Leonard Cohen en zijn geliefde Marianne Ihlen. Beeld uit de documentaire ‘Leonard & Marianne: Words of Love’.

Interview

Marianne Ihlen, de sneue muze van Leonard Cohen

Interview Nick Broomfield Nick Broomfield maakte een documentaire over singer-songwriter Leonard Cohen en zijn inspiratiebron Marianne Ihlen. De Noorse vrouw was ook de muze van Broomfield.

Leonard Cohen schreef het liedje ‘So Long, Marianne’ en ‘Bird on a Wire’ over haar. De Canadese bard begon in 1960 een relatie met de Noorse schrijversvrouw Marianne Ihlen toen hij als onbekende beatnikdichter op het Griekse schrijverseiland Hydra aanspoelde. Met zijn oma’s erfenis kocht Cohen een simpel huis en schreef daar aangemoedigd door Mariannes adoratie en amfetamine een dichtbundel en twee romans die welwillend werden ontvangen of afgeserveerd als „verbale masturbatie”. Pas in 1967 vond de toen 33-jarige Cohen zijn ware roeping als melancholieke singer-songwriter met het kampvuuralbum Songs of Leonard Cohen.

Leonard & Marianne: Words of Love van Nick Broomfield is een boeiend, wat sentimenteel dubbelportret van de dichter en zijn muze. Broomfield toont de schaduwkanten van de jaren zestig: verwoeste levens, verslaving, zelfmoord. „You held on to me like I was a crucifix”, typeerde Cohen in 1967 Mariannes liefde. Na zijn doorbraak had hij steeds minder tijd voor haar: een half jaar op Hydra werd een maand, een week, twee dagen.

Vele honderden minnaressen en groupies later klopte Leonard Cohens nieuwe muze Suzanne Verdal – niet de Suzanne die hem meenam naar de rivier – op Mariannes deur met het verzoek of ze haar biezen wilde pakken. Ze keerde terug naar Noorwegen, transformeerde tot secretaresse in de olie-industrie en huwde een brave Noor. Haar zoon Axel, in Hydra opgegroeid tussen drugs en vrije liefde, belandde in inrichtingen. Maar bij concerten van Leonard Cohen bleef er voor Marianne altijd een plekje op de eerste rij. Toen ze op 2016 op haar sterfbed lag, schreef Cohen haar een ontroerende brief. Zelf overleed hij vier maanden later.

Een grootse liefde tussen dichter en muze, aldus documentairemaker Nick Broomfield (1948). Hij heeft een speciale reden voor het maken van de film: Marianne Ihlen was ook zijn muze. „Ze was het kernmoment in mijn leven.” De ruwweg vijftig mensen die Broomfield over haar sprak zijn oude vrienden. Zeer oud: als we bellen, werkt Broomfield aan de necrologie van de dag ervoor overleden dichter Rick Vick, die ook in beeld komt. „Deze film was nu of nooit.”

Nick Broomfield is een invloedrijk filmmaker die in Chicken Ranch (1983) de zelfreflectieve stijl introduceerde waarbij de filmmaker deel is van de documentaire: dat leidde tot Michael Moore en Louis Theroux. Maar in 1969 was Broomfield een 20-jarige, ongedurige student rechten die vagelijk droomde over film, vertelt hij. Die zomer was hij met zijn ouders op cruise in de Egeïsche Zee, „enorm saai en bourgeois”. De echtgenote van het toekomstige hoofd van de Anglicaanse Kerk, „een uitbundige, extraverte vrouw”, zag zijn verveling en adviseerde hem na de cruise de boot naar Hydra te nemen, toen alom bekend als poel van zonde.

