Reportage

Liever het ruime sop dan het riante salaris

Carrièreswitch Op zeilboot de Fantastiko onderzoeken jongeren de zee. Veel van hen kozen dit werk na een onbevredigende carrière elders.

Aan boord van de Fantastiko doen de Sea Rangers onder meer onderzoek naar microplastics.
Aan boord van de Fantastiko doen de Sea Rangers onder meer onderzoek naar microplastics. Foto Rien Zilvold

Een paar grijze takjes, wat zeeschuim, een doorzichtig hoopje blubber. Tussen deze vangst van de dag is Cedric van Overstraeten (29) op zoek naar iets anders: microplastics uit de Noordzee. „Geen plastic vandaag”, zegt Van Overstraeten. Hij wijst naar de transparante blubber. „Alleen een kwalletje: die heten zeedruifjes.”

Van Overstraeten is sinds vorig jaar een ‘Sea Ranger’. Samen met een kapitein, een stuurman en vier collega-Rangers – ze noemen zichzelf de boswachters van de zee – bemant hij de Fantastiko. Per zeilboot trotseren ze de Noordzee, waar ze voor verschillende opdrachtgevers taken uitvoeren. De monsters van microplastic gaan bijvoorbeeld naar het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ), om te peilen hoe vervuild de Nederlandse zeeën zijn. Later op de dag doen ze weermetingen voor het KNMI en inspecteren ze beschermde scheepswrakken voor de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed.

Als je Maxim Berman (31) begin vorig jaar had verteld dat hij zou gaan werken op een zeilboot, had hij het waarschijnlijk niet geloofd. Berman werkte als valutahandelaar bij een handelskantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Een leuke baan met een goed salaris, maar het werk gaf hem niet genoeg voldoening.

Foto Rien Zilvold

Teruggeven

Ook de andere Rangers hebben een niet voor de hand liggende achtergrond. Zo is Van Overstraeten aan het conservatorium opgeleid tot trompettist, Naisah Taal (27) is afgestudeerd bouwkundige en Mike Bentvelzen (26) werkte als cateringmedewerker.

Hoe ze dan toch aan boord van de Fantastiko terecht kwamen? Ze zijn jong en wilden werk waarmee ze „verschil kunnen maken” en „iets terug kunnen geven aan de wereld”, zegt Berman. En dus meldden ze zich aan om ‘zeewachter’ te worden.

Ingeleverd op zijn salaris als valutahandelaar heeft Berman met deze beslissing zeker, al kan hij financieel nu „prima rondkomen”. De helft van de maand werkt hij aan boord van de Fantastiko, het andere deel gebruikt Berman om uit te rusten. Zijn team wisselt de werkzaamheden af met een andere ploeg: eerst zeven dagen aan boord, daarna zeven dagen vrij.

Toch is hij ook op zoek naar extra werk, om bezig te blijven én om wat bij te verdienen. Maar naar de Zuidas keert hij niet terug. Berman: „Ook al verdiende het heel lekker, ik had het gevoel dat ik nutteloos was. Dat ik de wereld niet beter achterliet.”

Maritieme bootcamp

Jongeren zijn op zoek naar werk dat voldoening brengt. Zo deed uitzendbureau Young Capital in 2017 samen met de Universiteit Utrecht onderzoek naar de werkmotivatie van jonge werknemers. Ze hielden een enquête onder 18 tot 36-jarigen in acht verschillende Europese landen, waaronder Nederland, en concludeerden dat deze groep veel waarde hecht aan „immateriële werkaspecten”.

Bijna 70 procent van de ondervraagden vond het belangrijk dat hun organisatie maatschappelijk verantwoord werk deed. Ter vergelijking: het snel kunnen maken van promotie vond iets meer dan 40 procent van de ondervraagden belangrijk, en secundaire arbeidsvoorwaarden als een werktelefoon of laptop vond slechts 25 procent cruciaal.

