Recensie

Recensie Boeken

Een meeslepend boek over kunstplunderingen van de Romeinse elite

Kunstroof De Romeinen voelden zich in militair opzicht superieur, maar de Griekse kunst bewonderden ze. Beelden, vazen en schilderijen uit de Griekse wereld belandden zo in Rome.

Elke souvenirwinkel in Athene verkoopt Past and present Athens van Emanuele Greco, een spiraalgebonden boekje waarin het Parthenon en andere tempels niet alleen in hun huidige, ruïneuze toestand zijn afgebeeld, maar waarin ook gereconstrueerd wordt, op transparante overlegvellen, hoe ze er in volle glorie hebben uitgezien. Wie veronderstelt dat het verschil tussen toen en nu te wijten is aan de tand des tijds, zou Schoonheid voor het oprapen. Romeinse kunstjagers en hun navolgers moeten lezen, waarin oudhistoricus Fik Meijer duidelijk maakt dat het vooral mensenhanden zijn die het Griekse erfgoed toegetakeld hebben. De beelden en reliëfs die aan het huidige Parthenon ontbreken, zijn nog altijd te bewonderen – in het British Museum in Londen. Zoals je voor andere Griekse kunstschatten naar Parijs, Berlijn en München moet.

Meijer begint zijn relaas met de Romeinse triomftochten in de derde en tweede eeuw v. Chr. Veldheren die na een klinkende overwinning naar Rome terugkeerden, voerden niet alleen een stoet krijgsgevangenen mee, maar ook buitgemaakte kunstschatten. Zo maakten Romeinse toeschouwers kennis met de vazen, beelden en schilderijen van de Griekse wereld. De Romeinen voelden zich in militair opzicht superieur, maar de Griekse kunst omarmden ze meteen. De kunstschatten werden aanvankelijk door de triomfators afgestaan aan de staat en in de openbare ruimte tentoongesteld, maar gaandeweg begonnen de generaals er hun eigen huizen mee op te sieren.

Ordinaire kunstrovers

Naarmate de handelswaarde van die kunst steeg, werden de plunderingen in de overwonnen gebieden brutaler: had men voorheen tempels ontzien, nu stal men ook godenbeelden. De veelgeroemde Romeinse soberheid en discipline namen af, en magistraten ontpopten zich steeds meer tot ordinaire kunstrovers. Berucht was Gaius Verres, die overal waar hij in overheidsdienst naartoe werd gezonden, de kunstschatten met karrenvrachten afvoerde, om ze door te verkopen. Met dank aan de redevoeringen van Cicero, die als aanklager een rechtszaak tegen Verres voorbereidde, schetst Meijer deze Verres als ‘het misdadige gezicht van de uitwassen van het Romeinse imperialisme’.

In het christelijke Rome van de late oudheid veranderde de status van de oude kunstschatten en sloegen beeldenstormers de heidense goden en godinnen kort en klein. Pas in de Renaissance herleefde de belangstelling voor en de handel in de klassieke Grieks-Romeinse kunst. Ondertussen hield het Parthenon op de Akropolis redelijk stand. Tot 1687, toen de Venetiaanse bevelhebber Francesco Morosini zijn kanonnen van een nabijgelegen heuvel op de tempel richtte, in de wetenschap dat de Ottomaanse bezetter er zijn kruitmagazijn had ingericht. Een voltreffer veranderde het Parthenon in een ruïne. En toen moest Thomas Bruce, de zevende Graaf van Elgin, nog komen.

Lord Byron

Lord Elgin gooide het in 1800 op een akkoordje met de nog altijd over Athene heersende Turken en sloopte voor eigen gewin de sculpturen van het Parthenon. Als navolger van Gaius Verres vond hij zijn Cicero in de persoon van Lord Byron, die deze kunstroof en tempelverminking aanklaagde in zijn lange gedicht Childe Harold’s Pilgrimage. Sinds de Griekse onafhankelijkheid wordt er bij de Engelse staat op aangedrongen de ‘Elgin Marbles’ aan Athene terug te geven.

Over kunstroof valt uiteraard veel meer te vertellen. Terloops vermeldt Meijer de confiscatie van Joodse kunstcollecties door de nazi’s en de problematische aanwezigheid van Afrikaanse kunst in Europese musea. Dat zijn boek uitsluitend over Grieks-Romeinse kunst gaat, lijkt impliciet te volgen uit het feit dat Oude Geschiedenis nu eenmaal Meijers vakgebied is. Een duidelijke afbakening van het onderwerp ontbreekt. Evengoed is Schoonheid voor het oprapen een meeslepend – prachtig geïllustreerd – boek, waarin de auteur zijn geleerdheid achteloos uit zijn broekzak klopt. Ja, het is des te imponerender omdat het zonder enige imponeerdrang geschreven is. Een bescheiden triomftocht.