Recensie

Recensie

Wie ‘onder de klok’ ging had een soa

Boekrecensie

De lunchpauze van de wetenschapsredactie bestaat meestal uit een snel wandelingetje naar de supermarkt, op 5 minuten lopen van het NRC-gebouw. Onlangs werd die wandeling eenmalig iets uitgebreid, om één van de elf routes na te lopen uit In het voetspoor van Blasius – een wandeling langs 350 jaar medische zorg en opleiding in Amsterdam.

Medisch redacteur Sander Voormolen ging voorop, citerend uit het lijvige boek: „Rechts van de Gasthuispoort staat een gebouwtje met een klok op het dak. Hier was de eerste polikliniek Dermatologie en Geslachtsziekten van het Binnengasthuis gevestigd. ‘Onder de klok gaan’ betekende zoveel als het hebben van een geslachtsziekte.”

Het zijn zulke details die het boek interessant maken en ervoor zorgen dat je de omgeving extra goed in je opneemt. Zónder het boek zou je zo voorbijgaan aan het fraai versierde deurportaal van Kloveniersburgwal 82, waar in 1881 het voormalige Laboratorium voor Artsenijbereidkunde werd gevestigd, of aan de lelijke baby in geel baksteen, in de gevel van de voormalige Kinderkliniek van het Binnengasthuis (geopend in 1912).

Jammer is dat de excursiepunten van de hak op de tak springen. Het geneeskundecollege dat hoogleraar Gerard Blasius in 1669 gaf wordt door de auteurs genoemd als „het begin van de academische geneeskunde in Amsterdam”. Maar vervolgens dwaalt het boek snel van Blasius weg – blijkbaar zijn er toch niet zóveel voetsporen te vinden – en soms is zelfs onduidelijk wat een excursiepunt met geneeskunde van doen heeft. Of is het Makelaarsbruggetje (eind 19de eeuw op kosten van tabaksmakelaars gebouwd) een stille verwijzing naar de schadelijkheid van roken?

In het voetspoor van Blasius is leuk voor Amsterdammers die hun stad met frisse blik willen bekijken, en voor mensen met een medische achtergrond. Maar wie buiten de stad woont kan het boek net zo goed thuis op de bank doorbladeren. De vele foto’s maken het namelijk tot een lijvig boekwerk, dat collega Sander na drie kwartier rondleiden omschreef als „eigenlijk ongeschikt om mee door te stad te zeulen”.