Opinie

Luister eens naar kwetsbare psychiatrische patiënten

‘Ik ben niet zo maakbaar als ik zou willen’, schrijft Annemarie van Essen. Maar door de huidige berichtgeving over psychiatrie bestaat die verwachting wel.

De recente stellingnames en meningen over de moderne geestelijke gezondheidszorg (ggz) zitten me wat dwars: vooral hulpverleners krijgen het woord. En iedereen neemt, zoals het in de media vaker gaat, een scherp standpunt in. Psychiater Damiaan Denys vertelde in NRC dat we tegenwoordig altijd gelukkig willen zijn en dat de drempel voor psychologische hulp te laag is. Psychiater Dirk De Wachter publiceerde een boek over geobsedeerd zijn door het geluk; hij stelt dat we niet meer met verdriet kunnen omgaan. In De Correspondent schreef Nina Polak een reeks over de revolutie in de ggz en het probleem van overbehandeling van lichte gevallen.

Maar hoe zit het dan met de meningen van de patiënten zelf?

Ik heb complexe PTSS, depressie en aanverwante problematieken. Hoewel het me nu beter gaat dan in de eerste jaren, kan ik mezelf in de verste verte niet ‘beter’ noemen. Er is sprake van herstel, maar dat is wat anders dan hersteld zijn. Als psychiatrisch onderwerp van gesprek heb ik geleerd dat iedereen daar iets van mag vinden, en dat ik dat moet beschouwen als opbeurende kritiek, feedback en welgemeende adviezen. Ook als het pijn doet.

Mijn ziekteproces is persoonlijk en maakt me buitengewoon kwetsbaar. Ik voel me enorm schuldig naar mijn mijnen; mijn man, onze twee pubers, familie, vrienden en naar mijn werkgever-die-niet-meer-mijn-werkgever-is en oud-collega’s. De toekenning van een WIA-uitkering door het UWV was, naast de emotionele hamerslag van deze beoordeling, een enorme opluchting: de meest kritische instantie die ik ken, heeft beoordeeld dat ik mijn best heb gedaan, maar niet mee kan in wat de werkmaatschappij vraagt.

Ik rouw enorm om wie ik niet meer ben en om wat ik me in de afgelopen zeven jaar ook allemaal niet heb kunnen toe-eigenen. Stilstaan in deze snelle wereld is niets anders dan achteruitgaan. En daar ben ik me pijnlijk bewust van.

Na zeven magere jaren vind ik het tijd voor de zeven vette. En ook de omgeving begint het geduld wat te verliezen. Soms subtiel, soms wat kort door de bocht. „Ben je nou nog stééds in therapie?” „Ben je er niet te veel mee bezig?” „Zou je het niet een keer loslaten?” „Als je maar wil, dan lukt het wel.”

In de beslotenheid van de behandelkamer kan ik met mijn behandelaren hier best goed over in gesprek. Dat is genuanceerd en onderbouwd vanuit hun wetenschappelijke en werkervaring, maar ook vanuit hun persoonlijke ervaring met mij en mijn kwetsbaarheden.

Maar de mensen in mijn omgeving lezen wat ze lezen, horen wat ze horen en vormen hun eigen beeld op basis van alle huidige berichten. En dat is het beeld van overbehandeling, dat er te snel wordt gezeurd of dat de mens te ontevreden is. Een aantal ronkende krantenkoppen maakt de beeldvorming af. En dát beeld, die werkelijkheid, daar word ik dagelijks mee geconfronteerd. Met de overtuiging dat wat er in de media verschijnt de enige waarheid is. Dáár komt dan de huidige berichtgeving om de hoek kijken.

Maar ík ben degene die direct in de frontlinie staat. Die telkens maar weer moet zeggen dat dat voor mij anders is. Dat ik anders ben. Niet zo maakbaar als ik zou willen. Dat willen alleen niet voldoende is om beter te worden. En dat terwijl mijn hoofd overuren maakt, omdat ik, ondanks dat ik beter weet, soms zélf begin te denken dat ik me ernstig aanstel. Was het maar zo.

Lees ook: Psychiaters zijn nu supersterren, wat zegt dat over deze tijd?

De meeste mensen in mijn omgeving verdiepen zich niet in de nuances van de ronkende stellingnames over de nieuwe ggz. En dus ben ik niet alleen behept met een psychiatrisch ziektebeeld, maar moet ik mijzelf ook nog eens verdedigen tegen eenieder die daar terloops iets over gelezen of gehoord heeft. Dit moet ik doen in al mijn kwetsbaarheid en met de realiteit van alledag.

Ik zou graag eens wat medestand willen ervaren. Dat er nu eens partij wordt gekozen voor de groep die al in de hoek van de klappen staat. De groep die ternauwernood overeind blijft, die in de publieke opinie telkens weer geconfronteerd wordt met dat rigide gepolariseerde beeld van de maakbare psychiatrie.

Geloof me, ik zou er alles voor over hebben om weer gemaakt te zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.