Necrologie

Hoe een jurist uit New York van NBA-basketbal een wereldsport maakte

Necrologie David Stern (1942-2020) Zonder David Stern was NBA-basketbal na voetbal waarschijnlijk niet de populairste kijksport ter wereld geworden.

David Stern overhandigt LeBron James de prijs voor meest waardevolle speler van het NBA-seizoen in 2010.
David Stern overhandigt LeBron James de prijs voor meest waardevolle speler van het NBA-seizoen in 2010. Foto David Maxwell/EPA

Een van de eerste tweets van 2020 van Barack Obama ging niet over de dood van de op één na machtigste man in Iran. Wijselijk zwijgt de vorige president van de Verenigde Staten over de omstreden liquidatie van generaal Qassem Soleimani, uitgevoerd in opdracht van zijn opvolger in het Witte Huis. In de tweet, na die met de beste wensen voor het nieuwe jaar, stond Obama stil bij de dood van David Stern, de man achter het succes van het Noord-Amerikaanse basketbal, de NBA. Hier sprak de oud-president als basketballiefhebber. Onder zijn mooie woorden een foto waarop hij wordt geflankeerd door NBA-commissaris Stern en een van de beste basketballers ooit, Michael Jordan - net als de president relaxed met de handen in de broekzakken. Amerikaanse vlaggen als decor.

Op Nieuwjaarsdag overleed Stern, 77 jaar oud, een paar weken nadat hij door een hersenbloeding was getroffen. Van 1984 tot in 2014 leidde hij niet alleen de National Basketball Association (NBA), hij transformeerde die van een verliesgevende organisatie met een slecht imago en teams op de rand van de afgrond in een zeer winstgevende onderneming met wereldwijde faam. Met dank aan spelers als Jordan, die in Sterns eerste jaar als ‘commissioner’ zijn debuut maakte in de NBA, Magic Johnson, Larry Bird, Kobe Bryant en LeBron James – en ontelbare niet-Amerikaanse spelers uit alle windhoeken (onder wie de Nederlander Rik Smits) die er mede voor zorgden dat NBA-basketbal ook buiten Amerika intensief wordt gevolgd. De mooiste reclame voor de NBA was de zegetocht van het Amerikaanse Dream Team naar de olympische titel van 1992; in Barcelona mochten voor het eerst basketbalprofs meedoen. Stern liet voorafgaan daaraan al NBA-competitiewedstrijden spelen in Japan en bewerkstelligde de doorbraak van de NBA in China, met dank aan de eerste Chinees in de NBA, Yao Ming. Op de Olympische Spelen in Beijing in 2008 was basketbal een van de populairste sporten.

Zijn passie voor basketbal, zijn kennis, overredingskracht, zijn vermogen om verschillende partijen op één lijn te krijgen en van de NBA één grote familie te maken, van de miljardairs (teameigenaren), miljonairs (spelers) tot en met het personeel op het hoofdkantoor van de NBA in Manhattan en de popcornverkopers in de basketbalarena’s – Sterns kwaliteiten zijn de afgelopen dagen uitgebreid geroemd. Earvin ‘Magic’ Johnson typeerde Stern als ‘a mover and a shaker’, „een man die de dingen voor elkaar krijgt”. Maar die zich bovenal van zijn menselijke kant liet zien, volgens Dream Team-speler Charles Barkley voor veel spelers een vaderfiguur.

All Star Game

Johnson bracht één van de meest dramatische episoden uit de geschiedenis van de NBA in herinnering, met Stern in een cruciale rol. Voor het begin van het seizoen 1991-1992 was Johnson gestopt: bij de sterspeler van de Los Angeles Lakers was hiv geconstateerd, het voorportaal van de dodelijke ziekte aids. Einde carrière. Maar omdat de ziekte niet verergerde, gaf Johnson begin 1992 aan dat hij zijn rentree wilde maken, in de All Star Game, de jaarlijkse strijd tussen de beste spelers uit het oosten en uit het westen van Noord-Amerika. In die tijd stierven er nog veel mensen aan aids, nadat ze met het hiv-virus besmet waren geweest. „Mensen dachten nog dat ze hiv kregen als ze me een hand gaven”, zei Johnson deze week. Stern gaf hem toestemming mee te doen aan die All Star Game. Maar eerst stuurde de NBA-baas artsen naar de teams om spelers en staf voor te lichten over hiv, en zo vooroordelen weg te nemen. Hij dreigde teameigenaren met juridische stappen als ze zouden proberen Johnsons terugkeer te blokkeren.

Bij de presentatie van beide ploegen voor het begin van die All Star Game in Orlando liepen de spelers van het oostelijke team, onder wie Michael Jordan en Dennis Rodman, beurtelings naar Johnson en omhelsden ze hem. Zo maakten ze duidelijk dat je mensen met hiv niet als melaatsen hoeft te behandelen – een groots gebaar. Dankzij de inspanningen van Stern werd het een wedstrijd die veel liefhebbers nooit zouden vergeten. Mét Magic Johnson stal het Dream Team later dat jaar de show op de Spelen in Barcelona.

