Twee varkenssaucijzen voor 1,79 hoe werkt dat?

Goedkoop vlees Als twee varkenssaucijzen slechts 1,79 kosten, hoe kunnen retailers, slachterijen, vleesverwerkers én boeren hier dan aan verdienen? „In deze markt laat niet iedereen het achterste van zijn tong zien.”

Bij Jumbo kost een slavink – die weliswaar niet per stuk verkocht worden – 0,75 cent.
Bij Jumbo kost een slavink – die weliswaar niet per stuk verkocht worden – 0,75 cent. Illustratie Roland Blokhuizen

Vier varkensfiletlapjes voor 2,45 euro, twee varkenssaucijzen voor 1,79 euro, vier slavinken voor 3 euro. ‘Eenvoudig’ varkensvlees met (maximaal) één ster van het Beter Leven-keurmerk kost in de supermarkt - Jumbo in dit geval – soms nog geen 8 euro per kilo.

Dat is veel te goedkoop, vinden dierenwelzijnsorganisaties als Wakker Dier, die aanvoeren dat supermarkten de consumptie van vlees aanmoedigen met hun „gekiloknal”. Volgens milieuorganisaties zijn de supermarktprijzen bovendien geen reële afspiegeling van de kosten, omdat schade aan milieu, klimaat, diergezondheid en biodiversiteit er niet in zijn verrekend. Neem je die wel mee, dan ligt de „echte prijs” van varkensvlees 53 procent hoger, becijferde adviesbureau CE Delft vorig jaar.

Op dat niveau liggen de prijzen (nog) niet. Maar hoe komt vlees zo goedkoop? Hoe kan de productie uit voor de retailers, slachterijen, vleesverwerkers en varkensboeren?

Smalle marges

Dát het uit kan, staat voor Dé van de Riet niet ter discussie. Hij is woordvoerder van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), die naar eigen zeggen 90 procent van de Nederlandse vleesindustrie vertegenwoordigt. „Als het echt niet uit zou kunnen, gebeurde het niet”, zegt Van de Riet. „Niemand kan volhouden om blijvend onder de kostprijs te leveren.” Maar, voegt hij toe, Nederland is een land van „smalle marges”.

Hoe smal die precies zijn en hoe die zijn verdeeld, is niet met zekerheid te zeggen. Winstmarges vormen concurrentiegevoelige informatie. Bovendien: de boer krijgt één bedrag voor zijn varken, maar daarna wordt het ingewikkeld. Het varken belandt via de slachterij, vleesverwerkers en retailers uiteindelijk in allerlei varianten bij de consument. De niet-eetbare delen vinden hun weg naar de industrie. Het merendeel is voor de export.

Nederlandse supermarkten verkopen naast slavinken, saucijzen en filetlapjes ook ‘luxe’, dus duurdere varkensvleesproducten zoals prosciutto, droge worst of ontbijtspek. Op het ene product zal meer marge zitten dan op het andere, dat dan weer gebruikt kan worden om klanten te trekken. „Het is een complexe markt waarin niet iedereen het achterste van zijn tong laat zien”, vat Van de Riet het samen.

Varkenspest

De marge op een slavink mag onduidelijk zijn, er is wel iets te zeggen over de inkomsten van varkensboeren en de verhoudingen in de sector. Zo krijgen varkensboeren op dit moment bijna 2 euro per kilo, zo blijkt uit cijfers van Wageningen University & Research (WUR). Dat is relatief veel, zeker vergeleken met het crisisjaar 2015, toen de prijzen ruim een derde lager waren. Belangrijkste reden: de Afrikaanse varkenspest, die vooral hard heeft toegeslagen in China. Hoe triest ook voor de getroffen landen (en dieren), de Nederlandse varkensboeren profiteren hiervan.

Dat betekent overigens niet dat zij nu binnenlopen, stelt WUR-onderzoeker Willy Baltussen. Hij berekende dat de kostprijs voor een kilo Nederlands varkensvlees in 2018 gemiddeld 1,52 euro bedroeg. Sommige boeren produceerden tot wel 30 cent per kilo goedkoper, anderen juist 30 cent duurder. Waar die verschillen in zitten? „Dat hangt vooral samen met de gezondheid van de dieren”, zegt Baltussen. „Gezonde varkens hebben minder voer, medicijnen en bezoekjes van de dierenarts nodig.”

René Veldman, sectorspecialist varkenshouderij bij Rabobank, bevestigt dat varkensboeren „een laag rendement” maken op hun investeringen. Bovendien zijn hun inkomsten bijzonder volatiel. Niet voor niets is de varkenscyclus een begrip in de economie: het fenomeen waarbij tekorten en overschotten elkaar om de paar jaar afwisselen omdat boeren in goede tijden mondiaal de productie flink opvoeren, waarna de prijs inzakt en het aanbod navenant krimpt. Overigens kan in Nederland de productie niet toenemen, omdat die is gemaximeerd door productierechten.

Die prijsschommelingen merkt de consument ook, stelt Veldman, maar in afgezwakte vorm en met enige vertraging. Dat heeft te maken met inkoopcontracten tussen retailers, vleesverwerkers en slachterijen. Ook zijn supermarkten er huiverig voor de prijzen sterk te verhogen, uit vrees dat consumenten het varkensvlees dan laten staan. Tegelijkertijd staan retailers ook niet te trappelen om zélf een hogere inkoopprijs te betalen. Het gevolg is dat vooral vleesverwerkers nu klagen over de hoge varkensprijzen. Want, zegt Veldman, „de marktmacht ligt bij een beperkt aantal inkooporganisaties, waaronder de supermarktbedrijven.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.