Opinie

Alleen kniesoor trekt succes van de integratie in twijfel

Zihni Özdil

De linkse, progressieve sociologe Hilda Verwey-Jonker vond in 1971 dat het tijd werd om ‘vreemdelingen’ in Nederland op een ‘neutrale’ manier te beschrijven. Ze nam de geologische term ‘allochtoon’ over in haar rapport voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Verwey-Jonkers rapport heette Allochtonen in Nederland: Beschouwingen over de gerepatrieerden, Ambonezen, Surinamers, Antillianen, Buitenlandse werknemers, Chinezen, Vluchtelingen, Buitenlandse studenten (Staatsuitgeverij Den Haag, 1971)

In de eerste zin van haar inleiding legt ze haar definitie van ‘allochtoon’ uit: „Het is de bedoeling van dit boekje een schets te geven van de wijze waarop een aantal met name genoemde allochtonen – dus mensen, die buiten Nederland geboren zijn – na 1945 in dit land zijn aangekomen, opgevangen en in de samenleving zijn opgenomen.” Vervolgens legt de sociologe uit waarom „bijvoorbeeld Belgen, Duitsers of Amerikanen” geen allochtonen zijn: „De reden voor de keuze is de duidelijke herkenbaarheid van de hier besproken groepen. Deze berust in vele gevallen op een opvallend uiterlijk – met name de huidskleur – en in sommige gevallen op de vreemde, voor weinig Nederlanders verstaanbare taal.”

Later hanteerden het CBS en de SCP weer een iets andere definitie voor allochtoon: „Persoon van wie tenminste één ouder in het buitenland is geboren.”

De Minderhedennota van 1983 schetste de kaders voor het beleid van Nederland. Integratie moest „met behoud van de eigen cultuur” en „religie heeft een functie in de ontwikkeling van de zelfwaarde van etnische minderheden”.

In 2011 bezocht premier Rutte Hogiaf, zeg maar de MKB-club van de islamofascistische Gülenbeweging in Nederland. Omringd door Turkse mannen met snorren die amper Nederlands spraken, verklaarde de premier van Nederland: „Hogiaf is het toonbeeld van succesvolle integratie.”

In de jaren negentig kwam er een verdieping van het begrip ‘allochtoon’. Het CBS begon ook onderscheid te maken tussen ‘westerse’ en ‘niet-westerse’ allochtonen. Een westerse allochtoon was iemand uit „een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, of Indonesië of Japan”. Een niet-westerse allochtoon was iemand uit „een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije”. Een kniesoor die erop wijst dat Latijns-Amerika ten westen en Oceanië, Indonesië en Japan ten oosten van Nederland liggen.

De officiële toelichting van het CBS: „Op grond van hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie worden allochtonen uit Indonesië en Japan tot de westerse allochtonen gerekend.” Een grotere kniesoor die erop wijst dat Japan en Indonesië ook sociaal-cultureel mijlen verder van ‘ons’ verwijderd zijn dan Turkije of Argentinië. ‘Niet-westerse allochtoon’ klinkt nu eenmaal beschaafder dan ‘pauperallochtoon’. In 2016 is de term allochtoon afgeschaft en vervangen door ‘westerse’ of ‘niet-westerse Nederlander met een migratie achtergrond’.

Begin deze week schreef D66 in de Volkskrant dat het „indrukwekkend goed met de integratie gaat”. Omdat mensen met een migratie-achtergrond „in het onderwijs de achterstand inlopen”. Omdat ze „minder vaak verdachte van een misdrijf’ zijn”. Omdat „een van de meest talentvolle voetballers Mohammed Ihattaren voor Oranje koos”. Samengevat: als kleurlingen geen overlast geven, zijn ze geïntegreerd. Een enorme kniesoor die het volgende vraagt: waarom zijn onderwijs, criminaliteit en werk in 2020 nog de maatstaf voor een succesvolle integratie? En geldt dat ook enkel en alleen voor mensen van kleur?

En iemand die erop wijst dat Nederland een van de meest etnisch gesegregeerde landen van de wereld is? Dat er parallelle samenlevingen zijn? Dat er heel weinig diversiteit is binnen vriendengroepen? Dat we zelfs „in hoge mate een de facto apartheidsstelsel hebben” met witte en zwarte scholen, dito wijken, trouwen in eigen kring, zoals nota bene een rapport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zelf beschreef? Die is een totale, onuitstaanbare kniesoor!

Zihni Özdil is historicus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.