Mary Lumbo

Foto Rorandelli Rocco

Interview

Zusters leerden zichzelf als inferieur te zien

Misbruik in de kerk Mary Lembo, een non uit Togo, kaart in een proefschrift aan hoe wijdverbreid het seksueel misbruik is van zusters door mannelijke geestelijken. „Laat een zuster niet alleen op reis gaan met een priester.”

Ze was vijftien jaar en had een roeping: non worden, bidden en zingen en mensen bijstaan in Gods naam. Maar dat gaat niet zomaar. Haar ouders moedigden haar aan contact te leggen met de pastoor, een huisvriend, een man die ze blind vertrouwden. „Ik zou graag spirituele begeleiding willen”, vertelde het meisje de pastoor. „Wat moet ik doen?”

Het was het begin van een nachtmerrie. De pastoor begon rare vragen te stellen: had ze al met een man geslapen? Hij nodigde haar uit voor tripjes buiten de stad. Officieel om in alle rust te kunnen praten over het spirituele leven, maar al snel bleek dat hij de pastorale relatie wilde opschalen naar een romantische relatie. Toen ze ‘nee’ zei, werd ze verkracht.

„En toch ging daarna de relatie door”, zegt zuster Mary Lembo, die het verhaal van deze jonge vrouw heeft opgenomen in een proefschrift, geanonimiseerd – het is alleen duidelijk dat het in een West-Afrikaans land speelt. „Ze wilde niet meer bij die man zijn, maar ze was radeloos, wist niet wat ze moest doen. Een man met zo’n gezag, wie zou haar geloven?”

De vrouw werd zwanger en onderging een abortus. „Bovenop het trauma over het verraad van de pastoor en de verkrachting kwam ook nog het trauma van de abortus.”

Mary Lembo, afkomstig uit Togo en lid van de Zusters van Sint Catharina, is dit najaar aan de pauselijke Gregoriana-universiteit gepromoveerd op misbruik van zusters door geestelijken. Het is het eerste wetenschappelijke onderzoek naar dit probleem, een apart hoofdstuk in het grote misbruik-zwartboek van de katholieke kerk. Decennialang is hierover gezwegen, ook toen overal in de wereld schandalen uitbraken over het misbruik door geestelijken van minderjarigen en van priesterstudenten.

„Ik merk dat langzaam het bewustzijn van dit probleem groeit, ook al wordt er nog steeds niet veel over gesproken’’, zegt Lembo in twee lange telefoongesprekken. „Sommigen vinden het te schokkend om te horen. Anderen vragen zich zelfs af of het wel allemaal waar is. Dat paus Franciscus er nu openlijk over praat, was een enorme steun voor mijn onderzoek. Het klimaat is echt veranderd. Langzaamaan komt er steeds meer naar buiten.”

Perverse interpretatie

Al in 1994 waarschuwde een zuster in een geheim rapport het Vaticaan dat in zeker 23 landen zusters seksueel waren misbruikt door pastoors en bisschoppen. Toen dat in 2001 werd onthuld, bagatelliseerde het Vaticaan de zaak nog. Maar onder paus Franciscus is een nieuwe wind gaan waaien.

Lees ook: Paus belooft strijd op alle fronten tegen misbruik

In de afgelopen twee jaar zijn in Chili, India, Nigeria, Duitsland, Frankrijk en Italië zusters gaan praten over wat hun is overkomen. In februari hekelde de vrouwenbijlage van de Osservatore Romano, de krant van het Vaticaan, het „machtsmisbruik” van mannelijke geestelijken en de „perverse interpretatie van de priesterrol”. Een paar dagen later erkende paus Franciscus dat de kerk hier lang niets van wilde weten. „Moeten we meer doen? Ja. Bestaat de wil daartoe? Ja. Maar het is een weg die we al zijn ingeslagen.” Om in één adem door eraan te herinneren dat zijn voorganger, Benedictus XVI, een Franse orde had ontbonden omdat vrouwen daar ook als seksslaven werden gebruikt.

Het proefschrift van Lembo, dat dit jaar in Frankrijk wordt gepubliceerd, heeft de discussie verder aangewakkerd. Ze vertelt dat oversten van andere internationale zusterordes tegen haar hebben gezegd dat er veel van dergelijke gevallen zijn, en nu haar advies vragen hoe om te gaan met zo’n situatie. En een zuster van tachtig jaar zocht contact om te vertellen hoe blij ze is dat er nu in ieder geval over wordt gesproken. „Die zuster vertelde me dat ze nooit heeft kunnen praten over haar eigen misbruik omdat ze niet werd geloofd”, zegt Lembo.

