Opinie

Tijdloze televisie

Frits Abrahams

Op de valreep van 2019 stierven twee mensen die hun bekendheid aan de televisie te danken hadden: Hans Keller en Fred Emmer. De dood van Emmer kreeg in de media de meeste aandacht, want hij was als nieuwslezer een bekend gezicht geworden. Keller bleef als programmamaker doorgaans op de achtergrond, maar zijn invloed was inhoudelijk veel groter. Hij was zijn tijd ver vooruit. Nog altijd werken er op televisie filmers in zijn geest: zie op zondagavond bij de VPRO de schitterende serie In Europa, die Stefanie de Brouwer en Roel van Broekhoven in samenwerking met Geert Mak maakten.

De altijd verrassende invalshoek, met veel aandacht voor het lot van het eigenzinnige individu en gevoel voor het dramatische detail, de rustige, sfeervolle opbouw – daarmee heeft Keller als tv-documentarist school gemaakt. Die Russische satiricus in In Europa die Poetin belachelijk had gemaakt en vervolgens door middel van seksuele chantage – een gefilmde ontmoeting met een prostituee – werd uitgeschakeld, daar zou Keller zeer goedkeurend bij hebben geknikt.

Er bestaat een dvd-box waarop een aantal van Kellers beste films is samengebracht. Ik bekeek De wereld van Louis Paul Boon uit 1968 en Twee weken in een ander stadje uit 1971. Het is tijdloze televisie, ook al lijkt dat een contradictio in terminis.

Wie wil weten hoe laconiek Boon bewoog en praatte, hoe hij indruk maakte zonder indruk te wíllen maken, die moet deze film zien. En wie nieuwsgierig is naar het leven in een Amerikaans provinciestadje (Franklin in Tennessee) anno 1971, met alle onderhuidse raciale spanningen die daarbij horen, die zal meegezogen worden in Kellers observaties.

Het Aalst van de dan 56-jarige Vlaming Boon en het Franklin van Tennessee bleken verbazingwekkend veel op elkaar te lijken. Lege straten en armoedige arbeidershuisjes in Vlaanderen, verpaupering ook in Franklin, vooral achter de gasfabriek, daar waar ‘de negers’ woonden, zoals Keller ze toen nog mocht noemen.

Boon liet zien waar hij als gevelschilder bij een val enkele ribben brak en hoe ellendig zijn baantje in de vrieskelder van een brouwerij was. Literatuur, daar moest hij eigenlijk niet zoveel van hebben, zei hij aan een cafétafeltje, veel schrijvers waren „leraars, vroeger pastoors zoals Gezelle” die ’s avonds na gedane arbeid een boekje schreven. Voor hem telde alleen „het verzet, opstandig kunnen zijn en voelen”. „Ik moet een obsessie kwijt”, mompelde hij, „ik breng iets anders, iets dat mij gekweld heeft of verheugd…” Hij noemde zijn boek Het nieuwe kruid: „Die man van vijftig die een jong meisje ontdekt, wat moet-ie… dat hele probleem van het huwelijk, dat heeft me sterk aangegrepen.”

In Franklin ontdekte Keller een roemruchte inwoner, Willie York, wiens lot bezongen was door de countryzangers Johnny Seay en Johnny Cash in de song Willie’s Drunk And Nellie’s Dying. Ontroerd op zijn onderlip bijtend, vertelde York aan Keller hoe hij een politieman had doodgeschoten en twintig jaar gevangenisstraf gekregen had. Zijn vrouw Nellie trouwde toen met een ander, maar keerde toch weer naar hem terug nadat hij was vrijgelaten.

Wat heb je nog meer nodig voor een goede countrysong? Johnny Cash. En voor een film over een vergeten provinciestadje? Hans Keller.