Breekt de progressieve lente in Midden-Europa door?

Liberalisme in Midden-Europa In Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije bundelen liberale geesten de krachten om de heersende nationalisten te verslaan. Maar of dat lukt hangt af van hun eigen ego’s, de hardnekkigheid van de tegenstand en de economie.

Jongeren in Krakau tijdens een klimaatprotest in december. In veel Midden-Europese landen ontwikkelt zich in steden een internationaal georiënteerde gezindte die thema's als klimaat en lhbti-rechten agendeert.
Jongeren in Krakau tijdens een klimaatprotest in december. In veel Midden-Europese landen ontwikkelt zich in steden een internationaal georiënteerde gezindte die thema's als klimaat en lhbti-rechten agendeert. Foto Beata Zawrel/NurPhoto

De locatie was uiterst symbolisch. En het verbond eigenlijk ook. Op een maandag midden in december kwamen de burgemeesters van Boedapest, Warschau, Praag en Bratislava bijeen op de Central European University in de Hongaarse hoofdstad om hun handtekeningen te zetten onder het zogenoemde ‘Pact van Vrije Steden’.

Het universiteitsgebouw is deels verlaten sinds afgelopen september de opleidingen van het in de jaren 90 door miljardair en filantroop George Soros opgerichte instituut door de regering van premier Viktor Orbán zijn weggepest naar Wenen. De burgemeesters zullen – in de geest van deze universiteit – samen optrekken om te zorgen dat hun steden „open, progressieve, tolerante en vooral Europese” bastions blijven, zei Rafal Trzaskowski, sinds ruim een jaar burgemeester van Warschau.

„Steden kunnen de bruggehoofden zijn van waaraf alle huidige crises van de democratie gerepareerd worden”, verklaarde Gergely Karácsony, die sinds oktober Boedapest bestuurt.

De vier mannen willen van elkaar afkijken hoe je woningtekorten oplost en klimaatbeleid maakt. Hoe je stand houdt als leider van een liberale stad in een minder liberaal geleid land. En ze zijn al gezamenlijk aan het lobbyen voor meer rechtstreekse subsidies uit Brussel, zonder tussenkomst van de landelijke regeringen waartegen zij oppositie voeren. „Wij worden met dezelfde uitdagingen geconfronteerd. Samen kunnen we sterker en vindingrijker zijn”, zei Zdenek Hrib, uit Praag. „Als wij falen, zal dat een nieuwe golf aan populisme betekenen.”

De burgemeesters zijn zich bewust dat als zij er niet in slagen hun steden adequaat te leiden en hun beloftes waar te maken, kiezers snel klaar zullen zijn met progressieve experimenten. Een motief voor hun landelijke regeringen om hen tegen te werken. En de burgemeesters om een beroep op de EU te doen.

Het is nog vaag welke praktische invulling het internationale stedenpact kan krijgen. En of dit niet bijdraagt aan het vergroten van de tegenstellingen tussen stad en het platteland. Maar het feit dat anti-regeringskandidaten de afgelopen vijftien maanden de hoofdsteden van Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije veroverden, lijkt te duiden op een progressieve lente in Midden-Europa.

De ex-communistische landen hebben het afgelopen decennium nationalistische, conservatieve en populistische regeringen gekregen die internationaal bekend staan om het herschrijven van de kieswetten, het inperken van de academische en persvrijheid, en het morrelen aan de onafhankelijke rechtspraak. Binnen de EU vormen deze Visegradlanden vaak een hindermacht: tegen immigratie, tegen ingrijpende klimaatmaatregelen, tegen Brusselse inmenging met nationale rule of law-problematiek, corruptie of rechten van minderheden.

Anti-regeringskandidaten veroverden de hoofdsteden van Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije

De burgemeesters zetten daar nu een nieuw narratief tegenover. Zij delen, zo staat in hun pact, „gemeenschappelijke waarden van vrijheid, menselijke waardigheid, democratie, gelijkheid, rechtsstatelijkheid, sociale gerechtigheid, tolerantie en culturele diversiteit”.

Populistische woestijn

De recente verkiezingen van deze burgemeesters, en die in een behoorlijk aantal kleinere steden, zijn „absoluut onderdeel van een duidelijke trend. Eén die meer voorstelt dan wat eenzame bloemen in een verder populistische woestijn”, zegt Zselyke Csaky. Zij werkt in Boedapest als onderzoeker voor Freedom House. Deze Amerikaanse ngo die jaarlijks wereldwijd het democratische gehalte meet, degradeerde EU-lidstaat Hongarije afgelopen jaar tot een „gedeeltelijk vrij” land.

