Opinie

De geniepige verleiding

Menno Tamminga

Wie zegt er nee tegen? Wie dúrft er nee te zeggen tegen een gratis lunch? Iemand? Terwijl je op je klompen kunt aanvoelen dat een lunch nooit gratis kán zijn. Iemand betaalt de rekening. De vraag is: wie? De mythe van de gratis lunch heeft z’n populariteit deels te danken aan de Amerikaanse econoom Milton Friedman (1912-2006). Hij gebruikte dit voorbeeld bij zijn uitleg over hoe belastingen werken. De overheid kan wel zéggen dat ze bedrijven belastingen oplegt, en daarmee dus u en mij ontziet, maar per saldo zijn er drie partijen die voor (een deel van) die belasting opdraaien: de werknemers (lagere lonen), de consumenten (hogere prijzen) of de eigenaren (minder winst).

Lees ook deze column: Is uitbuiting de stille kracht van de economie?

Friedman zag de gratis lunch als een truc van politici om te doen alsof er ergens ‘gratis’ geld te halen was – dat er niet was. Hij zou zijn visie bevestigd zien in het ‘Wopke-Wiebes-investeringsfonds’ van tientallen miljarden euro’s dat het kabinet Rutte III overweegt, omdat geld nu ‘gratis’ is…

Maar de mythe van de gratis lunch is natuurlijk niet alleen iets van de overheid. Het kapitalisme zit vol verleidingen van (bijna) gratis lunches en spotgoedkope producten waarvan je denkt: kan dit uit? In de stukken in deze ‘Kan het uit’-special wordt dat volop duidelijk.

De (bijna) gratis lunches zijn een exponent van het geniepige van het kapitalisme. Of van het succes daarvan, zo u wilt. ‘Gratis’ appelleert aan een oerinstinct van de consument: koopjes jagen. Niemand wil een dief van zijn eigen portemonnee zijn en het koopje laten liggen.

Het tweede geniepige is dat het (bijna) gratis prijskaartje alleen kan bestaan bij de gratie van wegkijken en ontkennen. Het product wordt verkocht onder de kostprijs. Niet alle relevante kosten zijn in de prijs verwerkt. Dat kan eerlijk loon zijn voor de werknemers: zie het verhaal over het blikje tomatenpuree. Of de kosten van de vernietiging van de biodiversiteit en van vervuiling. Vliegtickets en auto’s, om maar eens wat te noemen, worden ver onder de ware kostprijs verkocht.

Je kunt ook de winst voor de eigenaren opgeven. Deze onder-de-kostprijs-strategie zag je vorig jaar grandioos mislukken bij het verlieslatende kantoorverhuurbedrijf WeWork. De eigenaren namen dat kennelijk op de koop toe, want dit zou gecompenseerd worden met een beursgang en een hoge koers voor hun aandelen: iedereen rijk. Maar de beursgang flopte. De gevierde start-up kwam subiet in geldnood. Het kon niet uit.

De onder-de-kostprijs-strategie heeft nog een andere dimensie. Grote ondernemingen kunnen die strategie langer volhouden dan kleine, simpelweg omdat ze meer vermogen hebben. Het kan dus lonen. Als die strategie genoeg concurrenten uit de markt heeft gedrukt, kan de winnaar zijn prijzen verhogen als een (bijna-)monopolist.

Er is één uitzondering op al die goedkope producten die niet uit kunnen. Dat is de dure belofte, de belofte van hoge rendementen op beleggingen. Zij schermen niet met ‘gratis’, maar juist met de gouden formule. Roept u maar: teakhout, vastgoed, lapjes grond, handel in bitcoins.

De verleidingen van hoge rendementen én van (bijna) gratis lunches hebben dan wel weer een overeenkomst. Als het te mooi is om waar te zijn, ís het meestal ook niet waar.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.