Het is al 2020, maar verzekeraars en ziekenhuizen zijn er nog niet uit

Onderhandelingen Grote verzekeraars hebben met een flink aantal ziekenhuizen nog geen contract. CZ moet er zelfs met twintig nog uitkomen.

Patiënten zouden in theorie extra lang moeten wachten als het budget op is.
Patiënten zouden in theorie extra lang moeten wachten als het budget op is. Foto Eunika Sopotnicka / iStock

De onderhandelingen tussen verzekeraars en ziekenhuizen over 2020 verlopen moeizaam. Zelfs nu het nieuwe jaar begonnen is, hebben de vier grootste verzekeraars nog niet met alle ziekenhuizen een contract. Dat blijkt uit een analyse van vergelijkingssite Zorgkiezer.nl. CZ springt er in negatieve zin uit: de verzekeraar is nog met twintig ziekenhuis(groepen) aan het onderhandelen. VGZ praat nog met zes ziekenhuizen, Menzis met vijf, Zilveren Kruis met vier. Deze verzekeraars hebben samen een marktaandeel van meer dan 85 procent.

Peter Ruys, directeur van Zorgkiezer zag „nooit eerder” dat de onderhandelingen zo stroef liepen. Hij wijst, net als verzekeraars, naar het hoofdlijnenakkoord als oorzaak. In de zomer van 2018 sprak het ministerie van Volksgezondheid met verzekeraars en ziekenhuizen af dat ziekenhuizen hun groei in uitgaven flink moeten afremmen. Volgend jaar mogen ziekenhuiskosten nog maar met zo’n half procent groeien, terwijl er door de vergrijzing steeds meer zieken zijn. „Deze afspraken zijn vaak een reden dat de onderhandelingen lastig zijn”, zegt een woordvoerder van CZ.

Daarnaast werd medio december pas duidelijk dat ziekenhuispersoneel in 2020 een flinke loonstijging krijgt van 5 procent. Daar was bijna het hele jaar over onderhandeld door vakbonden en ziekenhuizen.

Zorgplicht

Patiënten die deze dagen in het ziekenhuis belanden, zouden geen last moeten hebben van de juridische strijd die nog gaande is. Verzekeraars hebben een ‘zorgplicht’: ze moeten zorgen dat een verzekerde altijd de nodige zorg krijgt, óók als het niet acuut is. Bovendien zullen verzekeraars over het algemeen bij ziekenhuizen waar nog geen akkoord mee is, de zorg toch vergoeden alsof er wel een contract is.

Wel is er, later in het jaar, een risico op zogenoemde patiëntenstops. CZ heeft bijvoorbeeld met 27 ziekenhuizen een contractafspraak waarbij patiënten in theorie het risico lopen te worden geweigerd of extra lang moeten wachten als het afgesproken budget op is. Dit jaar zijn verzekeraars voor het eerst verplicht om te melden met welke ziekenhuizen ze zulke afspraken hebben gemaakt. Bij zo’n afspraak kan het zijn dat mensen niet meer in een ziekenhuis terecht kunnen als de budgetafspraken met hun verzekeraar zijn overschreden. CZ laat weten met dergelijke plafonds te werken in de onderhandelingen om te stimuleren dat er zinvol met zorggeld wordt omgegaan, maar CZ verwacht niet dat in de praktijk verzekerden erdoor in de kou komen te staan. Zulke stops gelden overigens alleen voor houders van een naturapolis, mensen die een restitutiepolis kozen hebben er geen last van.

Omzetplafonds beslaan het grootste deel van de ziekenhuiscontracten, vaak wordt daarbij afgesproken dat er een ‘doorleverplicht’ geldt. Dat betekent dat een ziekenhuis voor minder (of geen) geld nieuwe patiënten toch behandelt. Zilveren Kruis heeft met 47 ziekenhuizen een omzetplafond afgesproken, maar meldt niet hoeveel van zulke afspraken zónder doorleverplicht zijn.

Duidelijk is in ieder geval dat het risico op een patiëntenstop bij verzekerden van Menzis en VGZ klein is. VGZ-verzekerden kunnen – binnen de tot nu toe gesloten contracten – bij maar één ziekenhuis mogelijk niet terecht: het Zaans Medisch Centrum. Dat is een opvallende prestatie; VGZ kwam vorig jaar in het nieuws omdat verzekerden vanwege een stop al vanaf de zomer niet meer naar het Ikazia Ziekenhuis konden.

Bij Menzis komen stops tot nu toe helemaal niet voor in de contracten. Een woordvoerder zegt: „Wij vinden dat verzekerden geen last zouden moeten hebben van de afspraken die wij maken met het ziekenhuis.”