Brieven

Brieven

Foto AP

Onlangs woonde ik in Maastricht een voordracht bij van de Hongaarse ambassadeur in Nederland. Hij verdedigde het standpunt dat Hongarije binnen de EU de vrijheid moet houden om Syrische vluchtelingen aan de landsgrens te weigeren, in weerwil van eerder gemaakte EU-afspraken. In zijn ogen zijn zij ook geen vluchtelingen, maar, eenmaal in het veilige Griekenland gearriveerd, migranten. Anderen noemen hen ook wel gelukzoekers, en daarom verblijven zij in onzekerheid en winterse kou, steeds met honger, ziekte en dood op de loer. Op dat moment werd ik weer even het kleine jongetje dat in 1956 hoorde dat de Sovjets het opstandige Hongarije binnenvielen, waarbij duizenden mensen omkwamen. Meer dan 200.000 Hongaren sloegen op de vlucht, en na de eerste opvang in Oostenrijk werden zij door verschillende West-Europese landen opgenomen. Nederland verwelkomde zo’n 3.000 Hongaarse vluchtelingen, en de regering deed een beroep op haar burgers om hen zo spoedig mogelijk onderdak te verlenen. Onze ouders, bescheiden behuisd met vier zoontjes inclusief een baby, twijfelden geen moment en ontfermden zich over een Hongaars gezin. Samen deelden we lange tijd huis, haard, badkamer en keukengeuren.

Met dit beeld van internationale verbondenheid en trots op mijn ouders in gedachten vroeg ik de ambassadeur of Nederland, mijn ouders en hun medeburgers destijds anders hadden moeten handelen. Hadden zij de Hongaarse vluchtelingen moeten weigeren? Waren zij, via het veilige Oostenrijk gekomen, bij nader inzien niet eens vluchtelingen? De ambassadeur had het merkbaar moeilijk met deze vragen. Hij prees Nederland en mijn ouders, wat ik waardeerde, maar bleef desondanks vasthouden aan het standpunt dat Hongarije nu het juiste doet. Historisch en rechtsstatelijk ongeloofwaardig, en voorbijgaand aan mensenrechten en solidariteit. Solidariteit met mensen in nood, én met lidstaten die wél hun verantwoordelijkheid nemen.

Ik neem ambassadeurs niet kwalijk dat ze het beleid van hun regering verdedigen, hoe ongeloofwaardig dat ook is. Deze ambassadeur heeft bovendien de moed om openbaar in discussie te gaan. Het verdedigen van inhumaan vluchtelingenbeleid kan slechts verdwijnen als er beleid komt dat gestoeld is op mensenrechten en solidariteit. Laat dat in het nieuwe jaar de opdracht zijn voor het nieuwe leiderschap van de Europese Commissie en de Europese Raad, én voor elke lidstaat.


Arts-epidemioloog, oud-voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid