Reportage

Woede over arrogantie van de macht

Mond-en-klauwzeer De overheid liet in 2001 terecht 60.000 dieren ruimen in Kootwijkerbroek, bepaalde de rechter dinsdag. Woede komt weer boven.

Sommige dingen staan voor de inwoners van het Gelderse Kootwijkerbroek buiten kijf. Het bestaan van God bijvoorbeeld, maar ook dat hun dorp nooit is getroffen door mond-en-klauwzeer, (MKZ). „Tongblaren noemen ze de ziekte ook wel”, zegt boerenzoon Wout („liever geen achternaam”) aan de bar van dorpscafé Wessel. „Ik kan je zeggen: je ziet het zo als er eentje besmet is, want dan zijn ze het allemaal. Nou, er was niks te zien hoor.”

Negentien jaar geleden was Kootwijkerbroek heel even wereldnieuws. Eind maart 2001 stelden autoriteiten op de boerderij van de familie Teunissen mond-en-klauwzeer vast. De ziekte is ongevaarlijk voor mensen, maar zeer besmettelijk voor onder meer koeien en varkens. Na de vaststelling worden preventief grote hoeveelheden dieren afgemaakt. Beelden van grote grijpers die de levenloze varkens van het erf plukten beheersten dagenlang het journaal.

Binnen twee weken zijn 60.000 dieren geruimd en is het dorp verworden tot een slagveld. Blokkades, bekogeling van de Mobiele Eenheid, dode varkens die in bomen hangen: de volkswoede over het rigoureuze overheidsingrijpen is enorm in het dorp van zo’n 5.500 inwoners ten oosten van Barneveld.

Nu komen die beelden voor veel inwoners weer bovendrijven. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) besloot dinsdag dat de overheid in 2001 terecht 60.000 dieren liet afmaken. De ruiming van de dieren was weliswaar „ingrijpend”, maar „niet onevenredig”, stelt de hoogste rechter in het economisch bestuursrecht.

Het CBb erkent dat bij het laboratoriumonderzoek naar de MKZ-besmetting fouten zijn gemaakt, maar niet zozeer dat ze hebben geleid tot een verkeerde uitslag. Het einde van een juridische strijd die achttien jaar duurde, loopt hiermee uit op een teleurstelling voor de Kootwijker boeren. Schrale troost: omdat het zo lang heeft geduurd krijgen de boeren wel een schadevergoeding, soms oplopend tot een kleine 10.000 euro.

In Kootwijkerbroek hangt in 2001 een dood varken over een bord met de tekst ‘Mensen willen ook leven!!’ Foto Marcel Antonisse/ANP

‘Mijn 460 kalveren afgemaakt’

Boosheid en woede overvielen boer Gerard Broekhuizen toen hij dinsdag met dertig anderen de woorden van de rechter aanhoorde. Ze waren er speciaal voor met een bus naar Den Haag afgereisd. „Die beelden van mijn 460 vleeskalveren die hier voor de deur werden afgemaakt kwamen weer boven. En de woede. Over de arrogantie van de macht.”

Als een van de eersten was zijn boerderij aan de beurt om geruimd te worden, begin april 2001. „Boeren werden samengeroepen in het dorpshuis, hier een paar honderd meter vandaan”, zegt hij zittend aan de keukentafel van zijn boerderij. „Er was een zwak positief resultaat op één opgestuurd monster. We vroegen om een paar dagen respijt, maar de overheid wilde meteen beginnen met ruimen. Er was nul overleg.”

Hoewel de dorpsbewoners betwijfelen of het resultaat wel wijst op de ziekte – een monster van een mogelijk besmet kalf zou meermaals negatieve resultaten hebben gegeven – stelt de overheid een ruimingszone binnen een straal van twee kilometer van de besmette boerderij in. Uiteindelijk worden zestigduizend koeien, varkens, schapen en geiten van 246 boerderijen afgemaakt.

