Waarom haten katten water?

Foto Rob Engelaar/ANP Xtra

De oudste dochter liet een filmpje op haar mobiel zien: een kat werd in bad gedaan, en zette het op een mauwen. Lange, doordringende uithalen. Het deed denken aan de katten die het gezin zelf heeft gehuisd, en huist. Steeds datzelfde ontwijkende gedrag als er water in het spel komt. Het riep de vraag op: wat hebben katten tegen water?

„Het klopt dat de meeste huiskatten contact met water niet op prijs stellen”, schrijft Dennis Turner in een e-mail. Hij is co-auteur van het boek The domestic cat; the biology of its behaviour, en directeur van het instituut voor toegepaste ethologie en dierpsychologie in Horgen, vlak bij Zürich. „Of het nou om zwemmen gaat, of om regen.” Maar dan heeft Turner het wel over het bij ons alomtegenwoordige ras, de Europese korthaar. Er zijn ook rassen, schrijft hij, die wel van water en van zwemmen houden. De Turkse Van bijvoorbeeld, en de Bengaal.

Rivieren of stilstaand water

Het verschil zit ’m volgens hem voor een groot deel in de afstamming. Dat is ook precies wat gedragsbioloog Claudia Vinke van de Universiteit Utrecht denkt. De meest waarschijnlijke voorouder van de Europese korthaar, schrijft Vinke in een e-mail, is de Afrikaanse wilde kat (Felix sylvestris lybica). „Die is vanuit Egypte met de Romeinen meegekomen naar West-Europa. En dat is geen grote zwemmer, dat is meer een dier dat te vinden is in de half-woestijnen en savannen.”

Turner vult aan: „Regen kon voor de Afrikaanse wilde kat gevaarlijk zijn, want rivierdalen overstroomden dan plotseling wel eens. Wellicht heeft de natuur geselecteerd op het ontlopen van rivieren of stilstaand water.”

De Bengaal daarentegen, schrijft Vinke, stamt af van de Aziatische tijgerkat. „En dat is een behendige zwemmer.” In warme klimaten zie je vaker watergaande kattensoorten, aldus Vinke. De tijger, de luipaard. Ze zoeken water op voor verkoeling (thermoregulatie), of om er prooi te vangen. „Thermoregulatie is fijn in een warme leefomgeving, maar niet in een koude”, schrijft ze. „Als je vacht dan doordrenkt raakt zorgt het voor een (te) grote afkoeling. Want de kat heeft geen waterafstotende vacht.”

De socialisatieperiode

Maar ook onder de Europese kortharen zijn heus niet álle individuen watervrezend, aldus Turner. „Jaren geleden, toen zat ik nog aan de universiteit van Zürich, heb ik kittens van de Europese korthaar en van de Turkse Van opgevoed. Ze konden stilstaand water pakken, uit drinkkommen en uit grotere kuipen met een laagje water. Ik testte hun affiniteit voor water, als jongen en als jong-volwassenen. De individuen van de Turkse Van maakten hun reputatie van waterliefhebbers helemaal waar, maar ook onder de Europese kortharen waren er een paar net zo geïnteresseerd in water, en speelden ermee.”

Bij kittens, vult Vinke aan, is vooral de fase tussen 2,5 en 7 weken – de socialisatiefase – belangrijk voor later gedrag. „Ben je vanaf het begin van je jonge leven gewend om in het water te gaan? Heeft je moeder het je aangeleerd?”

En tot slot, schrijft Vinke, kun je een kat ook zelf conditioneren om het water in te gaan. Met wat voer of een speeltje. „Je ziet dan waarschijnlijk wel de primaire motivatie – dus signalen van enige terughoudendheid – er doorheen sijpelen. Maar de kat zal wel in het water gaan om zijn beloning te verdienen, mits die groot genoeg is.”