Recensie

Recensie Beeldende kunst

Keith Haring was subversief in een ongecompliceerde stijl

Graffiti Keith Haring was lichtvoetig en vermakelijk en tegelijk een activist. Dat is goed te zien op het overzicht van zijn kunst in museum Bozar, Brussel.

Graffiti is de schimmel van de infrastructuur. Teksten en tags verspreiden zich vanuit de hoeken van viaducten en geluidswallen langs de snelweg, of nestelen zich op plaatsen van stilstand en duisternis, zoals in onbruik geraakte treinstellen en verlaten tunnels. Ze richten zich daarmee op een nogal select publiek.

Ook voor de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring (1958-1990) was de openbare weg een ‘canvas’, zoals mooi blijkt uit de grote muurschildering die hij in 1986 op een Amsterdams koelhuis maakte en die dit jaar zal worden gerestaureerd. Maar Haring beoogde juist een groot publiek te bereiken, met vermakelijke, vaak geëngageerde en soms ook uitgesproken activistische tekeningen en schilderingen. De expositie die Bozar in Brussel wijdt aan zijn korte en stormachtige loopbaan benadrukt die aspecten.

Lees ook: Twee gigantische kunstwerken van Keith Haring keren terug

Wereldberoemd werd hij met vereenvoudigde figuren in dikke contourlijnen van mensen, dieren en fantasiewezens. Typische Haring-motieven zijn kruipende baby’s omringd door korte streepjes als stralenkransen, blaffende honden, energiek dansende mannetjes. Vaak vormen ze beeldvullende mozaïeken en wekken ze de indruk zich tot in het oneindige te zullen voortzetten als de kunstenaar zelf er niet, uit zelfbeschermende voorzorg, eerst een duidelijk kader omheen had geplaatst.

Keith Haring, ‘Untitled’ (1987, acryl op doek, 100 x 100 cm)

Foto Keith Haring Foundation

Zinnebeeld van de hel

Als geschoold en nieuwsgierig kunstenaar greep Haring ook terug op de lijntekeningen van Jean Dubuffet, de uitvergrote pixels van Roy Lichtenstein of, verder weg in de kunstgeschiedenis, de gehoornde monsterkop die, met zijn muil met scherpe tanden, in de laatmiddeleeuwse schilderkunst het zinnebeeld vormt van de hel.

Dat laatste motief staat prominent op een doek uit 1984 van 2,5 meter in het vierkant waarop, tegen een paarse achtergrond, ook andere angstwekkende, Hiëronymus Bosch-achtige taferelen zijn uitgebeeld, zoals een wezen met een extreem uitgerekte nek, zes borsten en een buitenmodel lange penis waarop een veel kleiner mannetje balanceert. Losse armen aan de zijkant van het doek pakken een figuurtje vast en, als was het gemaakt van peperkoek, breken zijn hoofd eraf. De aanwezigheid van de drie dooreen getekende ovalen die het symbool van kernenergie vormen, completeert het benauwende geheel.

De expositie over Keith Haring in Bozar, Brussel.

Foto Bozar

Economische crisis

Hoe luchtig en cartoonesk de stijl van zulke schilderingen ook is, bij nadere beschouwing gaat de lol er wel vanaf. Even tweestrijdig is zijn werk tegen de achtergrond waarbij het tot stand kwam. Zijn carrière valt samen met de jaren 80, die zich kenmerkten door hedonisme en economische crisis, het doorbreken van de videoclip en oprukkende computertechnologie, tegelijk met nucleaire ongevallen en de overrompelende opmars van aids. Aan de gevolgen van die verwoestende ziekte zou de kunstenaar zelf in 1990, op slechts 31-jarige leeftijd overlijden. Naar eigen zeggen wist Haring, met zijn losse seksuele moraal, al voordat hij daadwerkelijk hiv-positief bleek te zijn, dat hij voor de aids-bijl zou vallen.

Zijn graffiti verhult nauwelijks het subversieve activisme van Keith Haring

Twaalf jaar eerder had hij zich gevestigd in New York, toen een stad op de rand van de financiële afgrond en tegelijk het bruisende centrum van artistieke vernieuwingsdrang. Daar kwam hij in contact met de avant-garde van Jean-Michel Basquiat en Andy Warhol in zijn nadagen, Grace Jones en een jonge Madonna. In de galeries van East Village presenteerde hij grote schilderijen in felle kleuren, die in de expositie toepasselijk worden getoond onder de klanken van de stampende hiphop uit die jaren. In de metro tekende hij op de grote stukken zwart papier waarmee verlopen advertenties werden afgeplakt, met wit stoepkrijt zijn drukbevolkte composities.

En op straat deelde hij zijn affiches uit over serieuze en soms grimmige onderwerpen, zoals homo-emancipatie, seks en de potentieel desastreuze gevolgen van de onbeschermde variant daarvan. De apartheid in Zuid-Afrika wordt gehekeld door de geestige uitbeelding van een grote zwarte man die een wit figuurtje vertrapt dat hem aan een leiband houdt. De ogenschijnlijk ongecompliceerde en aansprekende beelden verhullen slechts ternauwernood het subversieve activisme van Keith Haring.