Dat de oppositie in dat land waar democratie is uitgehold afgelopen oktober elf van de 24 belangrijkste steden won, ziet Csaky als teken dat de weerstand tegen Orbán zich eindelijk heeft weten te verenigen. „Als Hongarije al was afgegleden tot volledig autoritaire staat, had dit niet kunnen gebeuren. Het is een flinke tik voor Orbáns gevoel van onoverwinnelijkheid.”

Lees ook: De nieuwe president Slowakije is links, direct en wars van gekissebis

Maar de meest fundamentele doorbraak in 2019, zegt Csaky, was de verkiezing van de links-liberale Zuzana Caputova tot president van Slowakije. „Voor het eerst heeft het maatschappelijke protest, dat leeft onder een voornaam deel van de bevolking in Midden-Europa, zich vertaald in politiek succes.” De milieu-activiste en mensenrechtenadvocaat Caputova werd in maart gekozen in reactie op de moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak en zijn verloofde. Slowaken waren massaal de straat op gegaan toen bleek dat de een beruchte zakenman met tentakels in de heersende politieke elite opdracht voor de moord zou hebben gegeven.

Na de moord zetten collega’s zijn werk voort. In Slowakije dient zich ook de eerste politieke test van 2020 aan. In januari begint de inhoudelijke behandeling van de moordzaak, in februari wordt een nieuw parlement gekozen. „Dit is de kans om duurzamer verandering teweeg te brengen”, zegt Csaky. De sociaal-democratische regeringspartij SMER, waartegen het burgerprotest zich richtte, is met 19 procent nog altijd de grootste partij in de peilingen. Maar de als corrupt bekendstaande partij is zelf niet zeker van winst, zo blijkt wel uit haar recente wet die verbiedt dat er in de vijftig dagen voor de verkiezingen peilingen worden gehouden.

Onderlinge oppositiestrijd

Toch is nieuw klinkend succes voor de progressieven in het conservatieve Slowakije niet voor de hand liggend. Het is de pro-Europese anti-populisten nog nergens in de regio gelukt Tweede Kamerverkiezingen te winnen. De oppositie is er alleen wanneer kiezers een binaire keuze hebben, tussen twee burgemeesters- of presidentskandidaten, in geslaagd de zittende macht te onttronen.

In Hongarije hielden partijen van links tot rechts gezamenlijke voorverkiezingen voor de lokale stembusgang in oktober. In Polen spanden oppositiepartijen samen door in elk district één gezamenlijke kandidaat voor de senaat naar voren te schuiven. En terwijl de regerende PiS-partij met 44 procent van de stemmen een meerderheid behield in de Sejm, de landdag, verloor de partij van Jaroslaw Kaczynski de senaat.

De burgemeesters van Boedapest, Warschau, Praag en Bratislava ondertekenden eind vorig jaar het ‘Pact van Vrije Steden’, om te zorgen dat hun steden „open, progressieve, tolerante en vooral Europese” bastions bleven.

Foto Tamas Kaszas/Reuters

In mei kiest Polen een president, maar de oppositie schaart zich niet achter één tegenkandidaat voor de zittende PiS-president Andrzej Duda. „De Poolse oppositie bevindt zich nu waar de Hongaarse oppositie vier jaar geleden was”, zegt Zselyke Csaky. Ze leunt nog erg op oude bekenden die voor veel kiezers hebben afgedaan. En elke partij denkt zelfstandig PiS te kunnen verslaan. Politieke ego’s zitten in te weg. „Er wordt veel politiek kapitaal en energie verspild aan de onderlinge strijd in plaats van een positieve boodschap en nieuwe ideeën.”

Versplintering speelt ook in Slowakije en Roemenië, dat niet bij de Visegradgroep hoort, maar deels vergelijkbare problemen en onvrede kent. Dat land herkoos afgelopen jaar een liberale president en stemt in 2020 zowel voor nieuwe lokale bestuurders als een nieuw parlement. „Roemenië was het land waar al een paar jaar geleden werd verwacht dat het maatschappelijke protest zou leiden tot fundamentele veranderingen in het politieke landschap, maar het ontbreekt er aan een nieuw gezicht als Caputova”, zegt Csaky.

