De brilslang geeft zijn dodelijke gifcocktail prijs

Genetica Het genoom van de brilslang is bekend. Negentien genen vormen de kern van zijn giftigheid.

Een brilslang (Naja naja), te herkennen aan de ‘bril’ op zijn kraag.
Een brilslang (Naja naja), te herkennen aan de ‘bril’ op zijn kraag. Foto Rahul Alvares

Negentien genen zorgen voor de kern van de dodelijke gifcocktail die wordt geproduceerd door de gifklier van de brilslang (Naja naja), de bekende Indiase cobra vernoemd naar de brilachtige tekening achter op zijn kraag. Dit blijkt uit de eerste publicatie van het brilslanggenoom en het aansluitende onderzoek naar de genexpressie in de gifklier en andere organen, maandag in Nature Genetics, door een internationaal team onder leiding van de Indiaas-Amerikaanse Somasekar Seshagiri. Eerder zijn onder meer de genomen van de koningscobra en tijgerpython gepubliceerd (beide door onder meer Freek Vonk).

Grote vier

De brilslang is niet de allergiftigste van de slangen, maar hoort wel bij de ‘grote vier’, samen met russells adder, de zaagschubadder en de gewone krait (een koraalslang). Met zijn vieren zijn deze soorten goed voor bijna 50.000 slangengifdoden per jaar in India alleen. Ter plaatse worden gifbeten vaak bestreden met één polyvalent tegengif dat antistoffen tegen alle vier combineert. Naar schatting sterven er wereldwijd per jaar meer dan 100.000 mensen aan slangenbeten. Bij 400.000 slachtoffers leidt de beet tot amputatie.

Lees ook: Aan slangenbeten overlijden jaarlijks 100.000 mensen

De beet van de brilslang is niet altijd dodelijk, afhankelijk van de hoeveelheid gif. Maar ook van een niet-dodelijke beet zijn de gevolgen niet mis: hartproblemen, verlamming, wazig zicht, misselijkheid en bloedingen. De onderzoekers hopen dat ze met hun genetische analyse een belangrijke stap hebben gezet naar het maken van effectiever synthetisch antigif op basis van specifieke antilichamen voor de nu in detail bekende gifstoffen. Tot nu toe wordt antigif gemaakt door antistoffen te isoleren uit het bloed van paarden die zijn ingespoten met (een niet-dodelijke dosis) cobragif, hetgeen leidt tot nogal wat bijwerkingen.

Organische fragmentatiebom

In totaal bleken er 109 genen van verschillende ‘giffamilies’ tot verhoogde expressie te komen in de gifklier van de brilslang. Negentien genen komen alléén tot expressie in die gifklier zelf, en nergens anders in het lichaam van de slang. Die negentien ‘venom-ome specific toxins’ vormen volgens de onderzoekers de kern van het brilslanggif. De lijst leest als de samenstelling van een ‘organische fragmentatiebom’, waarmee het gebeten lichaam op alle mogelijke manieren kan worden beschadigd: zes neurologische gifstoffen (die het zenuwstelsel lamleggen), een cytotoxine (dat leidt tot celdood), een cardiotoxine (dat leidt tot hartritmestoornissen), een muscarine toxine (dat kan leiden tot lage bloeddruk), zes soorten snake venom metalloproteinases (SVMP’s) die bloedingen, ontstekingen en celdood kunnen veroorzaken, twee soorten ‘kunitz-protease’ (die eiwitten kapotknippen), een Crisp (die onder meer spieren kan verlammen) en zelfs een zenuwgroeifactor.