De centrale bank moet nu ook de planeet redden

Duurzaam monetair beleid Centrale bankiers praten over klimaatverandering als financieel risico. In Australië, waar bosbranden woeden, waarschuwt de centrale bank dat dit risico alleen maar groeit.

In de Australische deelstaat New South Wales woedden afgelopen weekend 146 branden, waarvan 65 niet onder controle.
In de Australische deelstaat New South Wales woedden afgelopen weekend 146 branden, waarvan 65 niet onder controle. Foto Saeed Khan/AFP

„Denk aan Paradise, Californië.” Deze woorden klonken op een conferentie in San Francisco, afgelopen november. Een jaar eerder werd het plaatsje Paradise getroffen door de dodelijkste natuurbrand ooit in Californië. Deze eiste zeker 86 levens en vernietigde 90 procent van alle bebouwing in Paradise.

De woorden waren van Mary Daly, de baas van het district San Francisco van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve. Zij had internationale vakgenoten uitgenodigd om te praten over een thema dat in sneltreinvaart op de agenda is gekomen van centrale banken: klimaatverandering. Extreem weer, zei Daly, jaagt niet alleen verzekeraars waarop de Fed toezicht houdt op kosten. Omdat ook vaker door bosbranden de stroom uitvalt, worden elektronische betalingssystemen kwetsbaar. Zonder stroom, zei Daly, „heb je weer voor álles cash nodig” .

De opwarming van de aarde dringt zich eigenlijk vanzelf op aan de monetaire autoriteiten. Neem Australië, waar al maanden hevige bosbranden woeden. Door temperaturen boven de 40 graden en harde wind kon het vuur vorige week razendsnel om zich heen grijpen. Nu is het iets afgekoeld, maar later deze week loopt de temperatuur naar verwachting weer op.

Op de site van de Reserve Bank of Australia prijkt een grafiek van het groeiende aantal dagen met extreme hitte. De financiële schade door bosbranden, maar ook door droogte, slaat neer bij Australische verzekeraars en banken. Zo stelt klimaatverandering het financiële systeem bloot aan „risico’s die met de tijd toenemen”, stelt de centrale bank in Sydney.

Bekijk ook deze fotoserie over de bosbranden: Rooklucht, rode hemels en verbrande dieren

In Tokio wordt dat ook zo beleefd. „Klimaatgerelateerd risico” vormt een nieuwe uitdaging voor de financiële stabiliteit, zei de gouverneur van de Bank van Japan, Haruhiko Kuroda, onlangs. In Japan zijn de laatste jaren steeds meer zware natuurrampen, aldus Kuroda. Of dat nu wel of niet door klimaatverandering komt, de waarde van beleggingen en onderpand staat op het spel. In oktober kwamen door de cycloon Hagibis negentig mensen om en ontstond economische schade van minimaal 10 miljard dollar (8,9 miljard euro).

Zo waarschuwt de ene centrale bankier na de andere voor de kosten van dat klimaatprobleem waar politici maar geen antwoord op vinden.

Misschien is het geen toeval dat een centrale bankier de nieuwe klimaatgezant van de Verenigde Naties wordt: Mark Carney, vertrekkend chef van de Bank of England. Het was Carney die in 2015 als eerste centrale bankchef klimaatverandering aankaartte als financieel risico. Samen met onder meer de Nederlandse, Franse en Chinese centrale bank richtte de Bank of England in 2017 het Netwerk voor Vergroening van het Financiële Systeem op. Daar zijn inmiddels meer dan veertig centrale banken en toezichthouders aangesloten, waaronder de Europese Centrale Bank. De ECB heeft sinds kort een president, Christine Lagarde, die het klimaat als een „cruciaal” thema beschouwt voor de „missie” van de ECB.

Lees ook deze column van Maarten Schinkel: Een groen geldbeleid is niet langer onzinnig

Klimaatstresstests

Hoe ‘groen’ zijn centrale banken inmiddels? En wat kunnen ze precies doen voor het klimaat? Centrale banken zijn toezichthouders, maar ook (en vooral) uitvoerders van het monetaire beleid. Zodra het gaat over de eigen rol in de klimaatdiscussie, wordt het direct lastig.

De meeste beweging zit in het toezicht. Centrale banken moeten toch al letten op allerlei risico’s in de financiële sector – het klimaatrisico komt daarbovenop. Maar becijferen van dat nieuwe risico blijkt niet eenvoudig. De Bank of England, die als eerste aan de bel trok over het klimaat, heeft het jaren gekost om een klimaatstresstest voor banken en verzekeraars te ontwikkelen. De onzekerheden – over de klimaatverandering zelf, over het antwoord van de politiek, over technologische oplossingen – zijn niet zomaar in bestaande modellen te vatten. In december maakte de Britse centrale bank bekend dat de eerste klimaatstresstest voor de Britse financiële sector in 2021 zal plaatsvinden. Die test, waarover de sector nog mag meedenken, gaat vooralsnog over drie scenario’s: tijdig extra klimaatbeleid, vertraagd klimaatbeleid en géén extra klimaatbeleid (met drastische temperatuurstijging). Voor een periode van dertig jaar moet worden bepaald hoe weerbaar de financiële sector is.

