De dief, de del, de held en de naaktfoto’s

Openbaarheidsdag De eerste werkdag van het jaar geeft het Nationaal Archief tot nu toe geheime stukken vrij. Dit jaar, 75 jaar na de oorlog, gaan er veel over de vervolging van collaborateurs.

Archiefstukken in het Nationaal Archief in Den Haag.
Archiefstukken in het Nationaal Archief in Den Haag. Foto van Sem van der Wal/ANP

De eerste werkdag van het jaar is een feestelijke dag voor iedereen die houdt van oud papier. Bij het Nationaal Archief in Den Haag is het dan namelijk Openbaarheidsdag, het moment waarop stukken vrijkomen die tot dan toe niet voor iedereen toegankelijk waren.

Sommige archiefmappen hebben 25 jaar achter slot en grendel gezeten (bijvoorbeeld de ministerraadsnotulen uit 1994 over het naderend onheil in Srebrenica), andere veel langer. Dit jaar komen grote hoeveelheden stukken vrij over de Tweede Wereldoorlog, die nu 75 jaar geleden is afgelopen. Vooral het materiaal over het onderzoek naar en de vervolging van oorlogsmisdadigers en collaborateurs is pikant.

Professionele onderzoekers hebben belangrijk materiaal al eerder mogen inzien (zoals bijvoorbeeld voor het Srebrenica-rapport van het NIOD uit 2002), maar nu is het te bekijken voor elke Nederlander.

De lijst met de index van vrijgevallen archiefstukken alleen al is maar liefst 1.850 pagina’s lang. Hier een greep uit die enorme schat aan nieuw oud materiaal.

Jan Robertson

Een Nederlandse SS’er overvalt in 1945 Nederlandse banken – met dynamiet

Bankierszoon wordt bankovervaller: zo zou je het leven van Jan Robertson kunnen samenvatten. En Robertson was niet alleen een dief, maar ook nog eens een landverrader. De banken die hij begin 1945 met zijn SS-kameraden overviel, bevonden zich in Nederland. Terwijl de oorlog bijna verloren was, deed Robertson met behulp van kilo’s dynamiet een laatste greep naar de bezittingen van zijn landgenoten.

De Nederlandse politie ging na de bevrijding meteen aan de slag met deze onverkwikkelijke zaak. In de archieven van de Commissies tot Opsporing van Oorlogsmisdadigers (COOM) die nu voor het eerst geopend zijn, is een proces-verbaal van tientallen pagina’s te vinden. Jan Robertson was namelijk niet zomaar iemand: hij was telg uit een vooraanstaande NSB-familie. Zijn vader Jan Robertson sr. was bevriend met NSB-topman Meinoud Rost van Tonningen en was diens rechterhand bij De Nederlandsche Bank. Zoon Jan was nu kennelijk ook geïnteresseerd geraakt in bankzaken.

SS-luitenant Johan van Houtum verklaarde in gevangenenkamp De Bilt dat hij medio maart 1945 Robertson was tegengekomen. „Hij vroeg me hem eens te komen bezoeken en dan wat springladingen mede te brengen, daar hij de kluis van de Rotterdamsche Bank te Tiel wilde laten springen. Ik heb mij met een smoesje van de zaak af gemaakt, daar ik wel begreep dat er dingen gebeurden welken niet door de beugel konden.”

Uiteindelijk lukte het Robertson – een ervaren SS’er die vanwege een longschot niet aan het front verbleef – toch om dynamiet te bemachtigen, zo blijkt uit de rest van het proces-verbaal. Naast de Rotterdamsche Bank moesten ook de Nederlandsche Handelsmaatschappij en de Nutsspaarbank eraan geloven. De buit was enorm: honderdduizenden guldens in contanten, goud en edelstenen, maar ook sigaren, champagne en kledingstukken. De plaatselijke Duitse commandant eiste deze schat op, maar daarin was hij weinig succesvol. Robertson en zijn mannen hadden veel waardevols al naar elders vervoerd.

Untersturmführer Robertson werd zelf ook door de agenten aan de tand gevoeld over de kraak van de Rotterdamsche Bank. Hij handelde op bevel van de Duitse commandant in Tiel, beweerde hij. „Ik heb mij van de inhoud van de kluis niets toegeëigend of weggegeven. Van het laten springen van andere kluizen van banken weet ik niets af.”

