Indy de Vroome sloot het jaar af als nummer 210 van de wereld. Haar carrière ligt weer open. „Als ik op de baan sta, geloof ik dat ik het meer wil dan de ander, meer wil dan de tegenstander.”

Foto Chris Keulen

Interview

Indy de Vroome: ‘Het doel is nog steeds nummer één van de wereld worden’

Interview | Indy de Vroome, tennisster

Ruim twee jaar speelde ze geen wedstrijden door de ziekte van Lyme. Maar voormalig toptalent Indy de Vroome (23) is op de weg terug. „Ik heb een onvoorwaardelijk geloof in mijzelf.”

De schreeuw komt van diep. „Come on”, galmt door de tennishal in Saguenay, Quebec, in het oosten van Canada. Het is zondag 27 oktober 2019. De comeback van Indy de Vroome (23) krijgt hier gestalte, in de finale van het ITF-toernooi, met een harde, diepe backhandwinner op matchpoint. Ze verslaat de Amerikaanse Robin Anderson, nadat ze een wedstrijdpunt overleefde.

Het is een kort bericht op enkele nieuwssites, maar voor De Vroome heeft het grote betekenis: de bevestiging dat ze op de weg terug is.

Ruim twee jaar speelde ze geen professioneel tennis, van juli 2016 tot oktober 2018, als gevolg van de ziekte van Lyme. Ze was niet meer in staat om dagelijks te tennissen: ze verloor kracht tijdens fysieke belasting en had vermoeidheidsverschijnselen.

„Ik weet niet in hoeverre het realistisch is dat ik nog helemaal ga herstellen en nog op het hoogste niveau ga terugkeren”, zei ze in maart 2018 tegen NRC. Nummer één van de wereld was haar doel, haar droom – van jongs af aan. Maar haar profcarrière, ooit zo veelbelovend, leek voorbij voor die goed en wel begonnen was.

Ze kon geen wedstrijden meer spelen. Wel bleef ze trainen, al was het door de ziekte veel minder. Ze ging fysiotherapie studeren, als alternatief voor haar tenniscarrière.

Lees ook het interview uit maart 2018: ‘Ik dacht altijd dat ik onschendbaar was.’

Kim Clijsters Academy

Ze oogt pezig en afgetraind als ze de brasserie binnenloopt in de binnenstad van Den Bosch. De Vroome groeide op in het nabijgelegen dorp Cromvoirt, waar ze nog bij haar moeder woont.

Ze heeft net een trainingsdag achter de rug in het Belgische Bree bij de academie van Kim Clijsters, de voormalig nummer een van de wereld, die in maart 2020 haar comeback wil maken. De Nederlandse coach Rick Vleeshouwers begeleidt De Vroome, ondersteund door de Belg Philippe Geladé.

Ze kiest haar eigen weg, traint niet bij de bond. Ze treedt niet zo snel naar buiten. Praat niet graag met de pers. Begin december mailt ze, na eerdere onbeantwoorde interviewverzoeken: „Excuses voor de zeldzame berichtgeving van mijn kant.”

Nu vindt ze het tijd voor een interview. Eerder, in 2019, was ze daar niet aan toe omdat ze nog twijfels had over haar herstel. Die onzekerheid is nu verdwenen. Naarmate het gesprek vordert, klinken haar woorden overtuigender, krachtiger.

De ziekte van Lyme remt haar niet langer. De infectieziekte staat bekend als complex, dat is ook haar ervaring. Ze zal nooit helemaal zeker weten of ze volledig hersteld is, maar lichamelijk voelt ze zich nu weer bijna de oude.

„Het is niet dat ze een bloedprik doen en zeggen: je bent beter. De enige indicatie die ik heb, is hoe ik me voel. En nu voel ik me fysiek heel goed. Maar de kans bestaat dat ik de naweeën nog ondervind.”

Mei 2016 kreeg ze voor het eerst last van krachtverlies bij een serie toernooien in Japan. Mogelijk is de bacterie in die periode overgedragen, al is dat niet te achterhalen. Na een medische zoektocht is de ziekte pas in oktober 2017 vastgesteld, op basis van een test die haar huisarts afnam. Vervolgens werd ze behandeld met antibiotica, onduidelijk is of die aansloegen.

In de loop van 2018 gaat De Vroome zich geleidelijk beter voelen. Bij gebrek aan andere speelsters mag ze als reserve mee met het Nederlandse Fed Cup-team voor de ontmoeting in en tegen Australië, in april van dat jaar. „Daar kon ik voor het eerst dagelijks tennissen.”

Rentree zonder ranking

Die zomer besluit ze haar carrière nog een kans te geven. Ze gaat weer vol trainen. „Dat ging met vallen en opstaan. Er waren heel veel momenten dat ik dacht dat het niet zou lukken. Dat het niet snel genoeg ging, dat ik niet voldoende beter was.”

Maar ze wil het proberen, wil tennissen. Ze maakt haar rentree in het profcircuit in oktober 2018, in Luxemburg. Ze heeft dan geen ranking – niet op de wereldranglijst, niet in Nederland. De Vroome, die op haar twaalfde al werd gecontracteerd door sportmerk Nike en managementbureau IMG: „Ik moest helemaal vanaf de basis beginnen.”

Dat doet ze, in de laagste categorie van het mondiale tennis, op de ITF-toernooien met een prijzengeld van 15.000 dollar (13.500 euro). Verlies in de tweede ronde van zomaar een toernooi in Monastir in Tunesië, najaar 2018, levert haar 294 dollar op.

