeer in Amsterdam van de Tweede Schipvaart naar Oost-Indië 19 juli 1599 Foto Museum Bredius

De scheepvaart vormde in de economie van de Republiek der Nederlanden een factor van allesoverheersend belang. De Hollandse schilderkunst van de zeventiende en achttiende eeuw heeft dan ook talloze uitbeeldingen van dit bedrijf opgeleverd. Zee-, rivier- en kustgezichten hebben later duidelijk aan populariteit ingeboet: in de canon van de honderd belangrijkste Nederlandse kunstwerken uit de periode 1350-1750 die conservatorenvereniging Codart onlangs publiceerde, komen zeegezichten niet voor. In grote hoeveelheden wordt dergelijk werk snel een tikje saai, en dat is ook de eerste indruk van de expositie van bijna zeventig zeegezichten in Museum Bredius.

Het vergt wat meer aandacht om de schilderijen te schatten op de artistieke en onderhoudende waarde die ze bij nader inzien onmiskenbaar hebben. Die belangstelling heeft de Nederlandse kunstverzamelaar Anthony Inder Rieden (1940): in veertig jaar bracht hij in zijn Londense huis een tot dusverre slechts in kleine kring bekende collectie zeegezichten bijeen, inmiddels de grootste in particulier bezit. Door in deze niche te verzamelen heeft Inder Rieden kans gezien werk te verwerven van de grootste namen in het specialisme, zoals Jan Porcellis, Ludolf Backhuysen en Jan van de Cappelle.

Vroege exemplaren, uit de eerste decennia van de zeventiende eeuw, documenteren memorabele gebeurtenissen zoals de terugkeer van handelsschepen uit de Oost, of de zeeslag bij Gibraltar in 1607. Ook later werden historische evenementen vastgelegd, zoals het schijngevecht op het IJ tussen twee eskaders gewapende schepen dat Abraham Storck schilderde ter ere van de aankomst van tsaar Peter de Grote in Amsterdam in 1697. En natuurlijk is er de roemruchte Tocht naar Chatham onder leiding van admiraal Michiel de Ruyter: in een schilderij van Jacob Bellevois uit 1670 is te zien hoe op het toen buitgemaakte schip Unity de Engelse vlag wordt vervangen door de Nederlandse.

Maritieme zegswijzen

De meeste van de getoonde werken zijn fantasievoller van aard. Ze roepen de vele maritieme zegswijzen die het Nederlands kent in gedachten: zeilschepen die in woelige baren overstag gaan, optornen tegen de wind of in een storm schipbreuk lijden, een driemaster die op zijn kant liggend op een zandbank wordt gekalefaterd. Idyllisch zijn de voorstellingen van vissersboten in herkenbare, kalme riviermondingen; minder realistisch zijn twee dolfijnen in een gezicht op de Zuiderzee. Een klein werk met een uiterst gedetailleerd weergegeven Hollands zeilschip en andere vaartuigen is uitgevoerd met pen en inkt, een techniek waarin vader en zoon Willem van der Velde excelleerden.

In de vertrekken van het statige huis aan de Haagse Lange Vijverberg waar ooit kunstkenner en museumdirecter Abraham Bredius (1855-1946) woonde, zijn de schilderijen opgehangen op een manier die wel past bij zo’n privécollectie: een groot werk hangt hoog boven de kast en een ander in het trappenhuis, kleinere schilderijen hebben een plaats gekregen naast de deur en in de gang. Kenners kunnen hun hart ophalen bij het identificeren van de namen van de vaartuigen, waarvan het begeleidende boekje de poëzie vermeldt: Tjalk, pink en fluit. Smak, snik en kaag. Hoeker, boeier en galjoot. Hooischuit, haringbuis en Waterlandse melkschuit. Maar samenhang in chronologie of thematiek is niet nagestreefd in deze huiselijke expositie voor fijnproevers.