Tweestrijd en twijfels

Lembo is haar onderzoek in 2014 begonnen. Ze heeft haar onderzoek beperkt tot West-Afrika. In het begin was het moeilijk mensen te vinden die überhaupt hierover wilden praten. Via haar eigen netwerk en besloten websites kwam ze in contact met een honderdtal zusters die op de een of andere manier seksueel waren misbruikt. Aan de hand van een tiental zaken heeft ze de mechanismes erachter beschreven.

„Nog steeds zijn slachtoffers bang om hierover te praten”, zegt Lembo. „De daders zijn mannen met macht. Binnen de lokale kerken zijn het autoriteiten. De slachtoffers zijn bang dat het consequenties heeft voor hun eigen familie als ze dit naar buiten brengen, dat die hen zal verstoten.”

De meeste slachtoffers verkeren in tweestrijd. „Deze vrouwen hebben hun leven gewijd aan God. Na zo’n trauma raken ze in de war,” zegt Lembo. „Hebben ze zich vergist in de weg die ze hebben genomen? Zitten ze wel goed in de kerk? Bovendien: de kerk is hun moeder, en je kunt niet kwaadspreken over je moeder.”

Vaak stonden de slachtoffers daarbij alleen. Van het tiental zaken dat Lembo gedetailleerd beschrijft, heeft slechts één slachtoffer steun gehad van haar orde om uit deze ongewenste relatie te komen. „De anderen moesten het zelf maar oplossen”, zegt Lembo. „De ordes zijn bang dat er negatief over hen wordt gesproken. En vaak is er weer die twijfel: is het niet uitgelokt?”

Niet samen in de auto

Ze onderstreept dat het in haar onderzoek niet ging om consensuele relaties, om de verliefdheid die kan ontstaan tussen een priester en een zuster. „Het gaat niet om gewilde intieme relaties. Ik ben allerlei vormen van seksueel geweld tegengekomen. En allerlei vormen van druk als ze de relatie niet willen: fysiek, psychologisch, moreel. De slachtoffers krijgen te horen dat God hen zal straffen als ze niet toegeven.”

Het gaat altijd om machtsongelijkheid, zelfs bij vrouwen die al een belangrijke positie hebben. Zoals de directrice van een school. Haar problemen begonnen toen ze werd „uitgenodigd” door een pastoor die zei dat hij koorts had en dat ze bij hem moest blijven en hem thee moest brengen. Een van Lembo’s belangrijkste aanbevelingen is dan ook „professionalisering van het pastorale werk”. Voorkom dat het altijd dezelfde zuster is die met een priester samenwerkt. Zorg ervoor dat een zuster niet alleen met een priester op reis gaat, of van hem afhankelijk is voor een rit naar huis. Doe iets tegen lange uren overwerk, als alle anderen al weg zijn uit de parochie. En leer aspirant-priesters op het seminarie dat er grenzen zijn die ze niet mogen overschrijden.

Het effect van #metoo

„Dit is echt een baanbrekende studie”, zegt de promotor van Lembo, Karlijn Demasure. Zij is een van de belangrijkste misbruikdeskundigen ter wereld. Demasure was directeur van het Centrum voor de Bescherming van Minderjarigen van het Vaticaan en werkt nu behalve aan de Gregoriana universiteit in Rome aan de Saint Paul universiteit in Ottawa, Canada.

Demasure onderstreept hoe belangrijk het is dat de beerput opengaat. „Veel oudere zusters wilden er eigenlijk al niet meer over spreken. Ze hebben een geïnternaliseerd schuldgevoel. Ze denken bij zichzelf: ik was toch volwassen, had ik echt geen nee kunnen zeggen?” Vooral paus Franciscus, maar ook de #metoo-beweging, heeft de tegel gelicht. „Het onderzoek was al begonnen vóór #metoo”, zegt Demasure. „Maar dat heeft wel effect gehad. Door #metoo werden dingen bespreekbaar. Over de filmwereld is lang gezegd: we weten wat daar gebeurt, dan moeten mensen daar maar niet aan mee doen. Dat is geëvolueerd naar het idee dat dit niet normaal is – hoe dan ook. Soms kan er een web worden geweven waarin je geen nee kan zeggen. Die ongelijke machtsverhouding, dat is de kern van het probleem.”