Helaas voor Robertson werd hij er door zijn eigen vader al dan niet expres bijgelapt, want die vertelde de inspecteurs dat hij in het voorjaar meerdere koffers met waardevolle spullen van zijn zoon ontvangen had.

Hoe het afliep met Jan Robertson wordt niet duidelijk uit het archief van de COOM. Het laatste stuk vermeldt dat hij op 8 januari 1947 uit het gevangenenkamp ontsnapt was. „Het is niet uitgesloten dat hij zal proberen zijn verloofde in München te bereiken”, luidt het opsporingsbericht.

Bijeenkomst van de elite

Op de Bilderberg-conferentie van 1969 gaat het over misdaad van de ‘American Negro’

Voor wie denkt dat op de Bilderberg-conferentie door een geheime wereldregering de koers wordt bepaald, moet het archief van dit met geheimzinnigheid omgeven gezelschap een teleurstelling zijn, zo prozaïsch is het.

Dit jaar zijn de bescheiden van de Bilderberg-conferentie uit 1969 vrijgegeven, toen de bijeenkomst plaatsvond in Denemarken. In mei verzamelden zich hier top-politici, zakenlui en wetenschappers om de toestand in de wereld te bespreken.

Die westerse wereld schudde in 1969 op haar grondvesten. Overal was protest van burgers die niet konden leven met de maatschappelijke situatie. Opvallend: iemand die op de hoogte is van alle ophef van de jaren tien komt in het verslag van vijftig jaar geleden veel bekends tegen.

Veel van de problemen in de VS zijn terug te voeren op de rassenkwestie, aldus de deelnemers. Onder het kopje ‘Inclusion’ gaat het over de „American negro” die zijn plaats in de maatschappij opeist. Nadat eerst wordt beschreven hoe dit emancipatieproces in zijn werk gaat, komt men op de reactie van de blanke Amerikanen. „Veel van hun angsten hebben te maken met law and order en zijn met name gefocust op de misdaad. Misdaad is een vorm van ‘ongeorganiseerde’ klassenstrijd en de laagste groepen in de maatschappij hebben altijd een bovengemiddelde hoeveelheid misdaden gepleegd. Wat vroeger gold voor de Ieren en Italianen, geldt vandaag voor de Negers. Maar Neger-misdaad is meer zichtbaar, en vermengd met de spanning in de maatschappij zorgt het voor meer angst.”

De conferentie wordt afgesloten met een waarschuwing: „Instabiliteit beperkt zich niet tot een land, huidskleur of economische groep. Er is een besmetting van ontevredenheid en waarschijnlijk van tactieken.” Sommige deelnemers kennen echter „militante jonge mensen” en zij zijn onder de indruk van hun „kennis, vaardigheden en potentie”. Misschien zou het allemaal toch nog goed komen.

Peter Tazelaar

Een soldaat van Oranje die lang moest wachten op zijn medaille

Voor iedereen die Soldaat van Oranje heeft gezien is het een bekend beeld: een groep jongemannen die in avondkostuum de zee uitkomen om de strijd aan te binden met de Duitse bezetter. Eén van hen was Erik Hazelhoff Roelfzema, dé soldaat van Oranje die na de oorlog wereldberoemd in Nederland werd. Een andere aanwezige op dat strand was zeker net zo heldhaftig, maar zijn naam kennen maar weinig mensen. Hij heet Peter Tazelaar.

Tazelaar was net als Hazelhoff Roelfzema een Engelandvaarder die in juni 1941 bezet Nederland ontvlucht was. Uit de archiefstukken die op zijn naam verzameld zijn, komt forse frustratie naar voren over hoe het hem daarna verging. In een gespreksverslag valt te lezen dat Tazelaar meent dat hij „op alle manieren wordt tegengewerkt en dat hij momenteel slechts vertrouwen heeft in Hare Majesteit [Wilhelmina]”. Zij had wel gewild „dat hij zou worden geridderd en tot officier benoemd”, maar ze werd daarin tegengewerkt door haar ministers. Hazelhoff Roelfzema had wel de Militaire Willemsorde gekregen en was officier bij de RAF. Tazelaar gaf aan dat hij „geen Nederlander meer wilde zijn” en Amerikaans staatsburger wilde worden.

Uiteindelijk ging hij troepen trainen in Canada, om daarna brandweerman in Londen te worden. Hij kreeg in 1944 eindelijk zijn Willemsorde en liet zich prompt droppen in bezet Friesland. Tazelaar eindigde de oorlog als adjudant van koningin Wilhelmina – met Hazelhoff Roelfzema.

