Opinie

Vraag Baudet naar zijn politiek, niet naar zijn piano

Journalisten moeten Thierry Baudet kritisch bevragen over zijn plannen met de mensenrechtenhoven, schrijft Mihai Martoiu Ticu. Vergeet niet dat Baudets ideeën een gevaar vormen voor de persvrijheid.

Foto Bart Maat/ANP
Foto Bart Maat/ANP

In 2006 luisterde de overheid twee Telegraaf-journalisten af, en achtervolgde en gijzelde hen om hen te dwingen hun bronnen te verraden. Nadat rechters de Staat in het gelijk stelden, stapten de Telegraaf, het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren en de Nederlandse Vereniging van Journalisten naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Zij wonnen hun zaak in 2012. Journalisten juichten toen dat de pers de waakhond van de democratie, rechtsstaat en mensenrechten is.

Deze waakhonden hebben echter niet alleen rechten. Ze hebben ook de plicht om gevaarlijke politici te bekritiseren, hun ideeën te ontmaskeren en hen het vuur aan de schenen te leggen. Daarom schrik ik telkens wanneer interviewers Thierry Baudet populair maken met sexy glamourfoto’s, met irrelevante vragen over zijn piano en libido, terwijl Baudet een unheimisch beleid nastreeft. Neem het veelbesproken interview door Margriet van der Linden in het programma Mensen met M. Van der Linden vroeg Baudet of hij graag in de natuur komt en welke koosnaampjes hij voor zijn vriendin had. Hij mocht opscheppen dat hij een „betere interviewer” dan Van der Linden zou zijn en „de meest succesvolle politieke beweging uit de geschiedenis heeft opgezet”. Hij mocht zich als verlosser van de ondergaande Nederlandse beschaving verkopen. Geen enkele kritische vraag over zijn akelige ideologie.

Net als Geert Wilders en Viktor Orbán wil Baudet het EHRM – bewaker van grondrechten, en dus van de persvrijheid en dus het laatste redmiddel voor journalisten – ontmantelen. Hetzelfde wil hij doen met het College voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Strafhof, dat oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid, genocide en illegale oorlogen berecht. Hij wil dat we ons niet meer bij de rechter op mensenrechtenverdragen kunnen beroepen. Hij is ook tegen een nieuw constitutioneel hof, waar we wetten zouden kunnen bestrijden als die onze grondrechten schenden. Hij roept dat rechters te veel macht hebben. Politici moeten volgens hem het laatste woord hebben.

Terwijl het parlement en de regering de straf voor het aanzetten tot haat en discriminatie wil verdubbelen, wil Forum voor Democratie dit legaliseren, want „discriminatie en haat” maken deel uit „van de bij de mens nu eenmaal aangeboren humeuren en temperamenten”. Om dit te bereiken moet Nederland meerdere mensenrechtenverdragen opzeggen, zoals het Europese Verdrag, het Antiracismeverdrag en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. In zijn proefschrift The Significance of Borders ontkent Baudet dat er universele mensenrechten bestaan. In de Tweede Kamer stemde FvD tegen een motie om de universele mensenrechten te beschermen. Ook de EU heeft een mensenrechtencharter, maar FvD wil de EU verlaten, dus alweer een bescherming minder.

Het volkenrecht was ooit de wet van de jungle. Maar het groeit langzaam tot een rechtvaardiger rechtssysteem, ook al constateerde NRC in de jaren tien de terugkeer van het recht van de sterkste (28/12). Tot in 1990 kon men zes internationale hoven tellen en zij deden slechts 373 bindende uitspraken. Daarna groeide het aantal hoven tot 24 en zij gaven 37.000 bindende uitspraken. Nieuwe internationale strafhoven berechten misdadigers, zoals Kony, Bashir, Karadzic, Milosevic en Charles Taylor. Baudet daarentegen wil de internationale hoven afschaffen en schreeuwt in debatten: „Internationaal recht bestaat niet!” Dat is alleen „in jullie hoofd. Dat is niet echt. De orde in de wereld wordt gehandhaafd door legers, mét wapens!” En later: „Er zijn mensen die geloven dat je door universele regels en door gesprekken met elkaar tot vrede kunt komen en ik zelf geloof dat niet.”

„Wat mij betreft, is de wet gelijk voor iedereen, dat is het uitgangspunt van ons hele programma”, zei Baudet in een (beter geslaagd) interview in Trouw. Maar die wet wordt bij hem alleen maar gewaarborgd door een politieke meerderheid. Als je de gevolgen van Baudets wensen doordenkt, dan zie je een anarchie, waar er een strijd van allen tegen allen heerst. Het enige recht is het recht van de sterkste. Hij is niet de redder, maar de vernieler van de beschaving. Baudet wil nieuwe spelregels en laat de groepen waar hij toe behoort domineren: mannen, conservatieven, witte mensen, autochtonen, christenen, rijken, de elite en de machtige westerse landen. Alle andere mensen verliezen vrijheid en rechten.

Interviewers vragen hem ondertussen liever naar zijn liefdesleven. Een echte journalist zou Baudets boeken en verkiezingsprogramma lezen, zijn moties en stemgedrag in het parlement onderzoeken en met deskundigen praten over de gevolgen van zijn wensen. Anders hebben we persvrijheid voor niks.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.