In deze drugsoorlog zijn er alleen nog slechte opties

Het denken over drugs in Latijns-Amerika en de VS verandert snel nu de War on Drugs is vastgelopen. Merijn de Waal vraagt zich af: maakt dit de weg vrij voor experimenten met legalisering van harddrugs in de jaren 20?

Door het stijgende aantal moorden worden in Mexico meer begraafplaatsen aangelegd, zoals in Tijuana.
Door het stijgende aantal moorden worden in Mexico meer begraafplaatsen aangelegd, zoals in Tijuana. Foto AFP/Guillermo Arias

Een doorzeefde auto met een dode man erin in narcohoofdstad Culiacán. Roze kruizen voor acht vermoorde vrouwen in de woestijn bij grensstad Juárez. Een uitgebrande stadsbus in badplaats Acapulco. Zwaarbewapende burgermilities die eigenhandig hun streek in Michoacán beschermen tegen bendes. Een jeep vol militairen die tussen het verkeer patrouilleert in metropool Guadalajara.

Het Franse persbureau AFP stuurde eind november een groep foto- en videojournalisten op pad in Mexico. Opdracht: documenteer gedurende een etmaal het oplopende drugsgeweld. Het levert een beeld op van een land dat op veel plaatsen een oorlogsgebied lijkt. Met gemiddeld 95 moorden per dag was 2019 er weer gewelddadiger dan het jaar daarvoor. Zoals 2018 dodelijker was dan 2017. En 2017 dan 2016. Enzovoort.

Hoe de drugsoorlog in Mexico ontspoort, werd zichtbaar op 18 oktober. Bij een slecht voorbereide inval pakte de politie een zoon van voormalig kartelbaas Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán op. Diens Sinaloa-kartel ontketende gelijk een stadsguerrilla in Culiacán, hoofdstad van ‘hun’ deelstaat. Na enkele gewelddadige uren gaf president Andrés Manuel López Obrador opdracht de zoon te laten lopen.

Hij zei zo erger bloedvergieten te hebben willen voorkomen. Het incident leerde dat de overheid zelfs in een grote stad als Culiacán niet langer het geweldsmonopolie heeft. De clementie voor Chapo jr. stemde het kartel ook niet milder. De commandant die de gefnuikte arrestatie leidde, werd kort erna met tachtig kogels doorzeefd.

‘Culiacán’ was een grote tegenslag voor de linkse president. Hij boekte in 2018 een historische verkiezingszege met de belofte de drugsoorlog niet verder te laten escaleren. Die kostte in de twaalf jaar ervoor al ruim 200.000 levens. De linkse leider beloofde ‘meer studiebeurzen, minder huurmoordenaars’ en ‘knuffels, geen kogels’. Slogans die in zijn eerste jaar aan de macht snel door de realiteit werden ingehaald. Keiharde militaire aanpak of softere deëscalatie: in deze drugsoorlog winnen de narcos altijd.

Moordcontinent Latijns-Amerika

Latijns-Amerika telt nog geen tiende van de wereldbevolking, maar kent ruim een derde van het mondiale aantal moorden (150.000 per jaar). Het werelddeel betaalt veruit de hoogste prijs voor de door de VS aangejaagde War on Drugs. De kritiek erop nam het afgelopen decennium juist in deze regio snel toe. Ex-presidenten uit landen als Colombia, Mexico en Brazilië roepen al jaren op na te denken over alternatieven voor de repressieve aanpak.

Het werelddrugsbeleid wordt door de VS (en in minder mate Europa) bepaald. In weerwil van alle onderscheppingen, arrestaties, invallen en jarenlange veroordelingen zijn de beschikbaarheid en kwaliteit van een drug als cocaïne hier groter dan ooit – bij een zelfde prijs. De detailhandel erin is geüberiseerd: een envelopje coke is met een paar appjes besteld.

In westerse landen beseft de politiek dat de strijd vastloopt. Linksere Democraten die het in 2020 in de VS willen opnemen tegen president Trump doen voorstellen voor een veel minder repressieve aanpak. Zij bepleiten om opgepakte gebruikers van harddrugs – bovengemiddeld vaak arm en mensen van kleur – niet langer massaal op te sluiten, maar te behandelen. In Nederland zou regeringspartij D66 werken aan een pamflet waarin ze oproept cocaïne en xtc te legaliseren.

Als de drugsoorlog in de jaren 10 vastliep, gaat er in de jaren 20 dan geëxperimenteerd worden met decriminaliseren, regulariseren of misschien zelfs legaliseren van harddrugs?

Vooralsnog wordt in verscheidene landen al geëxperimenteerd met legale wiet, voor medicinaal dan wel recreatief gebruik. En er gaan stemmen op dit uit te breiden naar sterkere middelen. Zo bepleit de Colombiaanse ex-president en Nobelvredesprijslaureaat Juan Manuel Santos gebruik van harddrugs niet te vervolgen, maar te regulariseren. „Dan kan de overheid zich beter richten op het voorkómen van gebruik en een beleid voeren dat veel effectiever is dan simpelweg bestraffen.”