Meer dan zeshonderd mensen meldden zich aan om Sea Ranger te worden

Wietse van der Werf (36) speelde met de oprichting van de Sea Ranger Service in 2016 in op die motivatie. Hij ging op zoek naar jonge ‘Sea Rangers’. Sollicitanten moesten tussen de 18 en 29 jaar oud zijn en „zich willen inzetten voor het behoud van de natuur”.

Meer dan zeshonderd mensen meldden zich aan, zegt Van der Werf. Twaalf jongeren slaagden voor de intensieve bootcamp: vijf weken aan maritieme training, geleid door marineveteranen. Zij kregen daarna nog een training tot matroos. Nodig, zegt Van der Werf: „Sommigen hadden voor de Sea Rangers nog nooit gezeild.”

Wietse van der Werf ging in 2016 op zoek naar jonge ‘Sea Rangers’ die zich wilden „inzetten voor het behoud van de natuur”. Foto Rien Zilvold

Harde wereld

Van der Werf zelf was tien jaar lang vioolbouwer, en daarna drie jaar scheepstimmerman op een schip dat rond Antarctica voer. In die periode zag Van der Werf hoe vervuilend de maritieme industrie is én dat lang niet iedereen zich bekommert om de natuur. De maritieme sector ervoer hij als een harde wereld. „Ga bijvoorbeeld eens naar de haven van Rotterdam: hard, ruw werk. Verhalen over natuurbehoud boeien die mensen een stuk minder”, zegt Van der Werf. Ergens vond hij dat logisch, maar ook vermoeiend. „Je moet mensen iedere keer helemaal naar jouw zienswijze brengen: dat de natuur belangrijk is om te behouden.”

Van der Werf werd voor de oprichting van de Sea Ranger Service onder meer gefinancierd door de Rabobank. Naast een organisatie voor natuurbehoud, ziet hij zijn bedrijf ook als een sociale onderneming die jongeren – „de generatie van de toekomst” – aan een baan helpt. Twee vliegen in één klap, aldus Van der Werf. Drie van de twaalf Sea Rangers waren vóór de bootcamp werkloos, zegt hij.

Het bedrijf komt nog niet rond zonder geld van buitenaf, maar Van der Werf hoopt dat Sea Rangers over een aantal jaar zelfstandig opereert. Hij wil meer opdrachten binnenhalen, met een mix tussen opdrachten voor onderzoek, zoals voor het NIOZ, en commerciële activiteiten op zee. „Zo gaan we binnenkort beginnen met het onderhouden van zeewierplantages”, aldus Van der Werf.

Foto Rien Zilvold

Weinig gelijkgestemden

Voor een leek is er weinig van te merken dat de zeewachters niet allemaal even ervaren zijn. Behendig hijsen ze de zeilen, varen ze op koers en voeren ze de weer- en zeemetingen uit. „Maxim, mag ik de coördinaten?”, vraagt Naisah Taal. „53 graden, 0.3 noord, en 4 graden 49.9 oost. De windrichting is 8 knopen zuid.”

Taal meldde zich na haar studie bouwkunde aan voor Sea Rangers. Bij haar studie trof ze weinig gelijkgestemden, zegt ze. „Het milieuaspect van Sea Rangers trok me heel erg. In mijn opleiding was ik altijd bezig met duurzaam bouwen, maar ik was steeds de enige. De rest wilde zo snel en zo goedkoop mogelijk bouwen.”

Eeuwig zal ze niet op het schip blijven, denkt Taal. Maar door Sea Rangers heeft ze wel kennis gemaakt met het werken voor een organisatie waar ze écht achter staat. „Werken met een duurzaam doel wil ik in een volgende baan ook.” Zal ze het water dan missen? „Nee hoor. Sinds twee maanden woon ik namelijk op een boot. Het is een zeilbootje van 10 meter: helemaal niet bedoeld om op te wonen, maar toch heerlijk!”