Recensie

Recensie Uit eten

Wes: een vleugje Tel Aviv in het Oude Noorden

Uit eten Rotterdam Wim de Jong recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Walter Herfst

Met eetcafé Wes vulden Tjeerd Hendriks en Ruben Venema (tevens de eigenaren van By Jarmusch) vorig jaar zomer de plek op die vrijkwam op de Benthuizerstraat toen koffiehuis Nika definitief zijn deuren sloot. Geen idee waarom Nihat en Sakine Kaya besloten met hun prachtzaakje te stoppen; een zoektochtje online levert hooguit het vermoeden op dat het Turkse echtpaar nog steeds in de koffie-import zit. Hoe dan ook, met Wes hebben de Oude-Noorderlingen er in elk geval wel een minstens zo fijne hang-out voor teruggekregen. Een etablissement met een kaart die bovendien eveneens van licht midden-oosterse snit is, want die is geïnspireerd op de keuken van Tel Aviv.

Je hoeft natuurlijk nooit in die hippe, Israëlische stad te zijn geweest om te weten wat ze daar zoal eten. Voor iedereen die een paar kookboeken van Yotam Ottolenghi in huis heeft, zal dat geen geheim meer zijn. Terwijl je behalve bij Wes ook elders in Rotterdam (zoals bij Bertmans) tegenwoordig volop aan je trekken komt als je veel van granaatappel, labneh, falafel, hummus, bulgur, lamsgehakt en aanverwante gerechten en ingrediënten houdt. Of ze omgekeerd in Tel Aviv ook onze kroketten en de Rotterdamse kapsalon kennen, mag worden betwijfeld. Maar daar doen ze in Wes dus mooi ook gewoon aan – zij het dan in wat ik hier maar de millennial-varianten zal noemen.

De vega-kroketten zijn gedraaid van gorgonzala en bloemkool, en de kapsalon is naar wens gevuld met kippendijen of met oesterzwammen. De eerstgenoemde snack kan ons (alle gerechtjes op de kaart zijn bedoeld om te delen) maar moeilijk bekoren, wat we wijten aan een zekere bloemkool-moeheid die we in 2019 aan onze Rotterdamse restaurantbezoeken hebben overgehouden. De (kip)kapsalon daarentegen ontstijgt het lokale origineel met shoarmavlees en friet gemakkelijk. Het is een heerlijk gekruide winterse pot-au-feu met veel smaak en structuur, wat ook geldt voor de geroosterde pulpo op een puree van knolselderij en nootjes, en de poot van parelhoen die we erna laten doorkomen. Bind er op 1 januari ‘s middags in Wes de strijd mee aan tegen de kater en je kunt er tot de volgende nieuwjaarstoost alvast weer helemaal tegen.

De gebakken boleet met een ‘tartaar’ van piepkleine blokjes pompoen krijgen we op zijn beurt slechts met moeite weg. Terugkijkend op het afgelopen jaar zijn er genoeg keren geweest dat we met paddenstoelen de ideale vleesvervangers kregen voorgezet. Maar in deze combinatie werkt het voor de verandering nou eens niet. We proeven vlezig en taai rubber, en waar het die minuscule pompoentjes betreft: eerlijk gezegd eigenlijk helemaal niets. Verklaarde veggies en carnivoren-met-goede-voornemens zijn dan stukken beter uit met de drie beignets van zoete aardappel en chutney die we er bij bestellen. Ze zijn zó lekker dat er aan de andere kant van mijn tafeltje al voorzichtig wordt geopperd om ze dinsdag voor de traditionele oliebollen te verruilen.

Je zou er die avond dan liefst ook de Wes-meisjes bij hebben om ze uit te serveren. Ze zijn net zo warmbloedig als de sfeer in het eethuisje zelf, en daarmee het ideale gezelschap om je opgewekt 2019 úit en 2020 ín te loodsen. De twintiger die ons bedient, kan dat in één zin zo: „Was het allemaal wat u hoopte dat het was? Gelukkig. Fijn. Enjoy. Top. Geniet ervan!”

Wim de Jong is culinair recensent.