Financieel afhankelijk

Dat speelt volgens Demasure extra sterk bij de zogeheten ‘diocesane ordes’, lokale ordes die vrijwel volledig afhankelijk zijn van de plaatselijke bisschop, ook financieel. „Als die dan vaak op bezoek komt, moet je opletten”, zegt Demasure.

Bij klachten van zusters over een bepaalde priester hebben bisschoppen vrijwel altijd de kant van die priester gekozen. Bovendien kan een orde voor een enorm dilemma worden gesteld: de zaak doorzetten en zo riskeren dat er geen geld meer komt? Dat speelde bijvoorbeeld vorig jaar in India, zegt Demasure, toen zusters de straat opgingen om de arrestatie te eisen van een bisschop die een zuster bij herhaling had verkracht. „Toen twitterde de overste over de innocent holy soul van de bisschop”, vertelt Demasure. „Maar dat had er waarschijnlijk mee te maken dat ze werd verscheurd tussen zorg voor die ene zuster en bezorgdheid over wat er met de congregatie zou gebeuren als die in ongenade zou vallen bij de bisschop. In theorie zijn zusters van internationale ordes daarom minder kwetsbaar. Die ordes zijn minder afhankelijk, en hebben meestal ook krachtiger leiders.”

Bijna altijd worstelen slachtoffers van misbruik met hun belofte van gehoorzaamheid, zegt Demasure. Dat was ook de conclusie, al in 1998, van Maria McDonald. Die Schotse zuster presenteerde toen in Rome een paper, drie jaar later uitgelekt, over „het seksueel misbruik van Afrikaanse religieuzen in Afrika en Rome”. Jonge zusters zijn al snel onder de indruk van een priester, schreef zij. „Een zuster (…) heeft geleerd zichzelf als inferieur te beschouwen, onderdanig te zijn en te gehoorzamen. Het is begrijpelijk dat ze het onmogelijk vindt om nee te zeggen tegen een geestelijke die om seksuele gunsten vraagt.”

Lees ook: ‘Ik wachtte op de Kerk om mij gerechtigheid te brengen’

Haar rapport ging vooral over Afrika, en de laconieke reactie van het Vaticaan in 2001 was dan ook dat het probleem ‘geografisch beperkt’ was. Maar al vier jaar eerder had een andere zuster een vertrouwelijk rapport gestuurd naar het Vaticaan waarin het over misbruik in 21 landen ging. Op die lijst stonden ook Colombia, India, Papoea Nieuw Guinea, de Filippijnen, Ierland, Italië en de VS.

De auteur was Maura O’Donoghue, een Ierse zuster die jarenlang in Afrika had gewerkt, en in de zes jaren vóór haar rapport aids-coördinator was voor een Britse hulporganisatie. Zij constateerde dat seksueel misbruik een direct verband had met de aids-epidemie. Zo werd een overste gevraagd zusters beschikbaar te stellen voor seks omdat priesters anders naar andere vrouwen zouden gaan en dan een groot risico liepen om aids te krijgen. Ook dat rapport lekte in 2001 uit. „Misbruik geografisch beperkt?”, schampert Demasure over de reactie van het Vaticaan. „O’Donoghue heeft alleen de landen genoemd waar ze gewerkt heeft.”

Luisteren

De recente onthullingen laten zien hoe algemeen het probleem is. Lembo vertelt dat ze geen enkele tegenwerking vanuit het Vaticaan heeft gehad of van mensen op de pauselijke universiteit. Ze zegt te hopen dat haar proefschrift ertoe bijdraagt dat zusters die over seksueel misbruik willen praten, makkelijker gehoor vinden.

„Het is belangrijk om te luisteren naar de verhalen van de slachtoffers. Er wordt nog te vaak gezegd dat het niet waar kan zijn. Of er komen suggestieve vragen die een zekere mate van schuld van het slachtoffer impliceren. Dit onderzoek moest worden gedaan om de slachtoffers te doen begrijpen dat ze geen schuld hebben. Dat het niet aan hen ligt. En voor de toekomst: er moeten structuren komen waar slachtoffers terecht kunnen, waar ze geloofd worden. Zo kunnen andere zusters ook de kracht vinden om nee te zeggen. Het is ook voor de kerk niet goed als hier nog langer over wordt gezwegen.”