Als de rechter geen tegenspraak duldt

Wie: Pelagie (52)

Kwestie: mishandeling ggz-medewerkster

Waar: rechtbank in Assen

De Zitting

Mr. Monte van Capelle, politierechter in Assen, is niet bepaald een geduldig man. Hij is evenmin een rechter die verdachten op hun gemak stelt. Als tegenover hem een verwarde wervelwind zonder advocaat neerstrijkt, gaat de beuk erin. „Uw zoon woont in een ggz-instelling, lees ik, en u bent het daar niet mee eens.”

„Zijn gezondheid gaat achteruit”, knikt de verdachte, Pelagie heet ze, moeder van vier kinderen. Ze kwakt een stapel papieren op tafel, zakdoekjes ernaast. „En..”

„Nee mevrouw,” klinkt het afgemeten. „Dat dossier is van uw zoon. Dat behandelen we niet. Deze zaak gaat over u. U gaat het ggz-terrein op en benadert kinderen. Dat wordt zo hinderlijk dat u verboden wordt het terrein nog te betreden. Maar u doet dat toch twee keer weer. ”

Pelagie, in Rwanda geboren, blijft aanvankelijk rustig. Ze wordt verdacht van huisvredebreuk omdat ze tegen de afspraak het ggz-terrein opkwam waar haar zoon is opgenomen. Daar zou ze een ggz-medewerkster met een bezemsteel op schouders, rug en armen hebben geslagen – twee collega’s waren getuige, het slachtoffer liet röntgenfoto’s maken en zit met een doktersverklaring in de zaal.

Maar over de mishandeling wilde Pelagie bij de politie en nu ook bij de rechter niets kwijt. „Ik ben de moeder”, zegt ze, „en in mijn ogen mogen moeder en kind nooit van elkaar worden gescheiden.” Ook niet nu haar zoon volwassen is.

„Uw argument van moeder en kind gaat niet op. Als de ggz-kliniek zegt: u mag hier niet komen, dan mag dat niet. U kwam toch.”

„Ik werd gediscrimineerd.”

„Onzin”, sneert de rechter: „U begaat strafbare feiten.”

„Dit is white supremacy. Ze doen mijn zoon dingen aan...”

„Daar heb ik niks mee te maken, mevrouw. Op 23 juni hebt u een ggz-medewerkster met een bezemsteel bewerkt.”

,,Er waren mensen..”

„Mevrouw!!!” Deze politierechter, voorheen officier van justitie, duldt geen tegenspraak. Hij is negen jaar geleden overgestapt – 260 van de bijna 5.000 rechters en plaatsvervangers die in het register van de Raad voor de Rechtspraak staan, komen van het Openbaar Ministerie. „Mevrouw”, schreeuwt hij „Uw zoon interesseert me niks. Wat u hebt misdaan, kan van geen kant.”

„Ik wil mijn zoon zien.”

„Een ggz-medewerkster hoort niet mishandeld te worden op het werk. Dat kan niet en dat mag niet. Wie dat doet, overtreedt de wet. Ze heeft pijnlijke verwondingen opgelopen, kan niet meer werken en wil dat u haar 980,13 euro betaalt, smartengeld plus eigen risico ziektekosten en reiskosten.”

„Ik heb niemand geslagen.”

De ijskastogen van de rechter kijken dwars door de verdachte heen. „Zoals ik u nu meemaak, mevrouw”, smaalt hij, „bent u een opgewonden standje.”

Pelagie gaat rechtop zitten, de armen strijdvaardig over elkaar: „Nee! Ik ben netjes.”

„Nou, wat ik in uw strafdossier lees is helemaal niet netjes toch, meneer de officier?”

Aanklager Rein Meinderts acht huisvredebreuk en mishandeling bewezen. Hij wil dat de verdachte 70 uur gaat werken en alle geclaimde schade vergoedt. En gaat ze binnen twee jaar weer de fout in, dan moet ze twee weken de cel in. „Als u het niet eens bent met de behandeling van uw zoon, had u een klacht moeten in dienen.”

„Ik.....”

„Stil!” De politierechter tikt met zijn zegelring op tafel. „De officier heeft nu het woord.”

Aan onderzoek van de reclassering weigerde de verdachte medewerking, vertelt de aanklager. Ze is eerder met justitie in aanraking geweest. Toen kreeg ze een boete voor lokaalvredebreuk. „Maar onze inschikkelijkheid houdt een keer op. Het is tot hier en niet verder.”

De politierechter knikt, en gaat direct uitspraak doen, vertelt hij. Pelagie krijgt de straf zoals de officier die eiste. „Het is schandelijk en schandalig dat u er met een bezemsteel op losslaat. Als u dat weer doet, moet u de vrouwengevangenis in.”

„Maar..”

De zegelring tikt weer. „Als u hier problemen mee hebt, kunt u terecht bij de hogerberoeprechter.”

„Ik heb alle advocaten gebeld. Niemand wil helpen.”

„Deze zaak is afgelopen. Ik zeg u: dáág mevrouw.”

Aanvulling (6 januari 2020): het aantal overstappers van het Openbaar Ministerie naar de rechtspraak is gebaseerd op het register nevenfuncties, gepubliceerd op rechtspraak.nl. Daarin moeten alle rechters, raadsheren, plaatsvervangers, gerechtsauditeurs en rechterlijke ambtenaren in opleiding hun nevenfuncties en arbeidsverleden vermelden, om te voorkomen dat zij oordelen in zaken waarin zij een belang kunnen hebben.

Van de bijna vijfduizend rechters, raadsheren en plaatsvervangers in dat register hadden circa 260 een arbeidsverleden bij het OM. Daarbij moet opgemerkt worden dat het gros van het werk door een geschatte 2.300 full-time aangestelde rechters wordt gedaan. Een relatief klein deel van de zaken wordt afgehandeld door een relatief grote groep plaatsvervangers.