Nederlandse staat moet kostbaar Meissen-porselein teruggeven

Roofkunst De erven Gutmann krijgen eindelijk de in de oorlog geroofde kunst terug. De serviesdelen, twaalf borden en twee sauskommen, bevinden zich in de collecties van Het Loo, het Rijksmuseum en het Zuiderzeemuseum.

Het Meissen-servies werd tussen 1772 en 1774 vervaardigd in opdracht van stadhouder Willem V (1748-1806). Oorspronkelijk telde het 435 delen.
Het Meissen-servies werd tussen 1772 en 1774 vervaardigd in opdracht van stadhouder Willem V (1748-1806). Oorspronkelijk telde het 435 delen. Foto Restitutiecommissie

Veertien kostbare stukken Meissen-porselein dient de Nederlandse staat terug te geven aan de erven van de oorspronkelijke eigenaar, de Duits-Joodse bankier Herbert Gutmann. Dat stelt de Restitutiecommissie in een maandag uitgebracht advies aan minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66). Volgens de commissie heeft de minister het advies overgenomen.

De serviesdelen, twaalf borden en twee sauskommen, komen uit het zogenoemde stadhoudersservies. Dat werd tussen 1772 en 1774 vervaardigd in opdracht van stadhouder Willem V (1748-1806). Oorspronkelijk telde het servies 435 delen, alle gedecoreerd met aan Nederland en Nederlands-Indië gerelateerde taferelen. De veertien te retourneren serviesdelen bevinden zich in de collecties van Het Loo, het Rijksmuseum en het Zuiderzeemuseum.

Pikant is dat twee sauskommen en vijf borden in 1975 bezit van koningin Juliana werden. Zij kocht de serviesdelen in 1975 uit een collectie in Heemstede. Eind jaren zeventig verkocht de koningin de roofkunst aan de Stichting ’t Konings Loo, een steunstichting die voor museum Het Loo verwerft. Sindsdien zijn de serviesdelen rijksbezit.

Pas in 2014 ontdekte een gespecialiseerd onderzoeksbureau de veertien geroofde serviesdelen in rijksbezit. Staatsonderzoek naar roofkunst in rijksbezit had eerder geen herkomstproblemen aan het licht gebracht. De erven Gutmann dienden in 2015 een restitutieclaim in.

Eerdere claims van de erven Gutmann over andere kunstschatten werden door de restitutiecommissie afgewezen. In een persbericht laat kleinzoon Francis FitzGibbon weten dat de erven blij zijn met het advies en door te zullen gaan met het opsporen van andere kunstschatten die Herbert Gutmann door het naziregime in 1934 moest laten veilen.

In 2009 ontdekte de Duitse regering in de Bondsdag een portret van de Duitse kanselier Otto von Bismarck dat uit het bezit van Gutmann kwam. Ook daar bleek het om roofkunst te gaan. Het schilderij is teruggegeven.