Geestelijken die in de gevangenis werken hebben ook verschoningsrecht

Geestelijk hulpverleners, van welke stroming dan ook, hoeven niet te verklaren over bekentenissen van gedetineerden. Dat heeft de hoogste rechter bepaald.
De Hoge Raad deed de uitspraak maandag in een moordzaak uit 2012.
De Hoge Raad deed de uitspraak maandag in een moordzaak uit 2012. Foto Lex van Lieshout/ANP

Geestelijken die in gevangenissen werken mogen zwijgen over informatie die ze gehoord hebben van verdachten. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag bepaald. Naast artsen, advocaten en notarissen geldt het zogenoemde verschoningsrecht ook voor geestelijken, ongeacht de stroming waartoe zij behoren.

De hoogste rechter van Nederland deed de uitspraak in een zaak over een moord in Axel. In 2012 ontvoerden en mishandelden twee verdachten een 86-jarige man, met als doel geld van hem te stelen. Het slachtoffer werd uiteindelijk om het leven gebracht, zijn lichaam werd achtergelaten in een sloot. De twee verdachten werden veroordeeld tot 15 en 24 jaar cel.

De verdachte met de laagste straf verklaarde later tegenover twee geestelijk hulpverleners in de gevangenis dat hij de moord alleen had gepleegd. Volgens de advocaat van de man met de hoogste straf zou dat zijn verdachte vrijpleiten.

Boeddhist en humanist

De twee verzorgers weigerden over de uitspraken van de medeverdachte voor de rechter te verklaren, en beriepen zich op hun verschoningsrecht. De advocaat van de veroordeelde die in cassatie ging, maakte daar bezwaar tegen. Zij zouden als respectievelijk boeddhist en humanist niet als geestelijke aan te merken zijn, en dat recht daarom niet hebben.

In die redenering ging de Hoge Raad niet mee. Vanwege „de aard en inhoud van hun functie” hebben alle geestelijk verzorgers in de gevangenis het recht om te zwijgen, ongeacht de stroming waartoe zij behoren.