Salarisplafond

David Joel Stern werd geboren in Manhattan, als zoon van een ‘delicatessen’, en als jongetje zou hij fan worden van de New York Knicks. Hij studeerde rechten en werd in 1966 advocaat bij het kantoor dat de NBA onder zijn clientèle had, en een halve eeuw later nog steeds heeft – Proskauer, Rose, Goetz & Mendelsohn. Zijn band met de basketbalorganisatie zou alleen maar hechter worden; in 1978 maakte hij als jurist de overstap naar de NBA, in 1980 werd hij vicevoorzitter met uitzendrechten, marketing en pr in zijn portefeuille en drie jaar later stond hij aan de basis van het salarisplafond (salary cap) voor clubs en het systeem van inkomstendeling tussen clubs en spelers dat nog steeds wordt gehanteerd.

Lees ook: De spagaat van de NBA, geld versus geweten

De groei van de NBA komt zo al decennia ten goede aan de dertig clubs en hun spelers: het gemiddelde salaris voor NBA-spelers steeg van 290.000 dollar (260.000 euro) in 1984 naar 5,7 miljoen in 2013, Sterns laatste volle jaar als NBA-baas. Inmiddels is dat 7,7 miljoen dollar. Volgens ESPN behaalde de NBA in het eerste jaar van Stern als commissaris een omzet van 165 miljoen dollar, in 2013, vlak voor zijn pensionering, was dat 5,5 miljard. Vooral dankzij tv-contracten. Stern wist in een vroeg stadium al alles van (kabel)televisie en pay-per-view. Hij zorgde er voor dat NBA-basketbal live op de Amerikaanse tv kwam en in de meeste landen, waaronder Nederland (sinds 1993), rechtstreeks in de huiskamers werd gebracht.

David Stern vangt een basketbal bij de ‘draft’ voorafgaand aan het NBA-seizoen in 2006 in Madison Square Garden. Foto Justin Lane/EPA

Cocaïnegebruik spelers

De jurist met een feilloos gevoel voor marketing verkocht zijn sport pas met succes nadat hij er eerst een goed product van had gemaakt. Bijvoorbeeld door drugstests in te voeren in een tijd dat NBA-basketbal nog met verdovende middelen werd geassocieerd. Zo onthulde de Los Angeles Times in 1980 dat cocaïnegebruik in de NBA wijdverspreid was. „Als je in die tijd een half uur met een potentiële sponsor sprak”, zei toenmalig NBA-bestuurder Steve Mills in 1991 in het tijdschrift Sports Illustrated over de periode vlak na het aantreden van Stern als NBA-baas, „dan had je de eerste twintig minuten nodig om hem ervan te overtuigen dat niet alle spelers drugs gebruikten.” Tegenover de verplichte drugstests en een schorsing van twee jaar voor spelers die betrapt werden, stond een hulpprogramma voor spelers die ervoor uitkwamen dat ze een drugsprobleem hadden.

Ook spelers die de NBA op andere manieren een slechte naam bezorgden, werden door Stern stevig aangepakt. Zoals Latrell Sprewell van de Golden State Warriors die in 1997 tijdens een training zijn coach aanviel; hij werd een jaar geschorst. Ook introduceerde Stern een dresscode voor NBA-spelers. Rond wedstrijden en op andere teamgerelateerde momenten wilde hij ze niet meer in op hiphop geïnspireerde kleding zien, en met gouden kettingen, maar in ‘business casual clothing’. Die maatregel trof vooral zwarte spelers. Stern werd een racist genoemd, maar kreeg bijval van zwarte leiders als dominee Jesse Jackson als hij erop wees hoeveel hij juist gedaan had om van de NBA een succes te maken voor spelers van welke huidskleur dan ook.

Leren bal

Niet alle maatregelen pakten goed uit. In 2006 liet Stern de vertrouwde leren basketbal vervangen door een exemplaar van microfiber, maar dat besluit viel slecht bij de spelers. Statistieken spraken weliswaar in het voordeel van de nieuwe kunststof bal, maar omdat volgens Stern „de belangrijkste statistiek die van onze spelers is”, kwam de leren bal op 1 januari 2007, halverwege het seizoen, terug in de NBA. Dieptepunten in het tijdperk-Stern waren de arbeidsconflicten tussen spelers en teams die leidden tot een ‘lock-out’, perioden waarin er tijdens het seizoen soms maandenlang niet werd gespeeld. Voor het laatst in 2011, als gevolg van de wereldwijde economische crisis die ook NBA-teams raakte. Maar toen Stern er drie jaar later mee stopte ging hij de geschiedenis in als een van de beste sportbestuurders ooit, en droeg hij een zeer welvarende organisatie over aan zijn rechterhand, de huidige NBA-baas Adam Silver.

De oude en de nieuwe sterren, van Bill Russell (11 NBA-titels in 13 seizoenen bij de Boston Celtics) tot LeBron James, hun trainers en vertegenwoordigers van grote sponsors zoals Coca-Cola en McDonald’s, strooiden net als oud-president Obama lovende woorden over Stern en zijn betekenis voor ‘the game’. Jordan vatte het treffend samen: „Hij leidde de NBA door turbulente tijden en maakte er een internationaal fenomeen van zoals dat door weinig mensen voor mogelijk was gehouden.” Zonder David Stern was NBA-basketbal na voetbal waarschijnlijk niet de populairste kijksport ter wereld geworden.