Opinie

De rechter kan vuurwerk verbieden. Maar willen we dat?

Rechtsstaat Na de Urgenda-zaak is een vuurwerkverbod binnen handbereik. Dat is een risico voor het primaat van de politiek, meent
Oudejaarsvuurwerk in de Haagse wijk Duindorp
Oudejaarsvuurwerk in de Haagse wijk Duindorp Foto Eric Brinkhorst

In Den Haag bestaat nog geen meerderheid voor een algemeen vuurwerkverbod. Maar dat doet er eigenlijk nauwelijks meer toe. Nu de Hoge Raad met de Urgenda-zaak de poort heeft geopend om de nationale politiek aan te pakken als het leven en de veiligheid van burgers in gevaar zijn, zal de rechter bij verdere aarzeling de overheid gebieden dat vuurwerkverbod in te voeren. Dat betekent dat de invoering daarvan gegarandeerd is.

In de Urgenda-zaak werd een beroep gedaan op de artikelen 2 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Die artikelen bevatten algemene criteria om het leven en de veiligheid van burgers te beschermen. De rechter redeneerde dat via de Nederlandse binding aan klimaatverdragen die artikelen van toepassing zijn, zodat ze in ons land een rechtstreekse werking hebben.

Voor hen die het klimaat een goed hart toedragen, en dat geldt ook voor ondergetekende, is deze tik op de vingers van de nationale politiek een forse en terechte stimulans om flink in de benen te komen. Maar er rijzen ook vragen over de staatsrechtelijke gevolgen. Zoals een aanzienlijke precedentwerking, waardoor de marges van de politiek veel smaller worden.

Indien een groep burgers of bijvoorbeeld een stichting die zich inzet voor een vuurwerkverbod naar de rechter stapt, dan kan de rechter vrijwel niets anders doen dan deze burgers of organisaties in het gelijk te stellen. De vraag of levens in acuut gevaar zijn in de oudejaarsnacht is een vraag die nauwelijks ter discussie staat.

Waar de rechter in de Urgenda-zaak nog een gekunstelde route moest bewandelen om aan de EVRM-artikelen 2 en 8 een soort rechtstreekse werking te geven, is die route in het vuurwerkdossier veel gemakkelijker: er zijn doden gevallen, het aantal gewonden is aanzienlijk en de bedreiging van hulpverleners en politie heeft een niet eerder vertoonde omvang aangenomen. Zonder vuurwerkverbod schendt de nationale overheid haar zorgplicht in aanzienlijke mate. Als de politiek onwillig blijft, zal via de rechter een gebod tot een dergelijke maatregel zonder twijfel worden afgedwongen.

Lees ook: Onze Grondwet is een doods instrument

Vergaande correcties

Maar het is natuurlijk de vraag of dergelijke vergaande correcties van de nationale politiek door de rechter de Nederlandse standaard zouden moeten worden. In het vuurwerkdossier zal een interventie van de rechter door de bevolking breed worden gedragen. Maar er zijn tal van dossiers te bedenken waar dergelijke interventies uiterst omstreden zijn en draagvlak niet bestaat. Vooral dan komt aan het licht dat een structurele beperking van het politieke domein door de rechter een hevige ingreep is in ons democratisch systeem.

De Grondwet verbiedt dat rechters wetgevende maatregelen van de nationale overheid toetsen aan de Grondwet. De reden daarvan is dat wij in ons land kiezen voor een primaat van de formele wetgever. In belangrijke dossiers heeft niet de rechter maar de nationale politiek het laatste woord. Als diezelfde rechter via een vergaande en nogal vrijmoedige interpretatie van het EVRM met grote regelmaat de nationale politiek de wacht aanzegt, dan komt daarmee het primaat van de politiek fundamenteel ter discussie.

Anders gezegd: wie geïsoleerd kijkt kan vrede hebben met het gebod van de rechter aan de nationale overheid om klimaatmaatregelen te nemen en een algemeen vuurwerkverbod af te dwingen. Maar het is noodzakelijk om verder te kijken dan deze dossiers en goed na te denken over de verhouding tussen politiek en rechter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.