Begin het jaar met een doodeenvoudige preischotel

Janneke kookt Ook in 2020 blijft smaak in de mode

Dit wordt een zuur jaar, mensen. Sorry, het is niet anders. Gelukkig heb ik het hier over de eettrends voor het komend jaar, niet over nieuwe belastingplannen of zoiets. Zoet is hopeloos uit. Zout ook trouwens. Zelfs oleogustus, de smaak van vet, is op z’n retour.

De afgelopen week werkte ik mij door een stuk of achthonderdzesendertig online-foodtrendlijsten teneinde hier met aplomb te kunnen verkondigen dat we het in 2020 in culinair opzicht helemaal anders gaan doen. En net als ieder jaar struikel ik over dat aplomb. Hoe graag ik ook zou willen, het lukt me gewoon niet om hier zonder enige vorm van ironie op te sommen wat we volgens de trendgoeroes gaan eten.

Hoezo is zout uit? Gaan we onze aardappeltjes voortaan zonder koken? God bewaar me, zeg. Zonder zout smaakt alles naar niets. En oleogustus? Ik kwam het woord tegen op de site van Food Inspiration Magazine. Er stond een schitterend grafiekje bij waarin de zes hoofdsmaken via een soort spinnenweb aan elkaar verbonden werden en waaruit glashelder af te lezen viel dat zuur, bitter en umami terrein gaan winnen van zoet, zout en oleogustus.

Ik moet niet flauw doen. Het is niet zo dat ik zulke voorspellingen niet geloof. Het is meer dat eettrends zich ook weer niet zo gek veel aantrekken van jaar- en decenniumwisselingen. De belangrijkste bewegingen, zoals meer plantaardig voedsel en minder voedselverspilling, zijn al jaren geleden ingezet. De rest zou je kunnen opdelen in grotere en kleinere trends en hypes en hypetjes. Waarbij we fluffy pancakes volgens mij gerust een hypetje mogen noemen en vegan kaas en alchoholvrije dranken een grotere trend. En waarbij het nog even afwachten is of fenegriek de nieuwe geelwortel wordt, of toch kardemom.

Dit gezegd hebbende ga ik u alsnog een beknopte opsomming geven van voorspelde trends. Maar zullen we die daarna dan weer vergeten en gewoon lekker gaan eten? Notenboter. Erwtenmelk. Hennepzaad. Selderijsap. Artisjokken. Je eigen rietje meenemen. Je eigen kruiden kweken. Je eigen drankjes brouwen. Bewust zondigen. Beauty food. Bar food. Griekse yoghurt. Filippijnse barbecue. De West-Afrikaanse keuken. Wasbare boterhamzakjes. Verpakkingsvrij shoppen. Seacuterie (charcuterie van vis). Hybride burgers (half vlees, half plantaardig). Extra vezels in zo’n beetje alles.

Zo, en dan nu een recept voor een doodeenvoudige preischotel. Prei eerst zachtjes stoven met tijm en knoflook, crème fraîche erdoor en daarna met een paneerlaagje in de oven. Wat ik u brom: smaak gaat nooit uit de mode.

Gratin van prei met tijm en crème fraîche

(4 personen)

Olijfolie; 2 teentjes knoflook; 1 kilo prei, in ringen; blaadjes van een paar takjes tijm (of 1,5 tl gedroogde tijm); 100 ml crème fraîche; 2 - 3 handjes panko (grove Japanse broodkruimels) of zelfgemaakt grof paneermeel; 30 g boter

Verhit een scheut olijfolie in een stoofpan en fruit hierin de knoflook een minuutje.

Voeg de prei, de tijm en een goeie snuf zout toe en bak de prei al omscheppend een paar minuten. Draai het vuur laag, leg een deksel op de pan en stoof de prei in 45 minuten tot een uur heel zacht en gaar. Verwarm de oven voor op de grillstand.

Roer de crème fraîche door de prei, proef en maak het geheel op smaak met (zo nodig) zout en versgemalen peper.

Spreid de gestoofde prei uit over de bodem van een lage ovenschaal. Bestrooi met de panko (grove Japanse broodkruimels) of paneermeel en leg daar vlokjes boter op. Gratineer de prei onder de hete ovengrill.