Suzanne Schulting na de 3.000 meter superfinale van het NK in Leeuwarden.

Foto VINCENT JANNINK/ANP

Op het ijs moet Suzanne Schulting een bitch zijn om te kunnen winnen

Interview Olympisch kampioen Suzanne Schulting won de laatste twee jaar alle belangrijke titels. Zondag werd ze Nederlands kampioen. Maar ook zij heeft bevestiging van anderen nodig.

Begin december maakte shorttrackster Suzanne Schulting (22) zich klaar voor de finale van de wereldbekerwedstrijd mixed relay in Shanghai. Nog even en dan zou ze plaats mogen nemen voor het startschot. Toen was daar dat moment, vluchtig maar bewust en helder. Even schoot ze uit haar focus, of ging ze er nóg dieper in. „Ik gloeide en werd overvallen door een intens gelukkig gevoel”, zegt ze. Het besef dat ze op het niveau sport waar ze als meisje al van droomde, was opeens daar.

Als ze erover vertelt in een café in Thialf, lijkt het haast opnieuw te gebeuren. Ze grijpt het gouden kettinkje met olympische ringen beet, trekt haar benen op en krijgt een rode waas op haar wangen. Dan probeert ze dat gevoel zo goed mogelijk onder woorden te brengen: „Holy shit, best wel sick wat ik aan het doen ben. Best wel sick dat ik een van de beste shorttrackers van de wereld ben. Wat ik de afgelopen twee jaar heb gepresteerd, is best bijzonder. Ik bedoel, echt wel vet.”

In die twee jaar werd ze olympisch, Europees en wereldkampioen. De diepe dalen en grillige prestaties aan het begin van haar carrière maakten plaats voor stabiliteit. Vorig jaar was ze oppermachtig. Bijna overal waar Schulting op het ijs verscheen, kwam ze als eerste over de streep. Behalve op het Nederlands kampioenschap, dat won ze in 2017 voor het laatst.

Het Nederlands kampioenschap shorttrack werd dit weekend gereden in de Elfstedenhal in Leeuwarden. Voor een kampioen als Schulting is het NK een tussendoortje. „Het hoort erbij, het moet, maar het zijn niet de leukste wedstrijden. De races, zeker de 1.000 en 1.500 meter, zijn niet uitdagend. Je staat niet tegenover toppers.” Het gevaar is dat ze haar focus verliest, de ontspanning de overhand krijgt. Dan kan ze uitglijden of vallen, zoals vorig jaar gebeurde op het NK – daardoor werd ze toen tweede.

Dit weekend kon ze na de drie internationale titels ook de nationale titel weer eens op haar naam schrijven. Op alle afstanden bleek ze de beste. Niemand was verrast, ook zij niet. Zelfs een valpartij in de slotrace had geen invloed meer, alleen finishen was genoeg om op het hoogste podium te klimmen.

Bij elke zege balde ze haar handen tot vuisten en schudde ze op en neer. Bij de prijsuitreikingen gaf ze het publiek een handkus en een zwaai. De concurrentie is afgelopen jaar vooruit gegaan. Winnen is daardoor iets zeldzamer geworden, weet ze. Maar in Leeuwarden was het alleen maar de Suzanne Schulting Show.

Eigenlijk kan ze op een NK alleen maar verliezen, zegt ze de vrijdag voor het toernooi. Een tweede plek zoals vorig jaar vindt ze niet genoeg, „al helemaal niet op een NK”. „Ik leg mezelf een hele hoge druk op. Wat voor wedstrijd het is, maakt niet uit. Ik wil gewoon winnen, dat is het leukste wat er is. En dat verwacht iedereen ook van mij.”

Is dat niet lastig?

„Nee, daar krijg ik juist energie van. Ik vind het terecht dat iedereen verwacht dat ik eerste zou worden op dit NK. Die druk heb ik nodig, zonder presteer ik minder goed. Maar op dit toernooi kan ik het alleen maar zelf verpesten. Het klinkt vast heel raar, maar er is ook druk omdat je wil dat mensen positief over je zijn. Dat is iets van onze generatie, dat we in de spotlights willen staan.”

Heb je dat nodig, die spotlight?

