Aanklagers willen tot zes maanden celstraf voor Trump-adviseur Flynn

Michael Flynn loog tegen de FBI over contacten met de Russische ambassadeur in de VS. Hij werkte mee met het onderzoek van speciaal aanklager Mueller in ruil voor strafvermindering.
Michael Flynn komt aan bij een rechtbank in Washington in december 2018.
Michael Flynn komt aan bij een rechtbank in Washington in december 2018. Foto Carolyn Kaster/AP

Amerikaanse aanklagers hebben dinsdag de rechtbank verzocht om de voormalige nationaal veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Trump, Michael Flynn, te veroordelen tot een gevangenisstraf tot zes maanden. Dat blijkt uit documenten die bij de rechtbank zijn ingediend, meldt persbureau AP.

Flynn heeft in 2017 toegegeven dat hij tegen de FBI had gelogen over zijn contacten met de Russische ambassadeur in Washington in de weken voordat Trump aantrad. Eerder pleitte de Amerikaanse justitie nog voor vrijspraak omdat Flynn - in ruil voor strafvermindering - bijdroeg aan het onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller naar Russische bemoeienis in de Amerikaanse verkiezingen van 2016.

In december 2018 werd het vonnis tegen Flynn, die slechts enkele weken voor Trump werkte, onverwacht uitgesteld. Flynn had om uitstel verzocht nadat de rechter hem tijdens een zitting behoorlijk bekritiseerd had. Flynn vreesde dat de rechter hem tot celstraf zou veroordelen, zelfs zonder dat de aanklagers dat hadden geadviseerd. Hij hoopte, door tijdens de uitstel verder samen te werken met de aanklagers, straf te kunnen ontlopen.

Lees ook dit profiel van speciaal aanklager Robert Mueller: onverstoorbaar, nauwgezet en altijd discreet

‘Flynn dwarsboomde onderzoek naar zakenpartner’

De aanklagers hebben de rechter nu - in tegenstelling tot eerder - wel om straf verzocht, onder meer omdat Flynn zich zou hebben „teruggetrokken van zijn aanvaarding van verantwoordelijkheid” en zou hebben geprobeerd het onderzoek naar een van zijn zakenpartners te dwarsbomen.

Volgens de aanklagers is het duidelijk dat Flynn „zijn les niet heeft geleerd”. Hij heeft zich volgens hen gedragen „alsof de wet niet op hem van toepassing is, en alsof er geen gevolgen voor zijn acties zijn”. Op 28 januari wijst de rechter vonnis in de zaak.