Rechter: staat liet terecht 60.000 dieren ruimen om MKZ

Bij de uitbraak van mond- en klauwzeer in 2001 liet de staat in Kootwijkerbroek tienduizenden geiten, koeien, varkens en geiten ruimen. Dat gebeurde volgens de rechter terecht.
Beeld uit 2001. Boeren in het Gelderse Kootwijkerbroek bestreden het ruimen van hun dieren.
Beeld uit 2001. Boeren in het Gelderse Kootwijkerbroek bestreden het ruimen van hun dieren. Foto Hans Steinmeier

De Nederlandse staat heeft in 2001 op goede gronden geconstateerd dat tienduizenden dieren geruimd moesten worden in Kootwijkerbroek tijdens de uitbraak van mond- en klauwzeer (MKZ). Dat heeft de hoogste rechter op het gebied van economisch bestuursrecht, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, dinsdag besloten.

De zaak was aangespannen door boeren uit het Gelderse dorp. In totaal ging het om zestigduizend koeien, varkens, schapen en geiten van 246 boerderijen. Het besluit van de rechter is het einde van een juridische strijd die in 2002 begon. De inwoners van Kootwijkerbroek geloven niet dat de besmettelijke veeziekte MKZ in hun dorp is geweest en betwisten de laboratoriumresultaten die dat destijds aantoonden.

De rechtbank oordeelt dat de boeren niet kunnen aantonen dat in het laboratorium systematisch fouten zijn gemaakt. Toenmalig minister Laurens Jan Brinkhorst (Landbouw, D66) heeft terecht geconstateerd dat er op basis van de labresultaten sprake was van besmetting met MKZ.

Omdat de rechtszaak zo lang heeft geduurd krijgen de boeren wel een schadevergoeding. In sommige gevallen bedraagt die bijna 10.000 euro.