Zo ver is het nog niet. Maar net als bij het mislukken van de drooglegging in de jaren 20 van de vorige eeuw wordt de weeffout van de huidige aanpak breder onderkend. Ex-president Santos: „In Colombia ontmantelden en versloegen we meerdere kartels, maar de handel ging door en gaat door zolang het verbod er is, want zo financieren de maffia’s hun geweld.”

Zo wordt erkend, dat hoe goed de voorlichting of geestelijke gezondheidszorg in een land ook mogen zijn, er altijd mensen blijven die hun geest willen bedwelmen. Nancy Reagans slogan ‘Just say no to drugs’ wordt mondiaal massaal genegeerd. Opiumwetten stroken al jaren niet met heersende maatschappelijke normen. Alleen een autoritaire kluizenaarsstaat à la Noord-Korea kan drugs wellicht buiten de deur houden. In elk ander type land ontstaat onvermijdelijk een lucratieve zwarte markt voor criminelen.

Op de vlucht voor bendegeweld

Voor hen is iedereen te koop. Van een president in Midden-Amerika tot een douanier in de haven van Antwerpen of Rotterdam. Zo werd vorige maand in Texas de Mexicaanse oud-veiligheidschef Genaro García Luna opgepakt. Hij was als rechterhand van president Calderón de architect van diens in 2006 begonnen drugsoorlog. Hij zou jarenlang miljoenen dollars hebben aangenomen van het Sinaloa-kartel om toch vooral rivaliserende bendes aan te pakken.

Zoals meer landen in de regio greep Mexico daarbij naar het leger als laatste, ‘schone’ ordehandhaver. Een strategie die rampzalig is uitgepakt. Onder druk van het leger is een handvol kartels versplinterd tot honderden kleine bendes. Zij vechten niet langer om grote smokkelroutes (plazas in jargon), maar om straathoeken. Ze pogen steden te controleren door bendeleden in te zetten als frontsoldaten. Die mogen zichzelf bedruipen met de straathandel in verwoestende drugs als crystal meth of heroïne. Van doorvoerland verandert Mexico zo in een afzetmarkt met eigen verslaafden.

En wie de narcos niet kunnen omkopen, bedreigen ze of vermoorden ze. Zo liep ik aan de zuidgrens van Mexico in februari een Hondurese luchtmachtmilitair tegen het lijf. Honduras is een belangrijke landingsbaan voor coke uit Zuid-Amerika, de autoritaire president liet zijn campagnekas spekken met narcomiljoenen. De kartels wilden de militair op hun loonlijst, opdat hij een oogje zou dichtknijpen. Hij weigerde, ,,uit liefde voor mijn vaderland”. Een besluit dat hem dwong datzelfde vaderland met zijn puberzoon halsoverkop te ontvluchten. Op asiel in de VS hoeft hij waarschijnlijk niet te rekenen. Hij zal vastlopen aan de noordgrens, waar hij afpersbendes (gelieerd aan de kartels) zal moet betalen voor zijn veiligheid. Zo winnen de narcos altijd.

Drugscriminelen worden machtiger. Door hun winsten wit te wassen, besmetten ze de hele economie. Ze worden actief in andere sectoren: van mensenhandel en prostitutie tot ontvoeringen. Met zijn bloeiende kidnap-industrie dreigt Mexico de Colombiaanse burgeroorlog te kopiëren.

In de noordelijke grensstad Juárez sprak ik in oktober enkele ontheemde Mexicanen op de vlucht voor het bendegeweld dat hun deelstaat teistert. Blanca Cordero uit Zacatecas had met haar twee kinderen kamp opgeslagen aan de voet van de grensbrug naar El Paso, wachtend op een kans asiel aan te vragen. „Alleen in de VS voelen we ons veilig”, zei ze. Haar zoon van 15 werd ontvoerd door een bende. „Ze gingen door zijn telefoon en zagen dat hij familie heeft in de VS. Die moest 200.000 pesos losgeld (10.000 euro) voor hem overmaken.” Hoe de bende heette? „Oh, die hebben al geen namen meer, zoveel zijn het er.”

Onder Trump houden de VS hun grenzen nagenoeg dicht voor Blanca Cordero en vele tienduizenden andere vluchtelingenuit de drugsoorlog. De Hondurese narcopresident geniet ondertussen de steun van Washington, zolang hij aan zijn zuidgrens maar migranten tegenhoudt. Zo winnen de narcos altijd.

Tegelijkertijd draait de circulaire economie van de drugsoorlog ongestoord door. Coke, wiet, meth, fentanyl en heroïne stromen noordwaarts, de dollars keren zuidwaarts. Geld dat deels weer in Amerikaanse wapens wordt gestoken, die zuidwaarts vloeien naar de oorlog. De wereld is niet alleen aan verslaafd aan drugs, maar ook aan de oorlog ertegen.

Perverse logica

De prominente Mexicaanse schrijver Jorge Volpi is zeer somber over zijn land en regio. Ik zoek hem in november op in een Amsterdams hotel als hij voor het Instituto Cervantes de Spinoza-lezing uitspreekt, die hij wijdt aan het ‘Loden Tijdperk’ in Mexico. Hij ziet elke dag hoe een toch al corrupt en wankel bestuurd land verder uiteenvalt door „het absurde mondiale drugsbeleid”.

