Foto Khalid Amakran

Interview

Walid (15): ‘In Nederland is alles netjes, niks is kapot’

Jong! In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Walid Nawlo (15).

Niks kapot

„Vijf jaar geleden zijn we naar Nederland gekomen. Nederland vond ik meteen mooi. De natuur, de bomen. Als je in Nederland over straat loopt, is alles gewoon netjes, niks is kapot. In Aleppo woonden we in een flat. Ik ging met de bus naar school en kreeg Engels, Frans, wiskunde en science.

Na school ging ik meestal ergens voetballen of tv kijken: Nickelodeon, Disney Channel. Ik voetbal nu bij RKVV Wilhelmina, ik sta linksbuiten. Verder hou ik van gamen, vooral FIFA. Dat deed ik in Syrië ook al, maar niet zoveel als hier. Ik zou graag een keer een wedstrijd willen zien van Real Madrid tegen FC Barcelona. Maar Ronaldo is mijn favoriete speler.”

Druktemakers

„In Syrië had ik op school drie vrienden: Rachid, hij woont nu in Frankrijk, Marouan, hij woont in Canada, en Fares, hij woont in Frankfurt. Fares en ik waren altijd de druktemakers op school. We zijn een keer naar Frankfurt geweest om hem op te zoeken. In Nederland kwam ik in groep acht. Ik kreeg een havo-advies, na de tweede ben ik naar 3 vwo gegaan. Mijn vrienden hier heten Renzo, Sander, Floris en Jimmy. Na school gaan we naar de supermarkt om chips te eten. Projecten doen we ook altijd samen. In Syrië hadden we minder projecten op school en meer huiswerk. Ik wil dokter worden of docent. Dokter om mensen te helpen, docent omdat lesgeven me leuk lijkt. Ik zou wiskunde of aardrijkskunde willen geven op een middelbare school.”

Met de bus naar Libanon

Het was niet heel fijn om weg te gaan uit Syrië, maar ook weer wel. Niet, omdat ik vrienden en familie moest verlaten. Wel, omdat het in Nederland veiliger is. Ik hoorde weleens schoten en raketten en zo. Soms best dichtbij. Mijn vader was al een half jaar in Nederland, hij is vooruit gereisd. Ik kon niet veel meenemen, alleen kleren. Mijn moeder, mijn zusje en ik gingen eerst met de bus naar Libanon. Daar hebben we visa aangevraagd bij de Nederlandse ambassade. We moesten een week wachten. Toen gingen we met het vliegtuig naar Egypte, en van Egypte naar Nederland. De reis was best zwaar omdat je niet veel kon slapen.”

Oma

„We hebben ook familie in Griekenland en Libanon. Soms gaan we erheen in de zomervakantie. Mijn opa’s en oma’s wonen nog in Syrië. We zagen hen elke dag. Op vrijdag ontbeten we altijd bij mijn oma met thee, Arabisch brood en geitenkaas. Daarna had ik meestal een voetbaltoernooi bij de buurtvereniging. Ik denk niet dat ik nog terug wil naar Syrië. Misschien als de oorlog klaar is, op vakantie. Ik mis eigenlijk alleen het eten. Mijn moeder kookt ook wel Syrisch, maar het smaakt niet zo lekker als bij mijn oma.”