Qatar zoekt via sport naar prestige en macht, maar krijgt veel kritiek

Qatar Sport is voor Qatar een belangrijk onderdeel van zijn diplomatie. Maar het land blijft onder vuur liggen vanwege de onmenselijke behandeling van gastarbeiders bij de bouw van voetbalstadions.

Volgens Midden-Oostenkenner James M. Dorsey zijn de arbeidsomstandigheden in Qatar verre van ideaal, maar in negen jaar – sinds de toewijzing van het WK voetbal – aanzienlijk verbeterd.
Volgens Midden-Oostenkenner James M. Dorsey zijn de arbeidsomstandigheden in Qatar verre van ideaal, maar in negen jaar – sinds de toewijzing van het WK voetbal – aanzienlijk verbeterd. Foto’s Ali Haider/EPA, Giueppe Cacace/AFP

Achter een bak koffie in het snikhete Doha tijdens de WK atletiek in de herfst, stelt Gerard Lenting, geconfronteerd met het negativisme rond Qatar als sportnatie, een wedervraag: „Wie honoreert Qatar als organisator van veel wereldkampioenschappen? Juist, de internationale sportbonden. Corruptie? Met dat argument hadden er vanaf de jaren zeventig bijna geen WK’s en Olympische Spelen gehouden kunnen worden. Dergelijke toewijzingen worden nu eenmaal door macht en geld bepaald. Ethisch gezien verwerpelijk, maar zo zitten die zaken in elkaar. De sportwereld is verre van zuiver.”

Lenting is even terug in Doha, waar hij van 2005 tot 2009 als atletiektrainer werkte. Hij wil de slechte arbeidsomstandigheden bij de bouw van stadions voor het WK voetbal in 2022 niet goedpraten, zegt hij, maar het gaat hem te ver alleen Qatar te veroordelen . „Ik koos ervoor hier te werken. Net als alle bouwvakkers kon ik pas na toestemming van mijn werkgever het land verlaten. Dat wist ik vooraf. En ik zei ook ‘ja’ tegen mijn salaris, net als die bouwvakkers.”

Is dat een rechtvaardiging voor de misstanden? „Geenszins”, zegt Lenting, „maar ik vind dat wij Europeanen een grote broek aantrekken. In onze westerse blik zit een bepaalde vooringenomenheid. Bepalen wij voor anderen wat goed is? Een Indiër kan met zijn verdiende dollar meer dan wij. Zij vinden dat ze goed betaald worden. Nee, natuurlijk mag je bouwvakkers niet aan de dood blootstellen, maar die paar miljoen arbeidsmigranten in Qatar doen wel het werk dat velen weigeren. Wij moeten verschil in perceptie in zekere mate accepteren. Ik praat geen uitwassen goed, maar vind dat we in onze kritiek zijn doorgeschoten.”

Een ander geluid in de veroordeling van PSV en Ajax vanwege hun keus voor een trainingskamp in Qatar tijdens de winterstop. Uit een land dat de arbeidsrechten schendt en waar bloed aan de WK-stadions kleeft, moet je wegblijven, is een breed gedragen opvatting. Het weerwoord van Edwin van der Sar, algemeen directeur van Ajax: „Wij zijn een voetbalclub, geen politieke partij.” Maar Ajax gaat naar Doha, waar de Finse voetbalbond zijn nationale selectie, na eerdere trainingskampen, dit seizoen uit protest weghoudt, met als argument: wij maken geen politieke, maar een ethische afweging.

Opbouw van een sportindustrie

Waarom profileert een land op een zandvlakte van slechts 11.607 vierkante kilometer, dat nog geen vijftig jaar onafhankelijk is, slechts zo’n 350.000 autochtone inwoners telt, met een temperatuur die kan oplopen tot 50 graden en zonder diepgewortelde sportcultuur, zich zo met sport? Het antwoord is simpel, schrijft Simon Chadwick, de Britse professor Sport en Maatschappij, in het boek Sports, Politics and Society in the Middle East: ‘Qatar wil zijn economie steeds minder afhankelijk maken van gas en olie. Een actief sportbeleid creëert banen, verhoogt het nationale imago, bevordert internationale relaties, zorgt voor sociale cohesie en promoot een gezonde leefstijl.’

Als het om sport gaat, is Qatar van alle Golfstaten het actiefst. Sport is sinds twaalf jaar een staatsaangelegenheid, een integraal onderdeel van ’s lands diplomatie, met als doel een sportindustrie op te bouwen. Dat gaat op z’n Qatarees door in eigen land (top)sport te ontwikkelen en buiten de grenzen invloed te vermeerderen, zowel financieel als politiek. Geld speelt daarbij geen rol in het rijkste land ter wereld; de olie- en vooral gasdollars klotsen tegen de plinten.

De steeds dominantere rol van Qatar in sport is vooral af te lezen aan de binnengehaalde, mondiale sporttoernooien, wat in westerse ogen het merkwaardige beeld van topsport voor vaak lege tribunes oplevert. Hoogtepunt van die strategie wordt het WK voetbal in 2022, dat al vooraf is gegaan door het WK handbal voor mannen (2015), de WK wielrennen (2016), de WK turnen (2018) en de WK atletiek (2019). Nu nog de Olympische Spelen, waarvoor Qatar twee keer een bidbook heeft ingediend. De extreme zomerse temperaturen blijken voor het Internationaal Olympisch Comité (IOC) nog een obstakel .