Glamoureuze Noorse vrouw

Op de kade werd Broomfield uitverkoren door The Sin Bin, een hotel dat zelf zijn gasten selecteerde. De eigenaars namen hem die avond mee naar de enige nachtclub van het eiland: „Dansen, drinken, soms gingen de kleren uit en dook iedereen in zee.” Broomfield „kon zijn geluk niet op” toen „die prachtige, glamoureuze Noorse vrouw naar mij keek”. Hij bracht een paar dagen door in Mariannes – en Leonard Cohens – huis. Toen zij hoorde dat hij films wilde maken, liet ze hem werk zien van een vriend, de documentairemaker D.A. Pennebaker. „Het eindigde wat gênant”, vervolgt Broomfield. „Ik moest weg toen een andere minnaar arriveerde. Maar haar aanmoediging inspireerde mij.” In 1971 debuteerde hij met Who Cares, een korte film over de ontruiming van een sloppenwijk. In die tijd bezocht Marianne hem in Engeland en hadden ze enkele maanden een affaire.

In 1969 was Hydra in de ban van een Leonard Cohen-cultus, met Marianne als hogepriesteres. „Uiteraard gaf ze me een snelcursus in zijn muziek en probeerde ik zijn poëzie te ontcijferen. Ik vond hem diepzinnig, evocatief en spiritueel.” Zelf ontmoette Broomfield Cohen pas medio jaren negentig, tussen zijn glorietijd en zijn herontdekking in de 21ste eeuw in. Ze waren die avond allebei ‘accessoires’ van bevriende actrices op een Emmy-gala. „We raakten direct bevriend, ook door ons gezamenlijke verleden: Hydra, Marianne en haar zoon Axel, die Leonard als zijn surrogaatvader zag.”

Ernstige morele zoektocht

Broomfields portret van Cohen is genuanceerd: een grappige, complexe dichter die zijn excessen – drugs, vrouwen – koppelde aan een ernstige morele en spirituele zoektocht. Marianne blijft een appendage, een mooi gezicht. Haar latere leven laat Broomfield buiten beeld: hij lijkt haar ‘aanpassing’ beschamend te vinden. „Ze veranderde uiterlijk en innerlijk, met een mantelpak en gelakte nagels.” Pas op haar sterfbed is ze weer interessant, als ze verrukt reageert op Cohens brief. Broomfield: „Ik geloof echt dat zij hun leven lang een spirituele band hielden.”

Ik hoor een heel diepe zucht als ik de feministische kritiek op Marianne & Leonard ter sprake breng. Dat Broomfield de muze romantiseert die zich volledig wegcijfert voor het genie dat te groot is voor één vrouw. „Het is nu oorlog tussen de seksen, een tijd van nijd en wantrouwen. Mijn tijd was er één van harmonie tussen man en vrouw. Feminisme ging toen niet over Harvey Weinstein en dat alle mannen zoals hij zijn, het ging over herdefinitie van rollen. Mijn echtgenote Joan Churchill is de eerste Britse cameravrouw. Zij filmt al mijn documentaires, ik doe het geluid. Ik wilde zelf filmen, maar zij was beter. Dáár ging feminisme toen nog over: dat vrouwen even capabel zijn als mannen en vaak beter.”

Maar is de levensloop van de muze Marianne niet een beetje sneu? Al dat wachten op en smachten naar Cohen, zoontje in de vernieling, noodgedwongen terug in het gareel? Broomfield: „Marianne noemde zichzelf zijn muze. Zij kon echt luisteren, was oprecht geïnteresseerd, had oog voor talent en moedigde dat aan. Ik denk dat zij op haar onconventionele manier enorme invloed op Cohen heeft gehad. Maar dat is lastig uit te leggen in deze gepolariseerde en benepen tijd.”

Wat leverde dat alles haar dan op?

Broomfield, aarzelend: „Nou, Leonard bracht haar als spirituele mentor in contact met het boeddhisme. En – toegegeven – ook met Scientology. Misschien was haar leven wel gelukkiger geweest zonder hem. Met huisje, boompje, beestje, een baan van negen tot vijf en het diner om zes uur op tafel. Wat denkt u zelf?”