Het zijn wedstrijden op verlaten parken, zonder lijnrechters, soms zonder umpire en zonder ballenkinderen. Het wordt ook wel de tennisjungle genoemd. „Je moet er doorheen.”

Fysiek was het een dun lijntje, de eerste maanden na haar rentree. Ze moest wennen aan wedstrijdtennis. De Vroome: „Voornamelijk ontstekingen. Omdat je niet meer gewend bent aan toptennis en die belasting op de gewrichten en pezen.”

Ze kreeg last van haar knie, ging door haar enkel, scheurde een buikspier, had een ontsteking in haar schouder (bursitis). Door de pijn serveerde ze noodgedwongen onderhands in een wedstrijd. Die klachten en het onzekere perspectief zorgde voor „twijfel”: kon haar lichaam het wel aan, kon ze zo wel verder?

Ze knokt zich erdoor. In 2019, haar eerste volledige seizoen in vier jaar tijd, wint ze vier toernooien. Hoogtepunt: de titel in het Canadese Saguenay, dat met een prijzengeld van 60.000 euro tot de middencategorie hoort op de ITF-tour, het tweede niveau in het vrouwentennis.

Haar balans in 2019: 53 zeges tegen 14 nederlagen. Op de wereldranglijst is ze opgeklommen naar plaats 210.

In 2020 wil ze zich meer gaan richten op de grand slams en de WTA-toernooien, het topniveau. Vanaf dinsdag 14 januari doet ze mee aan het kwalificatietoernooi voor de Australian Open, in Melbourne. En ze is geselecteerd voor het Fed Cup-team voor de ontmoeting tegen Wit-Rusland, begin februari in Den Haag.

Ze merkt dat ze fysiek „gigantisch” vooruit is gegaan. Haar uithoudingsvermogen is toegenomen, ze raakt minder snel vermoeid, kan intensieve trainingsarbeid aan. „Het herstelvermogen is veel beter. Ik kon voorheen geen twee uur trainen, nu lukt vier, vijf uur op een dag. Niet iedere dag, maar op de meeste dagen wel. Ik kan weer wedstrijden spelen van 3,5 uur.”

Je wilt nu richting de top-100.

„Dat hoeft niet in 2020 te gebeuren. Het doel is nog steeds nummer één van de wereld worden. Dat gaat ook niet in 2020 gebeuren. Maar uiteindelijk misschien wel.”

Is dat nog realistisch?

„Waarom niet? Als het toen het doel was, is het nu nog steeds het doel. Het is niet dat ik veranderd ben als tennisser, dat ik minder goed kan tennissen. Ik denk dat ik mentaal sterker ben geworden.”

In welk opzicht?

„Ik genoot altijd ontzettend van tennis, maar realiseer mij nu nog beter dat het zoiets unieks is en zo’n kans is het te kunnen doen, te mogen doen. Dat ik elke keer dat ik op de baan sta er ook echt van kan genieten, meer ontspanning kan vinden en daar beter van ga tennissen. Dit is waar ik van gedroomd heb, nu kán het weer. Dat is een andere insteek. Het is een hongergevoel dat ik nu nóg veel meer heb.”

Foto Chris Keulen

Je hebt jezelf beter leren kennen in de periode zonder tennis.

„Lichamelijk ging het heel slecht en mentaal zat ik heel diep [in 2016 en 2017]. Kon niet veel dieper. Daarna ben ik gaan studeren, fysiotherapie, dat hielp. Ik kreeg nieuwe doelen. Ik besefte: zonder tennis heb ik ook veel kwaliteiten en kan ik ook heel veel doen met mijn leven en daar plezier uit halen. Het is niet dat ik alleen maar een tennisser ben.”

De Vroome, een hardhitter, heeft aan haar spel gewerkt. Ze probeert completer te worden, door met meer variatie te spelen en meer naar voren te komen. En ze heeft haar servicebeweging versimpeld, met een kortere (achter)zwaai. Dat is mede om het hoge aantal dubbele fouten te verminderen.

Ook dit jaar sloeg ze regelmatig meer dan tien dubbele fouten per wedstrijd, met uitschieters naar 28 en dertig. „Het is meer dat het soms in je hoofd zit”, zegt ze. Af en toe mist ze volledig het gevoel in haar service.

Tegelijkertijd geldt haar eerste service als een wapen, ze kan ermee domineren. „Ik serveer gemiddeld harder dan de meeste vrouwen”, zegt ze. „Ik haal veel winst uit mijn service.”

Je carrière ligt nu weer helemaal open, alles is mogelijk.

„Nog mooier dan nummer een worden, vind ik een grand slam winnen. Dat is echt het hoogst haalbare. Als ik dat bereik, kan ik vredig doodgaan.” Even lacht ze.

Heb je de overtuiging dat dat kan, een grand slam winnen?

Ze buigt voorover, spreekt iets langzamer: „Ik heb een onvoorwaardelijk geloof in mijzelf. Als ik op de baan sta, geloof ik dat ik het meer wil dan de ander, meer wil dan de tegenstander. Dat ik bereid ben dieper te gaan, om harder te gaan, om het langer vol te houden. Dat ik er álles aan wil doen om dat te bereiken. Dat ik meer honger heb, naar het wínnen, naar het spélen, naar dáár staan.”