Opinie

Het gulle paradijs

Tommy Wieringa

Soms denk ik aan de filosoof die zich steeds verder uit de bewoonde wereld heeft teruggetrokken. Dat hij bestaat en dat hij filosoof is weet ik uit de krant, ik heb hem zelf nooit ontmoet. Ook zijn boeken heb ik nog niet gelezen, al gaan ze over de omgang tussen mens en dier, een onderwerp dat mijn belangstelling heeft. Toch speelt de filosoof een kleine rol in mijn leven. Vooral in de winter vraag ik me soms af hoe het met hem gaat. De wintermaanden vallen hem zwaar, vertelde hij eens in een interview in Vrij Nederland, als hij niet zou schrijven zou hij eraan onderdoor gaan. Hij leeft in gezelschap van een agressief bijenvolk (veertig potjes honing per jaar) en een hond op een afgelegen boerderij in de Dordogne, de eerste medemens in de buurt is een boer die hij hooguit tweemaal per jaar ziet. Aanvankelijk woonde hij met zijn geliefde naar het ideaal van zelfvoorzienendheid op een andere boerderij, maar hij ontdekte dat zelfvoorzienendheid vooral heel veel werk betekent; dat Yuval Noah Harari kortom gelijk had met zijn bewering dat niet de mens het graan domesticeerde, maar andersom. Aan schrijven kwam hij niet langer toe. Toen zijn geliefde vertrok en het vliegverkeer boven zijn hoofd toenam, verhuisde hij naar een nog stillere, nog afgelegener plek in Frankrijk.

Opnieuw is het winter, opnieuw denk ik aan hem. In de eindeloze vlakten van de Serengeti ditmaal, waar relatief weinig menselijke activiteit is. De dieren gaan er hun eigen gang en bekommeren zich niet om de botte nieuwsgierigheid van toeristen in hotsende Toyota Landcruisers, de terreinwagen die de eens zo populaire Landrover volledig vervangen heeft. De mens bezoekt de Serengeti om te zien hoe de wereld eruitziet zonder hem, een vreemd verlangen dat hem in de Romantiek bekroop en hem tot op heden niet verlaten heeft. Misschien dat er daarom zoveel oudere Duitsers op de been zijn, door twee soorten heimwee bevangen: die naar voormalig Duits-Oost-Afrika, zoals Tanzania tot 1916 heette, en naar de eenzame, dramatische vergezichten zoals Caspar David Friedrich ze schilderde op het hoogtepunt van de Duitse Romantiek. Ze hebben zich van top tot teen verkleed in camouflerende safaripakken, alsof ze de vlakten te voet moeten doorkruisen en niet achterin een terreinwagen die ze alleen op de picknickplaatsen mogen verlaten, vlakbij een wc-gebouwtje liefst, waar ze bezorgd hun haperende organen inspecteren.

‘Ik wou dat ik de evolutie was’, zegt mijn oudste dochter achterin de terreinwagen. Als een Noach zou ze heldere keuzes maken, wars van de schijnbare chaos die de natuur eigen is. In de foliant Birds of East Africa tellen we alleen al vierentwintig soorten duiven, twintig soorten neushoornvogels en vijftien soorten ijsvogels, allemaal aangepast aan heel specifieke omstandigheden; bizarre overdaad. Ook vijf soorten mensachtigen liepen hier eens rond, in deels overlappende tijdvakken. Deze savanne heet daarom de kraamkamer van de mensheid te zijn. Wat een terrein om geboren te worden, wat een gul paradijs. Sinds het begin der tijden migreren miljoenen wildebeesten over de groene vlakten, vergezeld van zebra’s en gazelles, ze volgen het gras en de regens. Kijk daar, in het spoor van de dieren: de mens. Eenzame figuur in het oneindige grasland, afgetekend tegen de lege hemel. Hij concurreert met leeuwen, hyena’s, luipaarden en cheeta’s maar zonder hun kracht en snelheid, zodat hij is aangewezen op andere strategieën. Op zijn twee benen verspreidt deze hominide zich over de planeet, en roeit overal waar hij komt als eerste de dieren uit, van groot naar klein. Inmiddels is hij aan de insecten toe.

Maar in de Serengeti heeft de mens de mens verdreven – hij is er kortstondig gast tussen de dieren. Ik denk dat het hier stil genoeg is voor de filosoof, en dat de afwezigheid van soortgenoten hem zou bevallen. Maar om te schrijven is het ongeschikt: de suizelende hitte, de dichte zwermen tseetseevliegen, de buffels en nijlpaarden die je meer moet vrezen dan leeuwen en hyena’s – dat je je kortom voortdurend teweer moet stellen tegen de omstandigheden. Ook al zijn de winters in de Dordogne lang en eenzaam, het gematigd landklimaat is denk ik beter voor hem en de filosofie.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.