De Bank of England noemt dit ‘pionierswerk’, al geeft ze zichzelf daarmee wat veel eer: De Nederlandsche Bank (DNB) presenteerde in 2018 al een klimaatstresstest voor de Nederlandse financiële sector. DNB richtte zich op het ‘transitierisico’: de effecten van de omschakeling van vuile naar schone energie op banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Tot 160 miljard euro aan vermogen kan verdampen door een combinatie van streng klimaatbeleid en technologische doorbraken, becijferde DNB. De DNB noch de Bank of England durft het tot dusver aan om individuele instellingen te noemen die ‘slagen’ of ‘zakken’ voor de klimaatstresstest, zoals bij reguliere stresstests wel gebeurt.

Andere centrale banken, zoals de ECB en de Fed, zijn nog niet zover. De ECB bouwt nu een „analytisch raamwerk” voor klimaatstresstests. DNB, die zich als groene voortrekker profileert, heeft de eigen methode ter beschikking gesteld aan de ECB en gaat er ook de boer mee op, onder meer in de VS.

De Fed loopt bepaald niet voorop in de klimaatdiscussie. Regionale afdelingen, zoals die van San Francisco, nemen de leiding. Heel voorzichtig waagt nu ook het centrale Fed-bestuur in Washington zich aan het thema. Op de conferentie in San Francisco sprak Fed-bestuurder Lael Brainard over de effecten van klimaatverandering op economische groei en inflatie, de twee belangrijkste graadmeters van het monetaire beleid. Onderzoek laat zien dat hittegolven de productiviteit drukken, zei Brainard, terwijl hogere verzekeringspremies en uitgaven aan airconditioning de inflatie kunnen verhogen. Ook ECB-baas Lagarde heeft gesuggereerd dat ze klimaatverandering wil meenemen in de economische prognoses van de ECB – al weet niemand nog precies hoe.

Shell en Ryanair

Veel omstredener is een idee dat Lagarde nu ook overweegt: vergroening van het monetair beleid zelf. Op de balans van de ECB is de afgelopen jaren heel wat schuldpapier van vervuilende bedrijven terechtgekomen. De ECB kocht onder meer bedrijfsobligaties van Shell, Gasunie en Repsol (olie en gas), Daimler en BMW (auto’s) en Ryanair (luchtvaart). Ze wil met het opkopen van staats- en bedrijfsleningen geld in de economie injecteren en zo de inflatie opkrikken, maar ondersteunt op deze manier ook vervuilende bedrijven.

Lees ook: Vergroening ECB moet wachten op consensus

Kan dat niet anders? Milieuorganisaties en Europarlementariërs roepen de ECB al langer op om bedrijven die veel CO2 uitstoten uit te sluiten van het opkoopprogramma. In plaats daarvan zou de ECB meer groene obligaties moeten opkopen.

Dat klinkt, bij de roep om CO2-reductie, best logisch. Maar ‘groen’ monetair beleid stuit bij veel centrale bankiers op principiële bezwaren. In het mandaat van de ECB staat prijsstabiliteit centraal, gedefinieerd als inflatie van vlak onder de 2 procent. Als een centrale bank meer gaat doen dan de inflatie sturen, begeeft ze zich op politiek terrein, vindt onder anderen het Duitse E In een speech haalde hij laatst instemmend Fed-baas Jerome Powell aan, die had gezegd dat klimaatverandering weliswaar een „belangrijk thema” is, maar niet voor de centrale bank: het is iets voor „gekozen” politici.

Om bedrijven of sectoren niet voor te trekken bij het opkoopbeleid, hanteert de ECB tot dusver het principe van ‘marktneutraliteit’. Zij koopt obligaties naar rato van beschikbaarheid op de markten. Ethische overwegingen spelen geen rol. En dat moet volgens Weidmann en andere critici van vergroening ook zo blijven. Die critici waarschuwen bovendien voor overbelasting van het monetair beleid. Moesten de centrale banken eerst de financiële crisis bezweren, nu moeten ze óók nog, in de woorden van oud-ECB-bestuurder Vítor Constâncio, „de planeet redden”.

Neutraliteit overboord

Anderen vinden dat een veel te beperkte zienswijze. Dirk Schoenmaker, hoogleraar banking and finance in Rotterdam, wijst er in een artikel op dat prijsstabiliteit weliswaar het hoofddoel is van centrale banken, maar dat ze ook secondaire doelstellingen hebben. In het EU-verdrag staat bijvoorbeeld dat de ECB ook moet bijdragen aan de „algemene” economische doelstellingen van de EU, waaronder de verbetering van het milieu. Dat punt benadrukken ook 164 maatschappelijke organisaties en academici in een open brief aan Lagarde . Zij wordt daarin opgeroepen „nu” in actie te komen voor het klimaat. Het idee van ‘marktneutraliteit’ moet volgens de ondertekenaars van de brief overboord, omdat klimaatverandering bij uitstek zou laten zien dat de markt faalt.

Rest de vraag hóé de ECB haar opkoopbeleid zou moeten vergroenen. De ECB koopt al groene obligaties, van overheden en bedrijven, maar die zijn minder voorhanden dan leningen van traditionele, fossiele bedrijven. De markt voor groene obligaties groeit wel snel. Onlangs werd in Brussel een akkoord bereikt over de criteria voor wat ‘groen’ is, en wat niet. Volgens Schoenmaker kan de ECB meteen aan de slag: ze kan de CO2-voetafdruk van bedrijven als criterium gebruiken bij de aankopen en zo de portefeuille klimaatvriendelijker maken.

Gezien de principiële bezwaren die leven tegen een groen monetair beleid, zal het voor Lagarde niet eenvoudig zijn haar 25-koppige bestuur op één lijn te krijgen.