Enorm nieuw olieveld maakt de Noren nog rijker

Oliewinning Noorwegen wil een toekomst zonder olie-inkomsten. Met de opening van een nieuw olieveld ligt dat doel weer iets verder weg.

Productieplatforms van Equinor op het Johan Sverdrup-veld in de Noordzee.
Productieplatforms van Equinor op het Johan Sverdrup-veld in de Noordzee. Foto Ints Kalnins/Reuters

Het Noorse staatsbeleggingsfonds bereikte vorig jaar oktober een nieuw record. De waarde ervan was gestegen naar 10 biljoen Noorse kronen, omgerekend 950 miljard euro. Op de website van Norges Bank, die het fonds beheert, blijft het tellertje dat de waarde aangeeft intussen realtime oplopen.

De exploitatie van Johan Sverdrup zal die waarde ongetwijfeld nog verder opstuwen. Deze dinsdag opent koning Harald V van Noorwegen dit enorme olieveld in de Noordzee officieel.

Het veld, vernoemd naar een 19de-eeuwse premier, bevat naar schatting 2 miljard tot 3 miljard vaten olie. Uitbater ervan is oliebedrijf Equinor (tot 2018 bekend als Statoil), dat voor twee derde in handen is van de Noorse staat en voor 3 procent in handen van het staatsfonds. De winsten uit Johan Sverdrup zullen dan ook goeddeels in het toch al fenomenaal grote fonds vloeien, dat vanaf de oprichting in 1990 wordt gevuld met opbrengsten van boorlicenties, gas en beleggingen.

De aankondiging van de openingsceremonie riep eerder felle reacties op, onder andere bij ‘groene’ parlementariërs. „De opening van het Johan Sverdrup-veld is geen reden tot feest”, zei Une Bastholm, parlementslid voor de Groenen. „Het is een enorme investering in een vergissing.” En de regering zou zich ervoor moeten schamen dat koning Harald wordt opgetrommeld om „lof en eer toe te zwaaien aan een olieproject dat de klimaatcrisis enorm zal verergeren”.

Lees ook dit verhaal over Norges Bank, een van de invloedrijkste beleggers wereldwijd: Eerst gaan de Noren, dan volgt de rest

Het veld moet tot 2078 olie opleveren. Dat is veel later dan 2050, het jaar waarin de wereldeconomie klimaatneutraal moet draaien om verdere opwarming van de aarde onder controle te houden. De trotse aankondiging dat de winning van de olie zelf vrijwel emissieloos zal gebeuren, leverde hoongelach van critici op.

Uit steenkool en olie

De ingebruikname van het veld schuurt ook met de groene koers die het staatsfonds heeft aangekondigd. Afgelopen zomer stemde het Noorse parlement voor het plan om het fonds minder in steenkool- en oliebedrijven te laten investeren. Er moet voor 11,6 miljard euro minder in ‘fossiel’ worden gestoken, terwijl de winst van ‘Johan Sverdrup’ wel in het fonds zal belanden.

Oliebedrijven die zich ook bezighouden met hernieuwbare energie, zoals Shell en BP dat doen, mogen nog wel in de portefeuille blijven. Equinor valt daar ook onder: het heeft windparken. De beslissing om uit steenkool en olie te stappen was volgens het fonds overigens niet uit klimaatoverwegingen, maar om de blootstelling aan het risico van dalende olieprijzen te beperken.

Ook al heeft Noorwegen het hoogste percentage elektrische auto’s ter wereld en draait het voor een groot deel op groene stroom, de economie leunt nog altijd voor een aanzienlijk deel op de export van olie en gas. In het land groeit langzamerhand het ongemak over een economie die wel erg sterk op één sector is gericht – en dan ook nog eens een waarvan het einde in zicht komt. Een op de tien Noorse banen en 12 procent van het bruto binnenlands product van 360 miljard euro vloeit voort uit aardolie, aldus het CIA World Factbook. Na gas is verder alleen zalm een exportproduct van enige omvang.

Niet erg concurrerend

Er moet nogal wat gebeuren, wil Noorwegen ook op de lange termijn een florerende economie houden. Zo waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds halverwege vorig jaar dat het land in veel sectoren nog niet erg concurrerend is, en dat het mede daarom belangrijk is dat de lonen niet te sterk stijgen.

Voor die noodzakelijke omslag heeft het land wel een gigantische spaarpot achter de hand: dat staatsfonds. De laatste jaren is het ook zonder olie-opbrengsten gegroeid, door beleggingen. Dat geld blijft op dit moment nog veelal buiten de economie: de regering mag per begrotingsjaar 3 procent van het fonds gebruiken, maar doet dat niet ieder jaar.

Wanneer worden de miljarden dan wél uitgegeven? Het oorspronkelijke doel bij de instelling van het fonds was het opvangen van fluctuaties in de olieprijs en het veiligstellen van geld voor een toekomst waarin de oliewinning is stilgevallen. Met de opening van het Johan Sverdrup-veld is dat moment weer even uitgesteld.