Teheran daagt uit, Washington aarzelt

Onlusten ambassade Irak Iraanse provocaties in Irak dwingen de VS tot een reactie. De vraag is of Trump zich uit de tent laat lokken in zijn verkiezingsjaar.

Pro-Iraanse militieleden zitten op Nieuwjaarsdag voor het Amerikaanse ambassadecomplex in Bagdad, Irak, nadat ze op Oudejaarsdag door een veiligheidscordon waren gebroken.
Pro-Iraanse militieleden zitten op Nieuwjaarsdag voor het Amerikaanse ambassadecomplex in Bagdad, Irak, nadat ze op Oudejaarsdag door een veiligheidscordon waren gebroken. Foto Khalid Mohammed/AP

Het al ruim een jaar smeulende conflict tussen de Verenigde Staten en Iran, dat zich op steeds wisselende plaatsen in het Midden-Oosten manifesteert, heeft zich tijdens de jaarwisseling in de Iraakse hoofdstad Bagdad onverwachts toegespitst.

Duizenden leden van pro-Iraanse milities braken op Oudejaarsdag door een veiligheidscordon in de zogeheten Groene Zone rond de Amerikaanse ambassade in Bagdad om hun woede te uiten over een Amerikaans bombardement in Noord-Irak. Daarbij kwamen afgelopen zondag enige tientallen militieleden om het leven.

De betogers, van wie velen hun militie-uniformen droegen, stichtten brand bij de receptie van het uitgestrekte ambassadecomplex, waarna Amerikaanse beveiligers waarschuwingsgranaten afvuurden op de militieleden. ‘Weg met Amerika’, schreeuwden ze. Ook hingen ze plakkaten op de muren met leuzen als ‘Amerika is een agressor’. Ook op Nieuwjaarsdag werd er bij de ambassade weer betoogd maar aan het eind van de dag trokken ze zich terug. Gewonden vielen er niet bij de acties van de betogers.

Opmerkelijk was dat het Iraakse leger, dat ook ten tonele was verschenen, niet ingreep en de betogers niets in de weg leek te leggen. Ook werd de minister van Binnenlandse Zaken, Yassine al-Yasseri, volgens het persbureau AP bij de betogers gesignaleerd. Waarnemers in Bagdad legden dit uit als een signaal dat de Amerikanen ook naar de mening van de Iraakse regering te ver waren gegaan met hun actie van zondag.

Extra militairen naar Irak

President Trump reageerde getergd op de gebeurtenissen in Bagdad. Hij wees Iran aan als de schuldige en op Twitter waarschuwde hij dat als er Amerikaanse slachtoffers zouden vallen of schade zou worden toegebracht aan de ambassade, harde represailles zouden volgen: „Ze zullen een zeer HOGE PRIJS betalen! Dit is geen Waarschuwing, dit is een Dreigement. Gelukkig Nieuwjaar.” Ook maakten de Amerikanen bij monde van minister van Defensie Mark Esper bekend per direct 750 extra militairen naar Irak te sturen.

Later liet het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken weten dat de betogers niet waren doorgedrongen tot het eigenlijke ambassadegebouw. Het personeel zou nu veilig zijn. Ook de ambassadeur, die anders dan eerder gemeld niet was geëvacueerd maar op vakantie was bij het uitbreken van de onrust, is inmiddels terug op zijn post.

De schermutselingen bij de ambassade, die bij de Amerikanen ongemakkelijke associaties oproepen aan de bezetting door Iraanse studenten van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979, maken deel uit van de al veel langer durende confrontatie tussen de VS en Iran. Al sinds de VS zich in 2018 eenzijdig uit het nucleaire akkoord met Iran terugtrokken oefent Washington ‘maximale druk’ uit op Iran, vooral via steeds zwaardere economische sancties. Die hebben de Iraanse economie in grote problemen gebracht.

Strijd om invloed in de regio

De krachtmeting tussen beide landen voltrekt zich deels in het Golfgebied maar ook elders in het Midden-Oosten, zoals in Irak, waar zowel de VS als Iran aanzienlijke invloed genieten. Nog altijd zijn er zo’n 5.000 Amerikaanse militairen in Irak gestationeerd, deels om militairen van het regeringsleger te trainen. Iran daarentegen oefent veel invloed uit via grote milities, die zijn verenigd in de Hashd al-Shaabi (Volksmobilisatietroepen).

Sinds eind oktober namen de pro-Iraanse milities Amerikaanse doelen in Irak elf keer onder vuur. Afgelopen vrijdag kwam bij zo’n beschieting op een basis in de buurt van de stad Kirkuk een Amerikaanse burger om het leven. Twee dagen later sloegen de Amerikanen hard terug en doodden 25 mensen, volgens hen strijders van de militie Kataib Hezbollah. „We accepteren niet dat Iran acties uitvoert die Amerikaanse vrouwen en mannen in gevaar brengen”, verklaarde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo.

De situatie in Irak is afgelopen herfst verder gecompliceerd door massale demonstraties tegen de voltallige politieke elite van het land, die volgens veel Irakezen slechts haar eigen belangen dient en niet die van de bevolking. De woede van de betogers heeft zich ook bij herhaling tegen de Iraanse invloed in hun land gericht. Maar veel Irakezen vinden dat ook de Verenigde Staten zich niet langer moeten mengen in de interne aangelegenheden van hun land.

Iran ontkent, zoals vaker bij zulke incidenten, achter de betoging bij de ambassade in Bagdad te zitten. De meeste analisten gaan er echter van uit dat Iran wel degelijk achter deze acties zit. Volgens hen gaat Iran systematisch te werk en poogt het de Amerikaanse invloed in de regio stap voor stap terug te brengen met militaire acties die pijnlijk zijn voor de VS en hun bondgenoten zonder een echte casus belli op te leveren.

‘Met bloed besmeurde zand’

Daarbij speculeren ze erop dat president Trump in het jaar van nieuwe presidentsverkiezingen in de VS niet bereid is een oorlog met Iran te riskeren. Herhaaldelijk heeft hij immers kritiek geuit op zijn voorgangers die zich volgens hem ten onrechte lieten verstrikken in conflicten in het Midden-Oosten. „Laat iemand anders maar vechten over dit allang met bloed besmeurde zand”, smaalde hij nog in oktober, toen hij de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Syrië beval.

De Amerikanen staan daarbij voor een lastige keus. Als ze niet reageren op provocaties van Iran of zijn bondgenoten, kan dat als zwakheid worden uitgelegd. Slaan ze wel hard terug, dan riskeren ze verdere escalatie en mogelijk oorlog. Voor de Iraniërs geldt dat minder: mede door de sancties zijn zij in een situatie beland waarin ze naar hun gevoel weinig meer te verliezen hebben.