Opinie

Sociale protectie

In Europa

Frankrijk is in de ban van Slow Démocratie, een lang essay van de jonge wetenschapper David Djaïz. Sinds het verscheen, in oktober, is Djaïz (1990) niet weg te slaan van radio en tv, kranten en weekbladen hebben hem afgelopen weken uitgebreid geïnterviewd.

Djaïz’ boodschap is dat de natiestaat beter voor de mensen moet zorgen, omdat zij de enige is die het kan doen. Je hoort vaak dat de globalisering de natiestaat heeft uitgehold. En dat de natiestaat heeft afgedaan. Djaïz is het daar niet mee eens. Volgens hem is het belang van de natiestaat op sociaal terrein juist toegenomen door de globalisering. Alleen, de besturende klassen hebben dit niet goed begrepen. De gele hesjes in Frankrijk en demonstranten in Chili, Algerije, Hongkong en Libanon smeken hen nu om de verliezers van de globalisering in bescherming te nemen. In elk land hebben die protesten verschillende redenen en achtergronden, maar ze hebben één ding gemeen: „Ze zijn een hulpkreet aan overheden.”

In het gepolariseerde debat over globalisering en soevereiniteit is Slow Démocratie een welkome bijdrage. Om twee redenen. Ten eerste is Djaïz geen globalist of nationalist. Hij stelt vast dat de globalisering grote delen van de wereld uit de armoe heeft gehaald, en dat de tegenstelling arm-rijk nu meer binnen samenlevingen zit dan tussen samenlevingen – de rijke stad versus het armere platteland, dotcom-miljonairs tegenover precaire beroepen, ambtenaren en het serviceproletariaat. De enige die dit kan rechttrekken, door herdistributie van middelen, is de staat. Zo kunnen gewone burgers ook van de globalisering profiteren.

Ten tweede draagt dit boek bij aan de politieke ontmijning van het begrip ‘nationalisme’. Nu lopen populisten en extreemrechts ermee weg. Maar zij hebben een haast tribale opvatting van wat de staat moet doen, en voor wie. Ze willen dat ‘witte’ meerderheden over minderheden heenwalsen en het systeem gaan beheersen – van de omroepen tot onderwijs en rechtspraak. Zij zullen uiteindelijk de democratie om zeep helpen. Djaïz vindt dat we „het nationalisme niet aan populisten moeten overlaten”.

Boeken over de doorgeschoten globalisering zijn vaak somber en bitter. Zo betoogde de Duitse socioloog Wolfgang Streeck in Gekochte Tijd dat kapitalisme en democratie niet samengaan. West-Europa was, van 1945 tot begin jaren tachtig, de uitzondering. Toen sloten overheid en bedrijven, getraumatiseerd door de oorlog en bang voor nieuwe sociale turbulentie, een contract om verzorgingsstaten te bouwen. Bedrijven co-financierden uitkeringen en pensioenen. Daartoe waren ze nooit eerder bereid geweest. Maar in de jaren zeventig wilden de bedrijven alweer winst maken, ze stapten eruit. Sindsdien staan overheden er grotendeels alleen voor. In de jaren tachtig en negentig hadden ze zoveel schulden dat ze openbare diensten privatiseerden en financiële markten dereguleerden, zodat ze overal ter wereld konden lenen. Streeck zegt dat er geen oplossing is en voorspelt dat dit systeem ontploft.

Djaïz deelt Streecks analyse over de ontkoppeling tussen kapitalisme en democratie. Maar anders dan Streeck is hij niet zuur en niet anti-Europees. Integendeel: we hebben Europa en de euro nodig, zegt hij, om stand te houden tussen „carnivore” grootmachten als Amerika en China, en problemen op te lossen die natiestaten niet alleen kunnen tackelen. Maar Europa mag van de lidstaten ook veel dingen níet doen. Een daarvan is sociale protectie. De Europese Commissie gaat binnenkort een Europees minimumloon voorstellen, maar of regeringen dit goedkeuren is twijfelachtig. Slow Démocratie maant hen nu om de consequenties te trekken en dan zélf beter voor hun burgers te zorgen, en Europa zo in te richten dat dit ook kan. Want natuurlijk kan het.

Dit is een intelligent, hoopgevend boek. Kan iemand dit, als goed begin van 2020, in het Nederlands vertalen?

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.