Verdere vervreemding

Net als Caputova zijn burgemeesters Trzaskowski, Karácsony en Matús Vallo van Bratislava geboren in de jaren 70. Hrib is zelfs van 1981. Politici die wel actieve herinneringen hebben aan de communistische tijd, maar er niet door zijn besmet, noch een heldenrol als vrijheidsstrijder kunnen claimen. Ze hebben allemaal een andere politieke kleur. Van een christendemocraat in Warschau tot lid van de Piratenpartij in Praag.

Politieke gevechten in hun landen lopen niet langs klassieke lijnen van links en rechts, maar hebben alles te maken met in wat voor samenleving kiezers willen leven. Landelijk overheerst overal het nationalistisch-conservatieve wereldbeeld van gesloten en traditionele gemeenschappen. In de steden ontwikkelt zich een internationaal georiënteerde gezindte die thema’s als klimaat en lhbti-rechten agendeert. Het gevaar dat de oppositieleiders lopen door zich zo uitgesproken als stads te profileren, is dat ze zich verder vervreemden van kiezers op het platteland en zo zelfs de binnenlandse kloof te vergroten. „In deze landen worden nationale verkiezingen niet gewonnen in de steden”, aldus Csaky.

Een ander negatief effect is dat regeringen reageren met het inperken van de macht en slagkracht van stadsbestuurders. Na de rechtspraak, de pers en de ambtenarij, is het lokale bestuur de volgende gevechtsterrein tussen liberale en illiberale krachten.

Het is de pro-Europese anti-populisten nog nergens in de regio gelukt Tweede Kamerverkiezingen te winnen.

In Praag valt dit nog mee, vertelde Zdenek Hrib vlak voor de lancering van het burgemeesterspact op zijn gemeentehuis. „We zien over het algemeen wel een meer centralistische benadering van de overheid. En de regering van [de Tsjechische premier Andrej] Babis heeft de macht om ons Europese fondsen te ontnemen”, zegt Hrib. „Maar onze voornaamste conflicten met de centrale overheid gaat over een vastgoedruil en parkeerplekken.”

Lees ook: ‘Tsjechië mag niet als Hongarije worden’

In Warschau en Boedapest is dat wel anders. Rafal Trzaskowski is „publieke vijand nummer één” van de PiS-regering, vertelde hij in oktober aan een groep internationale journalisten. Hij wordt op de publieke omroep belachelijk gemaakt – geen ongevaarlijke actie, zo bewees de moord op de oppositieburgemeester Pawel Adamowicz van Gdansk een jaar geleden. Daarnaast wordt er beknibbeld op zijn budget. „De helft van PiS’ verkiezingsbeloftes wordt bekostigd uit het budget van gemeenten. Zo kunnen zij hun plannen waarmaken, terwijl lokale overheden onbekwaam lijken omdat ze niet investeren.”

Hongarije is al een zeer centralistisch land, legde burgemeester als Gergely Karácsony na zijn verkiezing in een interview met NRC uit. „Laten we niet vergeten dat Fidesz in het parlement een constitutionele meerderheid heeft. Juridisch kunnen ze doen waar ze zin in hebben: de kieswet aanpassen of lokale overheden uitkleden.”

Dat werd meteen bewaarheid in een pakket wetgeving waarmee de regering in december het oppositiepartijen moeilijker maakt allianties te sluiten. Bij het sluiten van het burgemeesterspact noemde Karácsony nog een reden waarom deze samenwerking van belang is. „Onze stemmen kunnen niet meer tot zwijgen worden gebracht, thuis noch in Europa. Als één van ons wordt verstomd, zullen de anderen hun stem voor hem verheffen.”

Anti-systeempartijen

Of de progressieve stemmen in 2020 en daarna kunnen aanzwellen, hangt nog van één cruciale factor af waarop de burgemeesters geen grip hebben: de economie. Alom wordt verwacht dat een volgende recessie de populariteit van de zittende regeringen een grotere knauw kan geven dan welke poging van de oppositie dan ook. Het zijn niet alleen de nationalistische retoriek en verandering van de politieke spelregels die Orbán en zijn geestverwanten aan de macht houden. Ze zijn populair omdat de omstandigheden van bijna alle Hongaren, Polen, Tsjechen en Slowaken de afgelopen vijf jaar flink zijn verbeterd.

„Mensen zijn tevreden, ook al zijn ze het niet eens met het beleid”, zegt Csaky. „Dat kan plots veranderen bij een baisse. Het is alleen de vraag of liberale partijen daar electoraal dan het meest van profiteren. Het kan evengoed dat extremere anti-systeempartijen dan nog veel populairder worden.”