Want, meent Volpi: „Daar komen alle problemen uit voort. Uit de puriteinse aandrang van de Amerikanen om a) alle drugs te verbieden en b) degenen die er in handelen de oorlog te verklaren. Het is paternalistisch én het werkt niet. We zien alleen al in mijn land een kwart miljoen doden en drugs blijven in veel landen maar twee telefoontjes weg en zijn even duur als twintig jaar geleden. Door deze perverse logica, waarbij wij ook nog eens pal naast de VS liggen, zal er nooit iets in Mexico of Latijns-Amerika kunnen veranderen.”

Javier Peña en Steven Murphy denken hier heel anders over. De twee voormalige Amerikaanse anti-narcotica-agenten maakten in de jaren negentig jacht op Pablo Escobar, de beruchte leider van het Medellín-kartel. Hun Colombiaanse jaren vormden de basis voor de wereldwijd populaire Netflix-serie Narcos en hun boek, Manhunters. De uitschakeling van Escobar gold als emblematische zege in de War on Drugs. Tegelijkertijd gaat de handel na zijn dood al decennia onverminderd door. Is er enige voortgang, vraag ik hun in een telefonisch interview.

Ook zij erkennen „dat we ons hier niet uit kunnen arresteren, er staan altijd nieuwe slechteriken klaar die geld willen verdienen aan drugs”. Maar voor hen betekent dit niet dat deze oorlog verloren is. Laat staan dat drugs legaal moeten worden teneinde de kartels financieel te ondermijnen. Peña: „Legaliseren lijkt de gemakkelijke uitweg, maar er zijn vele bijkomende problemen. Stel dat we cocaïne zouden legaliseren, en er straks overal allemaal extra cokeverslaafden rondrennen. Wie gaat er dan voor hen zorgen als ze geen baan meer kunnen hebben, opgefokt rondrijden of andere slechte beslissingen nemen? Daar zouden hardwerkende, belastingbetalende burgers toch niet voor op moeten draaien?”

Deze twee botsende wereldbeelden tekenen de impasse. Het verbod op drugs werd oorspronkelijk ingevoerd om de volksgezondheid en samenleving te beschermen. Tegelijkertijd kost de ‘oorlog’ ertegen al jaren vele malen meer mensenlevens dan er met handhaving van het verbod worden gered.

Portugal verkent sinds begin deze eeuw een middenweg tussen rechtshandhaving en volksgezondheid. Handel in drugs is er illegaal, maar gebruikershoeveelheden (ook van harddrugs) zijn gedecriminaliseerd. Wie er mee wordt gepakt, begaat slechts een administratieve overtreding. Je moet de drugs inleveren en op gesprek komen bij een psycholoog die bepaalt of je gebruik problematisch of recreatief is.

Het drugsgebruik in Portugal is sinds deze hervorming niet significant toe- of afgenomen. Onderzoek in EU-landen wijst uit dat drugswetgeving sowieso zelden een significante invloed heeft op gebruik. De beste manier om dit terug te dringen is voorlichting geven, het bestrijden van de handel of teelt zijn vele malen minder effectief.

Bekijk ook deze fotoserie over de drugsoorlog in Mexico

Alleen maar slechte opties

Is het volledig vrijgeven van harddrugs daarmee een logische volgende stap? Ligt er in het supermarktschap naast aspirientjes straks ook coke, moet je naar de apotheek voor een weekenddosis xtc-pillen?

De ironie wil dat juist de VS hier recentelijk – ongewild – een grootscheeps experiment mee hebben gedaan. Het pakte desastreus uit. Vanaf eind vorige eeuw werden pijnstillers op opiatenbasis er massaal ‘gepusht’ door de farmaceutische industrie. De werking van deze pillen lijkt sterk op die van heroïne en Amerikanen raakten met miljoenen verslaafd. De ontstane opiatenepidemie lijkt daarmee een groot pleidooi tegen legalisering.

Maar ze pleit óók tegen een verbod. Dat zit zo: nu legale pijnstillers sinds enkele jaren veel minder soepel voorgeschreven worden, wenden verslaafden zich op grote schaal tot de zwarte markt. Daar kopen ze heroïne of neppillen uit Mexico, versneden met het levensgevaarlijke synthetische opiaat fentanyl. Het aantal dodelijke overdoses schoot omhoog. De enige die winnen zijn, opnieuw, de narcos.

Er zijn, kortom, alleen nog slechte opties. Maar sommige zijn wel minder rampzalig dan andere en de tijd om die te verkennen dringt, nu hele landen afglijden. „Zelfs al zouden we drugs legaliseren; de criminele groepen zijn reeds actief in allerlei andere sectoren”, sombert schrijver Volpi. Zijn Mexico moet een adempauze krijgen om een rechtsstaat op te bouwen. „Maar voorlopig”, zegt hij, „zullen de kartels blijven bestaan en hun geweld ook.”