Opinie

Welkom in het nieuwe jaar: een online hetze en de valkuil van ‘matiging’

De ombudsman

Fijn dat we het oude jaar uitgingen zoals we erin kwamen: razend en tierend op Twitter. NRC-redacteur Thomas Rueb, auteur van Laura H., werd bij thuiskomst van een kort buitenlands verblijf bedolven onder een binnenlandse hetze. Honderden woedende meldingen piepten op zijn telefoon, met tirades, NSB-vergelijkingen en gefotoshopte verwensingen, kortom het hele repertoire aan moderne zelfontplooiing.

Aanleiding was de oplaaiende kritiek op het tv-programma M met mensen, waarin niet alleen Thierry Baudet conform het format in soft focus op de sofa werd gelegd, maar ook de hoofdpersoon uit Ruebs bestseller, het ‘kalifaatmeisje’ Laura H. Twitteraars, bloggers en gevestigde journalisten vonden het halfzachte, vergoelijkende aandacht voor iemand die zich had aangesloten bij IS. De temperatuur liep zo op dat de krant er een artikel aan wijdde.

Nu vond ik het ook geen geslaagd programma, met een bizar format. Kennelijk blijft Hilversum het moeilijk vinden om in te gaan op wat een mens zegt of doet, in plaats van obsessief te vragen wat er door hem of haar heen gaat.

Maar met terugwerkende kracht werd nu ook Ruebs boek verdacht gemaakt, als een apologie voor een moslimterroriste. Waar is de aandacht voor haar slachtoffers, jammerde het koor. Opvallend want, vertelde Rueb me, toen het uitkwam verwachtte hij door de ontluisterende inhoud – óók over de gruwelen van IS – eerder dat het koren op de molen zou zijn van islamcritici. Woede stak nergens op, het boek werd alom positief ontvangen.

Het verschil, oppert Rueb: toen zijn boek (waarvoor Laura H. géén royalties ontvangt, zoals online ook al werd gesuggereerd) een jaar geleden verscheen, was het kalifaat nog niet verslagen. Inmiddels wel, dus het directe gevaar – en de fascinatie ermee – is geweken. Daar komt de hoog oplopende discussie over terugkerende Syrië-gangers en IS-kinderen nog bij. En opeens geldt zijn boek niet meer als een hels inkijkje in het kalifaat – wat het is – maar als een zoetsappige aubade aan een terroriste – wat het niet is.

Juist voor de achtergronden en motieven van daders is de belangstelling onder historici en schrijvers alleen maar toegenomen. Inmiddels struikel je over de nazi’s in de boekwinkel, van biografieën van kampcommandanten en gesorteerde meelopers tot Ik ben de kleindochter van een nazi-kampbeul (2015). Geen haan die ernaar kraait. Bovendien, islamcritici roepen graag dat ze vrouwen van die godsdienst willen ‘redden’. Dan moet je een vrouw die uit het kalifaat ontsnapte en haar straf heeft uitgezeten vooral de status van eeuwige paria geven.

Kortom, hier regeert in plaats van de rede opnieuw de cultuurstrijd, waarin haat en hypocrisie dagelijks op het menu staan.

Maar ook deze krant mat met twee maten over het ‘kalifaatmeisje’ – overigens een term uit de ondertitel van het boek (de krant gebruikt hem los daarvan niet) die me een gimmick van de uitgever lijkt - een variant op het ‘gangstermeisje’ en, in een lievere tijd, het ‘zeilmeisje’ , waar een scheutje seksisme niet vreemd aan is.

De dienstdoende tv-recensent van de krant hekelde de zalvende ondervraging van politicus Thierry Baudet in dat programma, maar vond dezelfde aanpak bij Laura H. „verreweg de beste” aflevering opleveren. Baudet, die eerder schrikbarende uitspraken deed over blank Europa, moet je interviewen „over zijn ideeën”, oordeelde hij. Ja, dat vind ik ook. Maar waarom dan niet ook een gewezen extremiste, al is die geen politicus? Dan neem je haar noch haar geschiedenis serieus.

Laura H. is geen opiniemaker en heeft haar straf uitgezeten, zegt de recensent. Maar achteraf vindt ook hij dat beide „problematische gasten” vragen over hun opvattingen en motieven hadden moeten krijgen. Inderdaad.

Nog iets anders over de manier waarop de krant zich opstelt tegenover radicalen en extremisten – een groeimarkt, nu de deceptie met het neoliberalisme links en rechts een geloofsartikel is geworden.

De historici Ido de Haan en Matthijs Lok bekritiseerden in een opiniestuk de roep om matiging die ze horen bij onder meer Obama, Merkel, Macron en (vereerd) ondergetekende, in een kritische recensie van politieke boeken. Volgens De Haan en Lok is ‘de gulden middenweg’ vaak een instrument van „pluchevaste elites” om laagopgeleid volk eronder te houden. Bovendien wijzen ze erop dat ‘de derde weg’ óók bewandeld werd door fascisten én heeft geleid tot de „afgrond van het neoliberalisme”.

Het duo raakt daarmee een goed punt voor een krant die ‘Lux et Libertas’ in het vaandel voert en zichzelf nog steeds liberaal noemt. Alleen gaan ze er blijkbaar – en wat mij betreft ten onrechte – vanuit dat ‘matiging’ het enige antwoord is dat ‘het redelijke midden’ kan bedenken op politiek extremisme. Trouwens, dat ‘midden’ is zelf al bijna een pejoratief begrip, dat moet suggereren dat alles wat er tussen de wakkere flanken gebeurt één pot nat is.

Maar waarom zou dat zo zijn? Obama hield de Democraten voor dat „de modale Amerikaan het niet nodig vindt het hele systeem omver te werpen om het te hervormen”. Is dat al slappe thee, geschonken door ‘pluchevaste elites’? Dat Merkel, moeder van de Willkommenskultur, haar koers heeft weten te presenteren als „het redelijke midden”, mag een klein wonder heten in een tijd die haakt naar mateloosheid.

In weerwil van de tegenstelling tussen behoudzuchtige elite en roerig volk die De Haan en Lok suggereren, is in Nederland sinds Pim juist ook de elite op drift, de hoogopgeleide en vermogende burgerij die zich niet vertegenwoordigd voelt door de zittende politiek, universiteiten of media. De combinatie van hun Wille zur Macht met ongenoegen onder ‘het volk’ vormde de motor achter de revolte van Fortuyn.

Ook nu vormt zich een al dan niet opportunistische coalitie van groepen die hun deelbelang najagen en daarbij langs de rand van de democratie scheren – boeren die met zwaar materieel hun wil aan de meerderheid willen opleggen – en een tableau van hoteldebotel-vrijdenkers en naar crisis hunkerende hoogleraren. Thierry Baudet is hun wonderbaby ter rechterzijde. Linkser dan links klinkt intussen hoop op ruïnering van de neoliberale orde.

Het ‘redelijke’ antwoord daarop is niet een roep om ‘matiging’, maar eerder mobilisatie van democratische krachten en hernieuwde politisering die duidelijk maakt dat wannabe-revolutionairen niet het patent hebben op urgentie en hervormingsdrift. Maar dan wél graag binnen democratische verhoudingen.

Dat geldt in mijn ogen ook voor een krant zoals deze, die een pluralistische democratie voorstaat die zich niet laat reduceren tot dictatuur van de meerderheid of laat wegzetten als schaamlap voor het gewetenloze grootkapitaal.

Het zou mooi zijn als hoogleraren daar ook eens voor opkomen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.