Recensie

Recensie Vormgeving

Van de studio naar de straat, hoe de modefotografie veranderde

Mode Twee tentoonstellingen tonen hoe de modefotografie is veranderd. Tegen een westers model op een ‘exotische’ locatie kijken we nu anders aan.

Uit de serie Bodies van Catherine Servel (2018).
Uit de serie Bodies van Catherine Servel (2018). Foto Catherine Servel

Met een cricketbat in haar handen poseerde actrice Lilian Greuze rond 1912 in een voor die tijd zeer sportieve outfit van enkellange rok, gebreid vest en muts. Ze lijkt klaar te staan om een bal weg te slaan, totdat je merkt dat die al op de grond ligt. Door de ruime uitsnede van de print is goed te zien dat ze niet echt in een bos staat, maar voor een doek waarop een boslandschap is geschilderd. De moderne vrouw wilde naar buiten om te bewegen, maar de fotografie kon haar nog niet helemaal bijbenen.

Outside Fashion heet de expositie in Huis Marseille waar deze foto te zien is. Die schetst een van de belangrijkste ontwikkelingen in de modefotografie tussen 1910 en 1969: van studiofotografie naar straatscènes dichtbij huis en uiteindelijk reportages op exotische locaties. Die, laten we zeggen, reis wordt niet geïllustreerd met de allergrootste namen van de twintigste-eeuwse fotografie. Er is uitsluitend materiaal van het Parijse Palais Galliera gebruikt; Sylvie Lécallier, hoofd van de collectie fotografie van het modemuseum, maakte de selectie. Maar het feit dat de namen van de veelal Franse fotografen (en de in 1949 naar Parijs verhuisde Amerikaan Henry Clarke) hier niet heel bekend zijn, maakt de expositie niet minder boeiend. Duidelijk is te zien hoe fotografie, mode, vrouwenemancipatie en andere maatschappelijke ontwikkelingen hand in hand gingen, geholpen door steeds kleinere en dus gemakkelijk verplaatsbare camera’s, gevoeliger films en andere technische verbeteringen die de modefotografie de studio uit hielpen. Eerst nog dichtbij de studio, vervolgens de grens over, steeds verder.

De overstap van studio naar buitenlucht ging geleidelijk. De beschilderde rollen werden vervangen door projecties, en er werden props ingezet. Dat het in een badpak van Hermès geklede model op de cover van het Franse modetijdschrift Jardin des Modes uit juni 1937 niet echt de duikplank van een buitenzwembad opstapt is zelfs nu niet meteen duidelijk.

Actrice Lillian Greuze in cricketoutfit (rond 1912).
Foto Roger Viollet
Badpak van Hermès, de foto werd genomen in een studio (1937).
Foto Maurice Tabard
Links: Actrice Lillian Greuze in cricketoutfit (rond 1912).
Rechts: Badpak van Hermès, de foto werd genomen in een studio (1937).

Foto’s Roger Viollet/Maurice Tabard

De vroegste buitenfotografie die te zien is in Huis Marseille dateert al van 1904: een coverfoto van het blad Les Modes, met twee modieus geklede bezoeksters op de renbaan van Longchamp, een plek die naar verluidt nog meer werd bezocht vanwege de mode die er werd gedragen dan de paardenrennen. De bestudeerde manier waarop een van de vrouwen een kaart in haar hand houdt, lijkt opmerkelijk veel op de wijze waarop nu influencers hun telefoons vasthouden om zich een houding te geven als ze worden gefotografeerd. Een paar jaar later werden voor het eerst modellen naar Longchamp gebracht. Uit de jaren dertig, (late) jaren veertig en jaren vijftig hangen op de tentoonstelling vooral foto’s die zijn gemaakt in de straten van Parijs.

Een model voor Agnès, bij de paardenraces in Longchamp (1926). Foto Paul Géniaux

Van de recentste foto’s is op Outside Fashion een diashow gemaakt, waardoor de kleuren van de locaties – niet zelden tempels of een moskee– de kleding en de make-up goed tot hun recht komen. Dat die kleuren destijds ook van de tijdschriftpagina’s afknalden, was te danken aan de komst van offsetdruk. Pas in december 1964 kwam (de Amerikaanse) Vogue met het eerste fullcolournummer, iets wat werd gevierd door Henry Clarke naar India te sturen.

