Wie zien in 2020 de economische groei het meest terug in hun portemonnee?

Koopkracht De economische groei wordt nu echt voelbaar in de portemonnee. Werkende ouders merken dat het meest.

Illustratie Studio Nrc
Illustratie Studio Nrc

Het kabinet heeft het al vaak beloofd, maar in 2020 zou het echt moeten gebeuren: Nederlanders gaan de economische groei terugzien in hun portemonnee. Een doorsnee huishouden heeft dit jaar 2,1 procent meer te besteden dan vorig jaar, voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) in december. Wie gaan er het meest op vooruit? En hoe komt dat? Een overzicht.

Hoge lonen

Hoewel koopkrachtramingen altijd onzeker zijn, lijkt een sterke koopkrachtgroei nu realistischer dan vorig jaar. Ook toen was het CPB optimistisch. Het planbureau voorspelde een plus van 1,6 procent, die inmiddels naar beneden is bijgesteld tot 1 procent. Belangrijkste reden: het CPB had de loongroei te hoog ingeschat. De cao-lonen stegen geen 2,8 procent, maar ongeveer 2,5 procent. De prijsstijgingen had het CPB juist iets te laag ingeschat.

Toch voorspelt het CPB nu exact dezelfde loongroei: 2,8 procent. Maar nu lijkt dat haalbaar omdat de werkelijke cao-loonstijging, bijgehouden door het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat niveau al bijna bereikt heeft.

Lees ook: Economie groeit, verschillen blijven

De prijsstijging gaat juist meevallen, voorziet het CPB. Vorig jaar was de inflatie nog zo’n 2,7 procent, vooral door een btw-verhoging en hogere energiekosten. Nu gaat de energiebelasting iets omlaag en komt de inflatie volgens het CPB uit op 1,4 procent – ruimschoots lager dan de loongroei dus.

Werkenden

Voor mensen met een baan komt daar een voordeel bij: de inkomstenbelasting gaat omlaag. Zelfs wie geen enkele loonsverhoging krijgt, gaat er nog op vooruit, door de aangekondigde belastingverlagingen.

Hoge inkomens profiteren vooral van het terugbrengen van het aantal belastingtarieven (‘schijven’), van vier naar twee, blijkt uit een lijst met voorbeeldhuishoudens die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) in december naar de Tweede Kamer stuurde.

Wie drie keer modaal verdient (bruto 105.000 euro per jaar), ziet zijn nettoloon in januari met 2,1 procent stijgen, bij een gelijkblijvend brutoloon. Modale inkomens (36.500 euro) hebben licht nadeel van het tweeschijvenstelsel, maar ook hun nettoloon gaat er 1,9 procent op vooruit, door hogere heffingskortingen.

Ouders

Meer ouders met kinderen krijgen dit jaar een kindgebonden budget, door een opgerekte inkomensgrens. Ongeveer 280.000 stellen die deze toelage vorig jaar niet kregen, krijgen die nu wel. Anderen zien hun bedrag omhoog gaan.

De grootste koopkrachtplus in Koolmees’ lijst met voorbeeldhuishoudens is te zien bij werkende ouders. Een gezin waarin de ene partner modaal verdient en de andere half modaal, gaat er 4,6 procent op vooruit.

Gepensioneerden

Ook wie leeft van alleen een AOW-uitkering, ziet zijn koopkracht toenemen. Bij alleenstaanden gaat het om 2,1 procent, volgens Sociale Zaken. Dat komt doordat de AOW-uitkering standaard meestijgt met de gemiddelde groei van cao-lonen.

De rijkere gepensioneerden gaan er amper op vooruit. Hun AOW wordt geïndexeerd, maar hun aanvullend pensioen is groter. En de meeste aanvullende pensioenen staan al jaren stil, door de aanhoudende malaise bij pensioenfondsen. Toch zien ook deze gepensioneerden hun koopkracht licht stijgen, met circa 0,5 procent, doordat zij profijt hebben van de verlaagde inkomstenbelasting.

Kanttekening

Wel waarschuwen het CPB en Koolmees dat iedere voorspelling omgeven is met onzekerheid. Ook houden de gebruikte modellen geen rekening met persoonlijke omstandigheden. Bij de zogeheten ‘statische’ koopkrachtvoorspelling wordt niet getrouwd, gescheiden, verhuisd of van baan veranderd – ook al hebben die gebeurtenissen vaak een groter koopkrachteffect dan beslissingen van het kabinet.