Naakt in de Tweede Kamer

VVD-leden zijn bijzonder boos over een Playboy -reportage

Met letterlijk trillende handen van woede deden VVD-leden in 1986 hun beklag over een fotoreportage die in maart in de Playboy had gestaan, zo blijkt uit hun brieven. VVD-medewerkers Arnoud Cevaal en Lorette Welter hadden voor het blad een erotische fotoserie laten maken, de lens op standje soft-focus. Eén beeld was geschoten in de vergaderzaal van de Tweede Kamer, en dat riep de toorn op van de liberale achterban, die de reportage uiteraard alleen even „in de winkel had ingezien”.

In het archief van de Kamerfractie van de VVD zitten tal van deze jammerklachten. Iemand schreef dat hij nu „liever nog de Centrumpartij” dan VVD zou stemmen. Een ander verweet de heer Cevaal „de mentaliteit van een VaRa of VPRO lid”. Een lid met historisch besef noteerde in vulpeninkt: „Toen de Duitsers 10 mei 1940 ons land binnenvielen heb ik gezegd ‘God behoede ons Vaderland’. Nu zeg ik weer, God behoede ons Vaderland, en onze kinderen tegen deze vunzige mentaliteit.”

„Dat deze man oversexed is en een eng hoofd heeft, laat ik nog buiten beschouwing”, schreef een ander grootmoedig. „Zulke typen komen regelmatig op de beeldbuis. Maar arme VVD, die het van dergelijke adviseurs kennelijk moet hebben.” Een dame van 88 – „men noemt mij natuurlijk ouderwets” – vatte de communis opinio goed samen: „walgelijk, minderwaardig, schaamteloos, laag bij de grond, nog erger als prostitutie” was het. De boosheid kwam overigens niet voort uit preutsheid, haastte een mannelijke VVD’er te verklaren: „Ik zie graag een mooie foto van een mooie naakte vrouw, providing it has some decency!

Arnoud Cevaal werd ontslagen en mepte daarbij flink om zich heen. Hij beschuldigde de VVD ervan honderdduizenden guldens die bestemd waren voor fractieondersteuning in de partijkas te hebben laten vloeien.

Minnares van nazi’s

Bij Dolly Peekema thuis daverde het van de orgiën met hooggeplaatste Duitsers

Arme Wiebo Peekema, terwijl hij als ambtenaar in Londen de regering in ballingschap bijstond, deelde zijn vrouw Dolly in bezet Nederland het bed met talrijke hoge nazi’s. Het gerucht ging zelfs dat ze minnares was van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Ze reisde door heel Europa en liet onder meer in Spanje onbetaalde rekeningen na. Peekema telegrafeerde op 7 december 1942 aan de Nederlands gezant in Madrid: „Ik betaal alle onkosten en voorschotten van mijn vrouw maximum twintigduizend. Zenuwslopende en gênante situatie die ik ten diepste betreur.”

Een afschrift van het telegram zit in de archieven van het ministerie van Justitie in Londen. Een rapport van 18 november 1943 over Dolly Peekema vermeldt dat „op de dag van de capitulatie van het Nederlandsche leger Duitsche officieren per auto bij mevrouw Peekema waren geweest en dat sindsdien het huis geregeld gedaverd heeft van de orgiën, die daar ’s nachts met Duitsche officieren hadden plaats gevonden (…). Het verbreidde zich snel dat Seiss Inquart (sic) het persoonlijk met mevrouw Peekema hield en meermalen op de festijnen aanwezig was”.

Opvallend genoeg was haar tienerdochter uit een eerder huwelijk, net als zij „een knappe enigszins Indische verschijning”, haar partner in crime. Zij wilde graag bij de film en moeder en dochter spanden zich daartoe tot het uiterste in, tevergeefs overigens. Hierna probeerde Dolly Peekema via neutraal Spanje in Engeland te komen, maar dat zagen de autoriteiten niet zitten, omdat ze dachten dat ze een Duitse spion was.

De dames beëindigden de oorlog in mei 1945 in Milaan. Stiefdochter schreef een brief aan „Lieve Daddy” waarin ze hem smeekte hen op te halen. „Als je mams zou zien, zal je wel verwonderd staan. Ze lijkt in niets meer op de oude Dolly. Die vrouw weet nu werkelijk wat ellende is.” Dolly werd naar Nederland gebracht – en veroordeeld tot acht jaar cel.