Een westers model in een verre ‘exotische’ locatie, met wat wilde dieren of locale inwoners in traditionele kleding als figuranten, was lang een geliefde vorm van modefotografie. Nu kijken we daar anders tegenaan. Nog afgezien van de milieuschade die verre reizen veroorzaken: de modewereld is zich er eindelijk van bewust dat het niet respectvol is om zulke al dan niet heilige plekken en mensen en dieren als achtergrond te gebruiken bij westerse modellen en mode. De mode en kapsels zelf komen vaak akelig dicht in de buurt van culturele toe-eigening.

Een jurk van Pierre Cardin in Jerash, Jordanië (1965).
Foto Henry Clarke
Model in een oscarjurk uit de Renta Boutique in Jaisamand, India (1967)
Foto Henry Clarke
Links: Een jurk van Pierre Cardin in Jerash, Jordanië (1965).
Rechts: Model in een jurk van Oscar de la Renta in Jaisamand, India (1967)

Foto’s Henry Clarke

Er wordt natuurlijk nog steeds op verre locaties gefotografeerd, maar nu ligt de nadruk meer op natuur. Daarnaast zijn fotosessies in de studio nog lang niet verdwenen. Het grootste verschil is dat er tegenwoordig geen enkele moeite wordt gedaan om dat te verbloemen.

Spelen met culturen

Hoezeer de blik op modefotografie is veranderd, is goed te merken bij Adorned/The Fashionable Show in Foam, waar werk te zien is van hedendaagse modefotografen of fotografen die op een minder directe manier met mode bezig zijn. Zoals Foam het formuleert: „Mode en stijl zijn voor hen op de eerste plaats middelen om een identiteit mee te bouwen of te bevragen, om mensen kracht te geven en te spelen met culturen, gender, ras en leeftijd.” Als er al klassieke fotomodellen te zien zijn op de tentoonstelling, zoals op een van de twee foto’s die het museum aankocht van de Amerikaanse Tyler Mitchell, een afbeelding van twee beeldschone, dunne jonge vrouwen in felgekleurde truien, zijn ze niet wit.

Prachtig zijn ook de foto’s van volle vrouwen van Catherine Servel. Hun gezichten zijn grotendeels onzichtbaar, maar hun in felgekleurde kleding gestoken weelderige vormen stralen zo veel zelfvertrouwen uit dat je dat in eerste instantie niet ziet. Voor Blah Blah Genitals werden jonge jongens door Julia Falkner en Lorena Hydeman uitgenodigd vrouwenkleding aan te trekken, waarin sommigen opmerkelijk naturel poseren. Het zwarte Zuid-Afrikaanse collectief The Sartists combineerde in een shoot streetwear van Stüssy met traditionele maskers, schilden, speren en sieraden. De serie laat zien dat de combinatie van westerse mode en Afrikaans erfgoed wel goed kan werken – mits gedaan met kennis en respect.

Foto van het Zuid-Afrikaanse collectief The Sartists (2018).

Een hoogtepunt is de Sneakers like Jay-Z van Ambroise Tézenas en Frédéric Delangle, waarvoor mannelijke vluchtelingen poseerden in kleding die ze uitzochten bij een opvanghuis. In korte interviews leggen ze hun keuzes uit, en wat kleding voor ze betekent. „Als vluchteling is het belangrijk om je goed te kleden. Zoals een oud gezegde luidt: ‘Het is beter dat mensen je mogen dan dat ze medelijden met je hebben.’”

Niet al het werk is even sterk. De expositie opent met een serie van Hadar Pitchon met zijn grootmoeder in de hoofdrol, gefotografeerd in de stijl van barokmeesters – een aanpak die inmiddels een cliché is. Het zelfportret waarop hij met de mond enigszins open poseert in wat lijkt op een zeventiende-eeuws nachthemd en met een bol met schelpen in zijn handen trekt de serie definitief de kitsch in.

Ook al is het er niet voor gemaakt, het werk dat in Foam hangt wijkt niet veel af van wat je tegenwoordig ziet in modetijdschriften en advertenties van luxehuizen. Modellen die niet superslank zijn, oudere mensen, transgender-modellen, genderloze mode en uiteraard zwarte en Aziatische modellen – het heeft allemaal de weg naar de mainstream gevonden. Dat is natuurlijk alleen maar een goede zaak.

Outside Fashion. T/m 8/3 in Huis Marseille, Amsterdam. Inl: huismarseille.nl.
Adorned, The Fashionable Show. T/m 11/3 in Foam, Amsterdam. Inl: foam.org.