2120: een groen land met brede rivieren

Landschap Onderzoekers van Wageningen University maakten een kaart van Nederland over 100 jaar. Als zij gelijk krijgen, zijn dit de grootste gevolgen.

Luchtfoto van de Nederlandse polder.
Luchtfoto van de Nederlandse polder. Foto Getty Images

Om met het goede nieuws te beginnen: we hoeven niet grote delen van Nederland aan de golven prijs te geven om over honderd jaar nog veilig te kunnen leven. „Wij denken dat de verwachte zeespiegelstijging van anderhalve meter er niet toe leidt dat we het halve land moeten ontvolken”, zegt landschapsontwerper en onderzoeker Michaël van Buuren, een van de auteurs van een kaart van Nederland over honderd jaar, gemaakt door twintig onderzoekers van Wageningen University and Research op basis van de huidige kennis en inzichten over klimaat.

Steden in het groen, geen kades langs de Maas en gehalveerde landbouwgrond

Wél zal Nederland in 2120 ingrijpend op de schop moeten zijn genomen, willen we er met de dan twintig miljoen inwoners veilig, gezond, welvarend en in harmonie met de natuur kunnen leven. En zet onverhoopt de zeespiegelstijging ineens toch veel krachtiger door? „Dan hebben we in elk geval een ontwikkeling in gang gezet die volgens ons hoe dan ook noodzakelijk is”, aldus Van Buuren.

De kaart is gemaakt aan de hand van vijf leidende principes: bodemtype, hoogteverschillen en de watersystemen zijn „bepalend” voor de ruimtelijke inrichting. Watermanagement is gericht op het „maximaal vasthouden, benutten, bergen en dan pas afvoeren van water”. We houden rekening met de natuur bij „alle keuzes” voor energie, landbouw, economie, leefbaarheid, verstedelijking en water. Een transitie naar een circulaire economie gericht op duurzaamheid. En ten slotte „slim meebewegen” met de natuur.

Het spreekt vanzelf andere ideeën over de inrichting van Nederland te mogen hebben dan de nu gepresenteerde, zegt Van Buuren. „Het is aan de politiek dat te bepalen. Wij doen een duit in het zakje voor de discussie; we laten in een scherp beeld zien hoe Nederland er mogelijk uit kan zien. Of dat waarschijnlijk of wenselijk is, zeggen we niet. Dit is geen plan of een voorspelling, maar een synthese van keuzes die niet onvermijdelijk zijn maar die wij zelf hebben gemaakt. Hiermee nemen wij stelling.”

Als de experts uit Wageningen gelijk krijgen, zijn dit de grootste gevolgen.

1 Verstedelijking in het oosten

Meer steden in het groen. De uitbreiding van de steden moet vooral in het oosten van Nederland gebeuren, op hogere zandgronden, zoals bij de Veluwe en in Brabant. Zo verdeel je de groei van de verstedelijking over een groter deel van het land dan alleen de Randstad. „Nieuwe economische centra worden niet meer in de Randstad ontwikkeld, maar op de hoger gelegen zandgronden.”

Er is meer groen in de bestaande steden aangelegd: groene daken, hangende tuinen en bossen in en rondom de stad. „Niet alleen met het oog op recreatiemogelijkheden en biodiversiteit, maar ook om het hitte-eiland-effect in de stad te verminderen. Veel open water in en om de stad is van belang voor watermanagement in de stad en draagt ook bij aan de leefomgeving van de stadsbewoners en het klimaat in de stad.”

2 Brede rivieren, diep IJsselmeer

Veel meer water uit de Rijn stroomt bij extra hoge afvoeren in de richting van de IJssel, die daartoe in breedte zal zijn verdubbeld. Minder water gaat in dat geval naar de Waal, waar het risico op overstromingen te groot aan het worden is. Kades langs de Maas zijn verwijderd en woningen verdwenen, zodat bij grote hoeveelheden water het hele Maasdal mee kan stromen. De Biesbosch is veel groter geworden, noodzakelijk door het openen van de Grevelingen en het Haringvliet. Het IJsselmeer is uitgediept en heeft een dubbele oever; goed voor de natuur en in de zone tussen de beide oevers dankzij een constant waterpeil gunstig voor de scheepvaart. De rest van het IJsselmeer dient in droge tijden als watervoorraad en in natte perioden als buffer voor overtollig water uit de rivieren. De Afsluitdijk blijft bestaan.

3 Eilanden en zand voor de kust

Bij anderhalve meter zeespiegelstijging is vier keer zo veel zand nodig om de kust te versterken als nu. Dat zand wordt gewonnen uit langgerekte geulen verderop in zee. Er zijn duinen en schelpdierbanken aangelegd. Mondingen van rivieren worden verbreed. Dit alles brengt meer biodiversiteit in zee. „Soorten als mul, goudbrasem, ansjovis, zeebaars, bruinvis, tuimelaar en bultrug komen algemeen voor en ook de zeearend heeft er zijn plek gevonden.” Langs de Westerschelde heeft landbouw plaatsgemaakt voor dubbele dijken, met daartussen ruimte voor teelt van schelpdieren en zeewier. In de Oosterschelde is een nieuwe kering gebouwd, met meer ruimte voor stromend water.

4 Voedsel en landbouw

Het totaal aan landbouwgrond is gehalveerd ten opzichte van nu en de veehouderij is tot een derde van de productie geslonken. Een deel van de voedselproductie is verplaatst naar zee. De producenten hebben zich aangepast aan het veranderende voedingspatroon van de Nederlander, dat „flexitarisch dan wel vegetarisch” is. „Insecten en zeewier staan al een tijd op het menu.” De landbouw is na een drastische koerswijziging „volledig circulair”.

De gewassen zijn verbeterd, in en rondom de steden staan bovendien bossen die voedsel leveren en daarnaast hun nut bewijzen bij de opslag van koolstof en het leefklimaat. Landbouw, tuinbouw en veehouderij „spelen slim in op verzilting, vernatting en weersextremen”. In het westen van het land is de traditionele veehouderij grotendeels verdwenen uit de veenweidegebieden en verruild voor recreatie en kleinschalige stadslandbouw. „De inwoners van Noord-West-Europa eten minder vlees, waardoor minder grond nodig is voor veehouderij.” De terugkeer van de natte veenweidegebieden gaat bodemdaling tegen en maakt opslag van meer broeikasgassen mogelijk.