Opinie

Het verlangen om katholiek te zijn

Marjoleine de Vos

In zekere zin hebben ze dezelfde fout gemaakt, de twee katholieke geestelijken, paus Benedictus XVI en kardinaal Bergoglio, de latere paus Franciscus: ze hebben de kerk, het eigene beschermd ten koste van de mensen om wie de kerk zich zou moeten bekommeren. Paus Benedictus heeft dat gedaan door het kindermisbruik van geestelijken niet te zien als een ramp voor de kinderen, maar als een ramp voor de kerk. Bergoglio probeerde zijn orde te beschermen door te onderhandelen met de Argentijnse junta in de tijd dat hij provinciaal overste van de Jezuïeten was.

Het zijn alletwee geen geringe fouten en ze worden in de film The two popes ook niet vergoelijkt, zij het dat aan de misbruikaffaire heel wat minder aandacht wordt geschonken dan aan het verleden van Bergoglio. Niet dat die twee elkaar zoals in de film voor een lang gesprek ontmoet hebben, maar wat ze zeggen schijnt wel te kloppen.

Toen ik de film had gezien dacht ik: zal ik dan toch maar katholiek worden? Niet vanwege de kerk, die belachelijke hoeveelheid mannen in kostuums die alles bestieren. Ook niet omdat ik vertederd was geraakt door de pausen, maar om twee dingen: dat ze allebei een moreel kompas hadden dankzij hun geloof, en om de biecht.

Dat kompas van ze was natuurlijk niet bepaald onfeilbaar. Bovendien wees de naald van de een in een andere richting dan die van de ander, kwestie van interpretatie, van keuze uit de talrijke mogelijkheden van kerk, Bijbel, het katholieke geloof en de eigen houding daartegenover. Maar hoe dan ook hadden ze alletwee een moreel houvast, een voorbeeld.

Je kunt zeggen: dat heeft iedereen. En dat is misschien ook wel zo. We hebben Kants categorische imperatief (handel uitsluitend volgens het maxime waarvan je kunt wensen dat het een algemene wet zou zijn), we hebben de wetten, we hebben de gulden regel (behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden) – wat hebben we nog meer nodig?

Toch nog wel het een en ander. De wereld zit vol met ingewikkelde morele kwesties, grote en kleine, en het kan heel makkelijk gebeuren dat je je afvraagt wat goed en juist is en dat al die aanwijzingen geen houvast bieden. Of dat ze dat wel doen, maar dat je niet weet hoe nu verder met jezelf om te gaan. Het geweten zegt alleen maar ‘Nee, dat was niet goed’. En dan?

Dan misschien de biecht. Ik lees nogal eens Borges’ verschrikkelijke gedicht ‘Christus aan het kruis’ (vertaling Robert Lemm), een gedicht waarin het lijden van een menselijk lichaam centraal staat. Het gaat over een gekruisigde die niet weet dat er kathedralen zullen voortkomen uit zijn woorden, of al die theologie, of ‘het Vaticaan dat legers zegent’. Hij weet alleen dat er spijkers door zijn handen zijn geslagen. In dat gedicht staat ook: „Hij heeft ons een schitterende beeldspraak/ nagelaten en een leer van vergeving/ die het verleden ongedaan kan maken.”

Ik stem in en struikel tegelijk. Het verleden kán niet ongedaan gemaakt worden immers. Maar het kan wel anders meegedragen worden.

Bergoglio heeft geprobeerd zijn verleden goed te maken, maar hij vindt dat zelf ‘nooit genoeg, nooit genoeg’. Hij kan nog steeds niet echt met zichzelf leven. Benedictus zegt tegen hem: „Jij bent God niet. Je bent maar een mens. Ego te absolvo.

Ik vergeef je. Namens een god die gekruisigd zei: „Vader vergeef hen”. Dat is ingewikkeld, maar duidelijk is wel dat het vreemd, zo niet onmogelijk is, om dat tegen jezelf te zeggen. Dus blijven we ons leven lang wroegen en onze tekortschietende menselijkheid niet aanvaarden. En daarom wil ik soms katholiek zijn. Om die leer van vergeving.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.