„Op het ijs ben ik heel zeker van mijn zaak. Ik weet dat ik de beste ben. Maar er is altijd wel vertwijfeling, ook soms wel binnen het schaatsen. Ik heb bevestiging nodig.”

Dat je goed bent?

„Ja, en die bevestiging krijg ik het liefst niet van mezelf, maar van anderen. Ik kijk bijvoorbeeld ook naar mijn rondetijden, terwijl dat in het shorttrack helemaal niet van belang is. Je moet gewoon als eerste over de streep komen. Het boeit dus geen ene reet, maar het is wel een indicatie van hoe goed je bent en hoe makkelijk het gaat.”

Suzanne Schulting in actie in de finale van de 1.500 meter. Foto VINCENT JANNINK/ANP

Die vertwijfeling heb je dus wel een beetje, ook op het ijs. Heb je dat ook in je leven naast de schaatsbaan?

„Na het goud op de Olympische Spelen wilde ik, net als veel sporters, olympische ringen laten tatoeëren. Dat heb ik uiteindelijk niet gedaan. Ik ben iemand die daar duizenden keren over nadenkt. Nu ik er twee jaar over heb nagedacht, weet ik het antwoord nog niet. Maar als ik het écht had gewild, had ik het allang gedaan.”

Is winnen het belangrijkst, zodat die bevestiging blijft?

„Als ik win is iedereen positief. Maar ik merk ook dat als ik niet win, mensen negatief zijn. Verdomme, denk ik dan. Shorttrack is niet zoals langebaanschaatsen. Dan is het jij en de tijd. Bij shorttrack heb je ook nog je tegenstanders binnen de race. Ik kan ook heel blij zijn met een tweede plek, als de rit maar goed was. Soms is een tegenstander gewoon beter, maar heb je wel een heel goede rit gereden.”

Zolang de ander maar écht beter was en het niet aan jezelf heeft gelegen?

„Precies. Ik zou de eerste zijn die zal toegeven dat de ander beter was. Maar als er dan toch negatief over het resultaat wordt gedaan, denk ik: godver, kijk dan naar die rit.” Ze slaat met een platte hand op tafel. „Je wordt afgerekend op je prestaties, op welke plek je eindigt. Laatst sprak ik met Max [Verstappen], en hij ervaart dat hetzelfde. Als je vier ronden te gaan hebt en op plek vijf zit, en je weet toch nog tweede te worden. Dat is pas mooi.”

Maar een race lang op kop rijden, het ultieme machtsvertoon, is dat niet lekkerder dan een echte wedstrijd?

„Het liefst ben ik dominant, rijd ik de hele tijd aan kop, win ik van begin tot eind. Maar als ik dat mijn hele leven zou moeten doen, zou dat gaan vervelen. Af en toe wil je ook een inhaalactie kunnen plaatsen, een wedstrijd waar meer energie in zit. Dan kan je laten zien wat je kan en waarom je traint.”

Hoe voelt de druk voor dit NK?

„Ik heb op een NK een mindere focus dan bij een wereldbeker of EK. Er hangt niets van het NK af, zoals wel het geval is bij de langebaanschaatsers die een ticket voor een groot toernooi kunnen winnen. Het Nederlands kampioenschap is vooral leuk voor junioren. Zij hebben alleen maar wat te winnen, rijden tegen iedereen waar ze tegenop kijken.”

Is het niet jammer dat er zo over een NK wordt gedacht?

„Ik had het er laatst met mijn vriend over, dat het verschrikkelijk zonde is. De mindset van de toppers moet uiteindelijk veranderen, vind ik. Ze zouden er hetzelfde van af moeten laten hangen als bij de langebaan. Nu is het gewoon lekker om wedstrijdritme op te doen. Tegelijkertijd wil iedereen het NK winnen. Zo is het ook wel weer.”

Wat is daarvoor nodig?

„Een bitch zijn, een kutwijf. Je moet egocentrisch zijn, anders haal je het niet. Je moet weten wat je wil en alleen maar kiezen voor jezelf. Je kan er niet altijd alleen maar voor anderen zijn. Alles moet aan de kant om te kunnen winnen.” Maar een kutwijf zijn was op dit NK niet nodig.