De vraag is hoe lang het IOC Qatar kan blijven negeren, want het land wint subtiel aan invloed. Qatar spint wereldwijd een web van sponsoring. Soft power heet die aanpak, een door de Amerikaanse politicoloog Joseph Nye ontwikkelde vorm van verleiden. Aardig gevonden worden, jezelf op de wereldkaart zetten, dat is de bedoeling van soft power. Als land met een laag internationaal profiel werkt Qatar zo aan prestige en macht.

„Soft power betekent voor Qatar ook veiligheid. Het land kan zich nooit militair verdedigen. Het schrikbeeld is de Iraakse inval in Koeweit in 1990, die leidde tot de Golfoorlog. Soft power betekent vooral steun zoeken in de internationale gemeenschap. En dat werkt, zoals blijkt bij de actuele boycot van Qatar door Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Jemen en Egypte. Die krijgt amper steun. Qatar is niet van de rest van de wereld afgesneden. Integendeel, grootmachten als de Verenigde Staten, Rusland en China dringen aan op beëindiging van de boycot”, zegt James M. Dorsey, professor aan de Rajaratnam School of International Studies in Singapore, kenner van sport in het Midden-Oosten en schrijver van het blog Middle East Soccer.

Wereldwijd portfolio

Door middel van soft power heeft Qatar de wereld bedekt met een deken van sponsorprojecten, variërend van de Australian Footballclub Sydney Swans tot de voetballers van Bayern München, van de paardenraces op Royal Ascot tot de Formule E-races, van de Tunesische voetbalbond, van tennistoernooien tot de wereldvoetbalbond FIFA. Verantwoordelijk voor al die buitenlandse investeringen is het fonds Qatar Sports Investments (QSI). Met mooie resultaten, maar de grootste vis in zijn portfolio is de Franse voetbalclub Paris St. Germain, dat bijvoorbeeld de komst van de Braziliaanse sterspeler Neymar aan financiële steun uit Qatar te danken heeft.

Het charmeoffensief wordt wreed verstoord door de internationale kritiek op de onmenselijke behandeling van gastarbeiders bij de bouw van stadions voor het WK voetbal. Uit een publicatie in de Britse krant The Guardian bleek drie maanden geleden, dat de hitte jaarlijks tot honderden doden leidt onder bouwvakkers, die vooral uit Nepal, India, Pakistan, Bangladesh en Kenia komen.

Foto Giuseppe Cacace/AFP

Voornaamste doodsoorzaak: een hartstilstand. Werkdagen van tien uur bij temperaturen die extreem hoog oplopen slopen de werkers, letterlijk. Volgens de Qatarese autoriteiten is er van juni tot september een werkverbod afgekondigd tussen 11.30 en 15.00 uur, het heetste dagdeel . Volgens The Guardian wordt die maatregel slecht nageleefd.

Het vaktijdschrift Cardiology Journal ontdekte dat bij de werving van personeel nadrukkelijk op gezondheid wordt geselecteerd, wat overigens niet tot een significante daling van het aantal slachtoffers heeft geleid. Alleen al onder Nepalezen vielen tussen 2009 en 2017 zo’n 1.300 hartdoden.

Ook Amnesty International, Human Rights Watch en International Labour Organisation blijven alarm slaan over de slechte arbeidsomstandigheden, hoewel de mensenrechtenorganisaties ook verbeteringen vaststellen. Belangrijkste klacht blijft de handhaving van het kafala-systeem, dat arbeiders bij inlevering van hun paspoort vijf jaar aan een baas bindt. Terugkeer kan alleen met toestemming van de werkgever, die bij vervroegd vertrek niet verplicht is tot uitbetaling. Door de barre werkomstandigheden verslechtert de conditie van bouwvakkers, wat hen kwetsbaar maakt voor uitbuiting en misbruik en vaak tot een rechteloze terugkeer naar huis leidt.

Kafala-systeem

James M. Dorsey maakt dat verhaal niet mooier dan het is, maar nuanceert het wel. Zijn mening over de arbeidsomstandigheden in Qatar: verre van ideaal, maar in negen jaar – sinds de toewijzing van het WK voetbal – zijn ze aanzienlijk verbeterd. Op zich zijn de Qatari van goede wil, maar een knelpunt is volgens Dorsey dat de WK-organisatie wil meewerken aan de uitwerking van modelcontracten voor bouwvakkers, maar de implementatie om wetgeving vraagt, waar de overheid niet zomaar aan kan voldoen.

Voorbeeld is de beoogde beëindiging van het kafala-systeem. Volgens Dorsey wordt serieus gewerkt aan afschaffing. De eerste stap is al gezet: invordering van het paspoort is sinds kort verboden. „Wat niet wil zeggen dat het niet gebeurt, maar dan is er sprake van een wetsovertreding”, zegt Dorsey, die wel vindt dat er internationale druk op Qatar moet worden blijven uitgeoefend. „Omdat Qatari druk nodig hebben om veranderingen door te voeren. Zij presenteren hun land als vooruitstrevend met zekere liberale idealen. Nou, dan moet Qatar ook aan die standaarden getoetst worden.”

Maar voor een oproep tot een boycot van Qatar door Ajax en PSV ziet Dorsey weinig reden. Je kunt kritiek hebben op het politieke systeem, zegt hij. „Maar dan kun je op weinig plekken in de wereld terecht. Ik vind dat het proces van verbeteringen in Qatar juist aangemoedigd moet worden. Ik zou er meer problemen mee hebben als Ajax en PSV hun trainingskampen in Saudi-Arabië hadden opgeslagen.”