„Het is toch vreemd”, zegt Broekhuizen „dat een dergelijk besmettelijk virus maar bij één kalf is vastgesteld”. Net als hij hebben veel inwoners nooit geloofd dat in maart 2001 écht mond-en-klauwzeer was uitgebroken in Kootwijkerbroek. Ze trekken de kwaliteit van het laboratoriumonderzoek in twijfel. Uiteindelijk zou het jaren duren voor de overheid inzage geeft in die testen.

En er zíjn ook fouten gemaakt bij het onderzoek, concludeerden drie onafhankelijke deskundigen vorig jaar, in een onderzoek in opdracht van het CBb. Zo hield het laboratorium zich niet aan de vereiste protocollen. „Als je het hele verhaal bekijkt zie je zaken die niet kloppen”, zei viroloog Ab Osterhaus, een van de onderzoekers, vorig jaar op een zitting. Toch valt daarmee niet te bewijzen dat er geen MKZ was uitgebroken en de overheid dus ten onrechte heeft geruimd, zegt de rechter nu. Overigens is ook niet meer met zekerheid aan te tonen dat er wél een MKZ-uitbraak was in Kootwijkerbroek.

Lees ook dit achtergrondverhaal over 30 jaar dierenleed in Nederland

Laurens Jan Brinkhorst

De gebeurtenissen in 2001 slaan diepe kraters in het kerkdorp. De behoefte een schuldige aan te wijzen is groot. Eén iemand wordt de verpersoonlijking van de crisis: toenmalig minister van Landbouw Laurens Jan Brinkhorst (D66). Er hangt op een dag zelfs een pop die de bewindspersoon moet voorstellen aan een galg.

In Nieuwsuur gaf Brinkhorst onlangs toe „weinig empathie” te hebben getoond voor de boeren. Excuses zal hij echter niet aanbieden. Dorpsbewoners hebben nog steeds geen goed woord over voor Brinkhorst. Zoals zestiger Wout in dorpscafé Wessel. „Die hoeft hier nooit meer te komen. We jagen hem het dorp uit.”

De ruimingen van 2001 zorgden voor een diep wantrouwen jegens de overheid, een wantrouwen dat ook tijdens de huidige boerenprotesten boven komt drijven. Broekhuizen: „Vanuit het geloof hebben we geleerd dat de overheid boven je staat, maar zij hebben ons als een soort farizeeën gekleineerd. De kloof tussen de boerenpraktijk en Den Haag is alleen maar groter geworden.”

Filmmaker Geertjan Lassche volgde de dorpelingen voor zijn documentaire Mannenbroeders van Kootjebroek. „Men was helemaal niet tegen de overheid maar Brinkhorst is met zevenmijlslaarzen door de kerk gebanjerd. Om die woede te kunnen kanaliseren hebben ze het gebeuren gerationaliseerd en hoopten ze via de rechter tot erkenning van het onrecht te komen. Die route loopt nu dood.”

Het wantrouwen komt in 2017 opnieuw bovendrijven als in het naburige Barneveld de fipronilcrisis uitbreekt. Het verboden middel werd ingezet tegen bloedluis. Toezichthouder NVWA sluit achthonderd kippenstallen en laat miljoenen eieren vernietigen. Later blijkt dat er al eind 2016 signalen waren over fipronil in de eieren. Broekhuizen: „Waarom kregen we dat pas zo laat te horen?”

De gebeurtenissen uit 2001 hebben echter de diepste wonden geslagen. „Het is ons niet om het geld te doen. Het gaat erom dat wij vanwege onze christelijke achtergrond zijn weggezet als een soort buitenaardse types. Dat steekt nog altijd. We zijn echt niet wereldvreemd.” Minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) wil daarom met de boeren in gesprek. Broekhuizen: „Excuses voor hoe men met ons is omgegaan zouden wel kunnen helpen ja. Gemeende excuses, en niet voor de bühne.”

Correctie 7 januari 2020: In een eerdere versie van dit artikel stond dat fipronil werd ingezet tegen bladluis. Dat moet bloedluis zijn en is in bovenstaande versie aangepast.